Opinie

Lieve kijker, ik maakte hem in

De serie ‘The Queen’s Gambit’ is een voorbeeldige schaakfilm, met ook aandacht voor mode en muziek. En als Joyce Roodnat dan toch voor de tv zit, blijft ze hangen voor een voorstelling van het Nederlands Dans Theater. Die pas werkt als ze theatertje gaat spelen.

Joyce Roodnat

Premier Rutte vindt het normaal, maar ik niet: dag in dag uit zonder hersen- & hartgymnastiek in een bioscoop, museum, theater of muziekzaal. Vanwege de Covid-reisbeperking mag ik daar niet naartoe. Ik mag wél, met zijn allen en zonder reservering, op pad om rond te scharrelen in een bouwmarkt – waar ik me een fantastisch ballet kan voorstellen, in de gangetjes tussen de schappen en met de personeelsmannen die eruitzien of ze „mevrouwtje” tegen me gaan zeggen. Maar dat ballet is er niet, dus ik pas.

Ik zoek mijn heil bij Netflix en tref een serie aan die ik er in twee dagen doorheen jas: The Queen’s Gambit. Een film over een schaakwonder in de jaren zestig. Als weesmeisje redt ze haar mentale gezondheid door het schaakspel, daarna verovert ze de wereld ermee. De serie is een filmische echo van Charlotte Brontës roman Jane Eyre. Het klapstuk annex de beroemdste zin uit dat boek is het zegevierende: „Reader, I married him”. Vertaal dat naar deze serie en je krijgt: „Viewer, I beat him” – en dat is precies wat er gebeurt.

The Queen’s Gambit is een voorbeeldige schaakfilm (wereldkampioen Garry Kasparov werkte eraan mee). Daarbovenop wordt er serieus recht gedaan aan stijl en mode. En aan de muziek. Let op de onbeantwoorde-telefoon-scène. Daarvoor wordt het stof geblazen van de in-gesprek-toonsong ‘Tut tut tut tut’, onweerstaanbare Franse pop uit 1965 van beat-zangeres en cult-actrice Gillian Hills (ontdekt door Roger Vadim bij wijze van een nieuwe Bardot, ik meld het maar even).

Eigenlijk is dit geen serie, het is een speelfilm, en de filmer heet Scott Frank. Originele man, wat maakte hij nog meer? De serie Godless. Een western, staat ook op Netflix. Ik bekeek pas één aflevering, maar ik weet het al: dat wordt weer bingen.

’s Avonds volg ik de livestream van Dare to Say, een voorstelling van het Nederlands Dans Theater. Het begint. Ik doe mijn best, maar aanvankelijk wordt het niks. Het lukt me niet om me te concentreren. In een opwelling doe ik alle lampen uit. Nu is het beeldscherm het enige lichte vlak. En dat helpt. Dit is geen film, dit is geen tv, dit is een voorstelling. Het NDT beseft dat en kiest pontificaal voor theater, maar anders dan in een zaal. Er wordt door de dansers gedanst, dat doen ze adembenemend expressief, als altijd bij het NDT. Maar daarbij laten de choreografen hen theater maken via de camera. De camera wordt uitgedaagd en verleid en afgewezen en zelfs afgebekt. Intussen zien we de dansers met lichaam en gezichtsuitdrukking cruciale details tot uitdrukking brengen die we nooit uit de verte van een zaal zouden kunnen zien. Nu wel, want hier ontstaat een nieuwe vorm, dit is livestream-dans.

En ik zit in het donker en speel theatertje.