Foto Olivier Middendorp

Interview

Vincent Rietveld gaat uitstootvrij met de fiets op theatertour

Vincent Rietveld Vincent Rietveld van De Warme Winkel maakt een voorstelling over de klimaatcrisis, met ascese als uitgangspunt. „Consuminderen is kut natuurlijk. Wij zoeken naar een manier om er plezier aan te beleven.”

‘Ik koop geen nieuwe kleren meer. Mijn vriendin vindt af en toe iets bij het vuilnis. Dat plak ik dan dicht met Gaffertape en dan loop ik er toch mooi bij. Of ik koop iets in een tweedehandszaak en dan loop ik in een spijkerbroek van iemand uit Waalwijk. Daar haalt de handelaar zijn spullen, weet ik toevallig. Ik breng het allemaal in praktijk in mijn eigen leven.”

Met ‘allemaal’ refereert acteur en theatermaker Vincent Rietveld aan de strijd tegen de klimaatcrisis, waar hij als kernlid van theatercolllectief De Warme Winkel de voorstelling Afscheidstournee over maakt. Hij heeft er ruim een uur over verteld in de kale nis waar hij de voorstelling heeft geschreven: op de eerste verdieping van een verlaten en vervallen kantoorpand in Amsterdam, dat als zoveel vergelijkbare panden in Nederland het voorlopig domein is van artistieke ondernemers. Soberheid is troef: zo te voelen staat de kachel uit.

Ook de productie van de voorstelling is uitstootvrij. De tournee doen de drie makers (gastacteur Rob Smorenberg en technicus Manuel Boutreur vergezellen hem) op de fiets. Het decor past in een fietskar.

Vincent Rietveld (linksboven), gastacteur Rob Smorenberg en technicus Manuel Boutreur gaan vanuit Amsterdan op de fiets op tournee
Foto Olivier Middendorp
Foto Olivier Middendorp
Foto Olivier Middendorp
Vincent Rietveld (linksboven), gastacteur Rob Smorenberg en technicus Manuel Boutreur gaan vanuit Amsterdan op de fiets op tournee
Foto’s Olivier Middendorp

Afgelopen maandag vertrokken ze naar Tilburg, waar de voorstelling gemonteerd wordt. Rietveld: „Ik heb niet meer in de auto gezeten sinds we zijn begonnen.” Ze trekken twee dagen uit voor de 120 km. „Eerst dacht ik: lekker sporten, fit zijn. Maar daar gaat het project niet over. De technicus is ook een amateurfilosoof en die zei: ‘We moeten ons niet haasten. Het gaat, ook onderweg, over kijken, ons verwonderen en ons verliezen in het landschap’.”

Een vooraf opgenomen film over de mannen op de fiets vormt het begin van de voorstelling. Elke fiets heeft een verhaal, aldus Rietveld. „Mijn fiets is de reservefiets van Joost Posthuma uit de Tour de France van 2006. Voor de Rabobank, sponsor van de wielerploeg, maakte ik reclamefilmpjes – in mijn duister verleden.”

Alleen zijn pretoogjes verraden hem als hij zoiets zegt. Rietveld is, hoe serieus hij deze keer ook klinkt, een groot ironicus, met altijd een overdrijving of grap paraat. „Met andere celebrities zoals Joop Zoetemelk, mocht ik de Tour bezoeken. We gingen de Courchevel op, maar ik had geen fiets. Toen mocht ik deze fiets lenen. Die heb ik een jaar later, toen ze nog een keer iets van me wilden, gevraagd en gekregen.”

Afscheidstournee is de tweede semi-solo die Rietveld maakt bij De Warme Winkel. De eerste was Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or, een voorstelling over het willen winnen van de hoogste toneelprijs, waarbij een koor van vijf jonge acteurs zijn tegenspeler vormde. Het zou het eerste deel zijn van een trilogie over antwoorden op de overbevolking van de planeet en het bijkomende gevoel van overtolligheid: excelleren om je te onderscheiden van de massa. In de aankondiging van het al even ironisch getitelde Afscheidstournee suggereert Rietveld dat ascese een probaat middel is om de klimaatcrisis tegen te gaan.

Ascese is niet de eerste associatie die ik bij je heb. Je lijkt me eerder een jongen met een goede wijnkelder dan met een moestuin.

Rietveld lacht: „Dat komt door mijn gedrag en karakter en mijn dikke buik, denk ik.”

Dat zijn veel aanwijzingen.

„Het eerste deel ging over excelleren en dan moet je ook niet direct aan mij denken waarschijnlijk. Die titel droop van de ijdelheid. Ik onderzoek termen als excelleren en ascese in verhouding tot overbevolking. De klimaatcrisis houdt me oprecht bezig. De vraag is alleen of je er ook op een kunstzinnige manier mee bezig kan zijn.

„Ascese is alles minder doen. Dat klinkt negatief. Consuminderen is ook kut natuurlijk. Alleen maar zeggen: dit mag je niet hebben, dit mag je niet doen. Dus met dit project zoeken we naar een positieve dimensie van het minderen, naar een manier om er plezier aan te beleven. Door anders te kijken en anders te produceren.”

Waarom houdt het milieu je zo bezig?

„Omdat ik kinderen heb. Omdat we afstevenen op een waanzinnige catastrofe. Mijn vuur wordt ook gevoed door de liefde voor schoonheid.”

Schoonheid en klimaat?

„De natuur! Het grote wonder van de witte neushoorn die wij nooit meer zullen zien. Die er miljarden jaren over heeft gedaan om een witte neushoorn genoemd te worden. Al die wonderen die we als vanzelfsprekend ervaren.”

Je bent natuurliefhebber?

„Euh, ja. Maar ik ken ook mensen waarbij ik schril afsteek als liefhebber. Ik kan je niet zeggen welke paddenstoel je wel of niet kan eten.”

Waarom die liefde voor de natuur?

„Ik ben opgegroeid in een gezin waarin dat vanzelfsprekend was. Mijn vader had in Driebergen een studiecentrum in biologisch-dynamische landbouw. Maar ik vind het eigenlijk een rare vraag. Ben jij geen natuurliefhebber?”

Je vader gaf het voorbeeld?

„De krukjes in de voorstelling zijn geïnspireerd op de krukjes die hij gebruikte bij het melken van onze koeien. We hadden drie koeien, genoemd naar klasgenoten van mijn broer: Cecile, Susan, Tamar. Ik heb zelf ook met de hand de koeien gemolken.”

Heb je dan toch een moestuin?

„Nee. Ik was wel enthousiast over een gemeenteperkje dat niet werd gebruikt. Daar heb ik toen Covid uitbrak aardappelen gepoot. Ik dacht: dat wordt lachen in het najaar. Of ik moet lachen omdat ik dit gedaan heb of omdat ik de enige ben die nog te eten heeft. Ik heb gelachen: ik heb er tien kilo uitgehaald.

„Ik oriënteer me op voedselbossen. Ik ben gaan kijken bij Voedselbos Ketelbroek bij Groesbeek. Het meest inspirerende lijkt me om vergiftigde grond te kopen en daar iets van te maken. Het Nederlandse landschap is één grote gifakker waar geen bloem meer groeit en geen bij meer vliegt. Dat in de landbouw de menselijke maat terugkeert, is belangrijk. Dat zijn de thema’s die ik onderzoek en die probeer ik tot een mooi bolletje te vlechten.”

Hoe vermijd je dat je het soort opinietheater maakt waar je je in je vorige voorstelling nog tegen afzette?

„Alles wat wij doen, blijft kunst. Je mag mij ook niet pakken op wat ik op het toneel zeg, want het is een voorstel, een onderzoek, een verhaal. Zo voorkom ik hopelijk dat ik een dominee word.

„Ascese is alleen het kader van de voorstelling, niet het onderwerp. De vraag is hoe we toch, met weinig middelen, een leuke voorstelling kunnen maken. Leuk is nu synoniem voor vervuilen, naar Bali vliegen. Onze vraag is: kan het leven, kan kunst, ook op een andere manier leuk zijn?”

Mensen overtuigen is niet het doel?

„In het theater zie ik iedereen al als medestanders. Anders krijg je sowieso zinloze discussies, want het probleem is te veelomvattend. Iemand die goed wil doen, kun je bij dit onderwerp ook makkelijker onderuithalen dan iemand die cynisch is.

l „Ik hou me daarom vast aan de uitspraak: ‘Je moet het goede niet verwijten dat het niet beter is.’ Dat is ook lekker om tegen jezelf te zeggen. Want ik heb bijvoorbeeld een auto, omdat je twee kinderen niet allebei achterop de fiets kan hebben.

„Het is een elektrische auto, symptoom van het feit dat we onze groene lifestyle kopen. Voorop bij veel veranderingen staat dat we willen blijven leven zoals we nu leven. En dat leven maken we groen. Ascese is daarentegen: niet doorgaan zoals we gewend zijn.”

Hoe doe je dat?

„Rob is in deze voorstelling de asceet. Hij is de leraar, ik de leerling. Het wordt niet zo gezegd, want ik zie de personages als een metafoor, zoals het podium een metafoor is voor de wereld. Ik ben de westerse mens met dat consumptieprobleem, die leeft alsof er drie planeten zijn.”

‘Ik twijfel wel eens of ik zo hard nodig ben’

Zit de overtolligheid je ook persoonlijk dwars?

„Soms. Op de toneelacademie en in de kunst ligt het accent enorm op het individu en op jouw ontwikkeling. Je wordt behandeld alsof er iets groots in je gaande is wat absoluut naar buiten moet.” Hij lacht. „Het idee dat je een fontein van overvloed bent, hou je natuurlijk niet je leven lang vol. De Warme Winkel heeft in het theater een zekere positie bereikt, maar onze plek gaat weer ten koste van anderen. En dan twijfel ik wel eens of ik zo hard nodig ben.”

Waarom ben je ooit theater gaan maken?

„Na mijn middelbare school ging ik een jaar naar Zuid-Amerika om te bedenken wat ik wilde, maar ik wist het daarna nog niet. Een goede vriend van mij was econometrie gaan studeren in Groningen. En Walter Bart [van theatercollectief Wunderbaum, red.], ook een goede vriend, was naar de toneelacademie in Maastricht. Dus ik ging econometrie studeren in Maastricht. Maar via Walter kwam ik toch bij de academie terecht. Dat leventje sprak mij veel meer aan. De meisjes waren mooier, de feestjes waren beter. Het heeft tot ver in de opleiding geduurd voor ik zelf begreep wat ik daar deed.”

Dus niet aangestoken door toneelbezoek op je twaalfde?

„Ik ben wel goed opgevoed hoor. Mijn ouders namen me één keer per jaar mee naar Dirk Tanghe, en naar ballet en opera. Ik heb zelfs een toneelgroepje gehad op de middelbare school, maar meer door andermans enthousiasme.

„Ik denk wel eens na over wat ik zou doen als ik geen acteur was. Dan zou ik in de voetsporen van mijn vader treden. Ik kan mezelf goed voorstellen op een eigen boerderij.”

De Warme Winkel: Afscheidstournee. Tournee: 19/11 t/m 29/1. Inl: dewarmewinkel.nl