Is je baan je roeping of een manier om de huur te betalen?

Werkgeluk Veel mensen zijn, soms op het obsessieve af, op zoek naar passie en bevlogenheid in hun werk. Maar wat als je door de coronacrisis die droombaan verliest, en moet kiezen voor een baan met als enige doel geld te verdienen?

Illustratie Rik van Schagen

Het is wrang te noemen dat veel typische ‘hartstochtberoepen’ door de coronacrisis onmogelijk zijn gemaakt. Denk aan theatermakers, muzikanten, maar ook gepassioneerde horecaondernemers, waarvoor het nu lastig geld verdienen is. Wat doe je in zo’n geval? Toch maar die baan aannemen in het distributiecentrum of als pakketbezorger, waar je misschien minder warm van wordt, maar waar wél veel vraag naar is? Gewoon om de huur te kunnen betalen?

Werkgelukdeskundige Gea Peper had dertig jaar geleden eenzelfde soort situatie. Nu runt ze het HappinessBureau, waarmee ze organisaties adviseert over werkgeluk, maar begin jaren negentig was ze een net afgestudeerde onderwijskundige, waarvoor de arbeidsmarkt destijds niet al te goed was. „Ik begon daarom als evaluator van onderwijssoftware. Gewoon, om maar bezig te zijn. Maar inhoudelijk vond ik het niet erg inspirerend.”

Toch is zo’n baan niet per se een slecht idee, zegt Peper. „Ik kwam door dat bedrijf uiteindelijk wél in contact met organisaties die ik wel interessant vond, en die me jaren later op het spoor brachten van werkgeluk.” Peper ziet ‘een passie’ niet als een vaststaand gegeven waar je op een dag mee wakker wordt. Ze ziet de zoektocht ernaar meer als lopen langs een buffet. „Je proeft hier eens iets, en als het je niet bevalt, ga je verderop weer iets anders proeven.” In elke baan leer je wel íéts over jezelf. „En zo kom je uiteindelijk uit bij wat je echt leuk vindt.”

Ook bedrijfseconoom Guy van Liemt van EHERO, het geluksonderzoeksinstituut van de Erasmus Universiteit in Rotterdam, ziet een baan die ‘gewoon’ de huur betaalt niet als iets negatiefs, zeker niet in een acute crisissituatie als deze. „In de beroemde piramide van Maslow staat zekerheid en veiligheid bijna helemaal onderaan, als absolute basis. Inkomen uit werk speelt daar een belangrijke rol in.”

Dus als je violist bent en nu plots geen inkomen meer hebt, kan Van Liemt zich „prima” voorstellen dat je een baan accepteert puur voor het geld. „Daarmee neem je financiële zorgen weg, die óók veel stress kunnen veroorzaken.” Van Liemt zou wel adviseren om van daaruit verder te kijken naar een baan waar je meer werkgeluk in ervaart. „Want uiteindelijk moet je ook weer geen genoegen nemen met werk waar je ongelukkig van wordt. Dat is voor niemand goed: niet voor je werkgever en niet voor jezelf.”

Lees ook: Coronacrisis begint nu ook werknemer in vaste dienst te raken

Ook vaste contracten geraakt

Het coronavirus zorgde in een half jaar tijd voor een werkloosheidsgolf in Nederland. In het derde kwartaal van 2020 waren 419.000 mensen werkloos; 70.000 meer dan in het kwartaal ervoor, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek. Eerst raakte de crisis vooral oproep- en uitzendkrachten, of mensen met een tijdelijk contract. Nu moeten ook steeds meer werknemers met een vast contract het ontgelden, door de op gang gekomen reorganisaties. Horeca, cultuur en transport zijn volgens uitkeringsinstantie UWV de zwaarst getroffen sectoren.

Grote kans dus dat de werkzoekenden uit deze branches hun passie tijdelijk even moeten parkeren, en kiezen voor een baan waarmee ze een inkomen kunnen verzekeren. In de ‘werkmotivatie-indeling’ van de Amerikaanse arbeidspsycholoog Amy Wrzesniewski uit 1997, gaan deze mensen van een ‘calling’, een roeping, naar een ‘job’-oriëntatie. Mensen die hun werk zien als een ‘job’, werken vooral om geld te verdienen. Voor de ‘calling’-mensen is werk juist één van de belangrijkste dingen in hun leven, het geeft hun belangrijke voldoening. Er is ook nog een derde werkmotief: carrière. Dat zijn de mensen die hun werk niet altijd even positief ervaren, maar doorzetten voor een hoger plekje op de carrièreladder.

Werkgelukexperts zeggen niet dat streven naar een baan waarin je passie ligt, verkeerd is. Máár: het mag soms wel iets realistischer

Het HappinessBureau van Gea Peper deed in 2019 onderzoek naar deze werkmotivaties onder een representatieve groep van bijna duizend personen. Het grootste deel van de ondervraagden plaatste zichzelf in het ‘job’-profiel: 35 procent. Carrière scoorde 31 procent, 23 procent koos voor ‘calling’. 11 procent gaf aan niet te kunnen kiezen. De mensen die hun werk doen vanuit een roeping, scoorden hoger op het gebied van werkgeluk: gemiddeld een 7,7. Terwijl de mensen met een job-oriëntatie hun werkgeluk een 6,5 geven.

Lees ook: Volledig thuiswerken komt twintigers en dertigers niet ten goede

Roepingsideaal

Het is dan ook niet zo heel gek dat in de huidige maatschappij voor veel mensen een roepingsideaal geldt: we streven naar passie in ons werk. Dat is ook een goede zaak, zegt Ap Dijksterhuis, hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oprichter van het Happiness Lab. Streven naar meer werkgeluk is nooit verkeerd.

Tegelijkertijd ziet hij dat de lat daardoor soms wel erg hoog komt te liggen. „Ik zie dat vooral jongeren maar zoeken en zoeken naar iets wat bijna perfect moet zijn, terwijl dat helemaal niet realistisch is. Je moet accepteren dat mindere dagen er ook bij horen, in plaats van op zo’n moment weg te rennen naar weer iets nieuws.”

Op deze manier werkt de hunkering naar passie juist contraproductief, stelt Dijksterhuis. Van Liemt van de Erasmus Universiteit stemt daarmee in, en zou daarom willen pleiten voor een nieuwe norm – eentje waarin we streven naar duurzaam geluk in plaats van ‘bucketlist-achtige’ piekervaringen. Geluk zit hem veel meer in een bepaalde tevredenheid, zegt hij. „Lekker in je vel zitten, bijvoorbeeld. Het zit veel minder in die kortstondige pieken, die bovendien telkens maar weer hoger moeten zijn om hetzelfde genot te ervaren.”

Voor de duidelijkheid: de werkgelukexperts zeggen niet dat streven naar een baan waarin je passie ligt, verkeerd is. De voordelen zijn namelijk klip en klaar: mensen die werken vanuit hun passie zijn gelukkiger in werk en privé, minder vaak ziek en trotser op hun werkgever. Máár: het mag soms wel iets realistischer, zeggen ze. Een tijdelijke baan zonder veel passie, vanwege een crisissituatie, is gewoon nooit een verkeerd idee.

Al moet je ook dan blijven oppassen dat zo’n keuze niet doorschiet in het extreme: een ‘bore-out’ – een burn-out door extreme verveling. Drie weken lang elke dag met tegenzin naar je werk gaan, is volgens Dijksterhuis een stevig signaal. Gea Peper zegt dat je moet gaan opletten wanneer je thuis aan de keukentafel geen zin hebt om te vertellen hoe je dag was. „Sommige mensen kunnen dat heel lang volhouden, en vinden misschien dat ze niet moeten zeuren omdat ‘werk nu eenmaal niet leuk is’. Maar werkgeluk is geen luxeproduct. Ook in tijden van crisis mag je daar, uiteindelijk, wel naar streven.”