Lars 'Snelle' Bos (l) en Thomas Acda

Foto’s Andreas Terlaak

Interview

‘Ik heb nu geleerd met weinig woorden veel te zeggen’

Snelle en Thomas Acda Lars ‘Snelle’ Bos (25) veranderde in korte tijd van rapper in een zanger van het melancholieke Nederlandse lied. Hij nam een single op met zijn grote voorbeeld: Thomas Acda (53). „Dit is wat het dichtste bij me staat.”

Lars ‘Snelle’ Bos (25) uit het Gelderse Gorssel, vertelde het na zijn grote doorbraak in 2019 – eerst als rapper, daarna als zanger – aan iedereen die het horen wilde. Zijn grote voorbeeld in de muziek is zanger, acteur en schrijver Thomas Acda (53).

Snelle, onder meer bekend van grote hits als ‘Reünie’, ‘Scars’, ‘Smoorverliefd’ en ‘Lippenstift’ (met Marco Borsato), en zijn een jaar geleden op nummer 1 in de albumlijst binnengekomen debuutalbum Vierentwintig, groeide als kind op met de muziek van Acda & De Munnik. Als puber kwam daar rap bij, vertelde Snelle vorig jaar aan NRC. „Dat was cool. Ik kon op school niet met Acda en De Munnik aankomen.”

Inmiddels kennen de twee elkaar. Thomas Acda reikte Snelle op televisie een platina plaat uit, en ze traden begin dit jaar twaalf keer samen op tijdens de concertenreeks Vrienden van Amstel LIVE. Snelle appt regelmatig zinnen en schetsjes van liedjes naar Acda om te checken of ze, zoals hij dat noemt, ‘Thomas Acda-proof’ zijn.

Nu is er voor het eerst een gezamenlijke song. Op Snelles nieuwe EP Sebastiaan staat het nummer ‘Papa Heeft Weer Wat Gelezen’. Een pakkend lied in driekwartsmaat waarin de twee elkaar afwisselen bij een stemmige akoestische gitaar, slepende drums en in de brug aanzwellende pianotonen.

Hun eerste gezamenlijke nummer begon met die ene zin die ook de titel werd, vertellen de twee zangers in een zoom-sessie. Een terloopse opmerking van Acda, die zijn zoon toesprak over de risico’s van online persoonlijke foto’s delen. Waarop zijn zoon hem aankeek en Acda zei: „Ja, papa heeft weer wat gelezen.”

Acda appte de zin naar Snelle vlak voordat ze in New York voor het eerst samen in de studio aan muziek zouden gaan werken. Snelle: „Die zin was het enige wat je had, samen met de akkoorden.”

Waarom was ‘Papa heeft weer wat gelezen’ een zin die bleef hangen?

Acda: „De zin maakte mij duidelijk dat Lars veel jonger is dan ik en ik op mijn leeftijd niet mee moet willen doen met de jeugd. Er moet afstand zijn. De zin heeft iets zieligs in zich. Ik was eerder in New York en heb met gitaar de basis van het nummer geschreven en gefloten. De zin betekende iets maar wat precies, dat mocht Lars verder uitzoeken. Hij heeft er een andere draai aan gegeven. Voor mij zat er een verwijt in de zin, maar Lars stelt zijn vader in de tekst gerust. Dat is een mooie kruisbestuiving in het lied.”

Snelle: „Het was spannend voor mij. Ik wilde wel mee op het niveau van Thomas.”

Acda: „Je vulde het meesterlijk in.” Hij citeert een stukje uit de liedtekst: „Vaak haalt alleen wat gevreesd en geweest is de krant – dat is een wijze zin.”

‘Voor mij zit in de zin ‘Papa heeft weer wat gelezen’ een verwijt. Maar Lars heeft er een andere draai aan gegeven: hij stelt zijn vader in de tekst gerust’

Snelle: „Die heb jij geschreven toch?”

Acda: „Jij kwam ermee. Ik heb hem in ritme gelegd.”

Jullie appen elkaar vaak zinnen. Wanneer is een zin het waard die naar de ander te sturen?

Acda: „Een zin is goed als hij ruimte voor interpretatie overlaat.”

Snelle: „Als je er twee keer over na kunt denken. Een zin die je makkelijk meezingt maar die dieper is dan je in eerste instantie denkt.”

En wanneer is een zin, zoals jij dat noemt, ‘Thomas Acda-proof’?

Snelle: „Wanneer de zin beeldend is, iets oproept, een emotie opwekt en je meteen iets voor je ziet. Ik stuur Thomas vooral zinnen om te horen hoe hij ze interpreteert. Vaak is dat niet wat ik in eerste instantie bedoelde. Dat geeft me weer meer ruimte bij het nadenken over de volgende zin.”

In New York werkten jullie voor het eerst samen in de studio. Hoe ging dat?

Acda: „Ik viel als vanouds in een goede stem – ik vond het fijn hoe mijn stem bij de zijne paste. We konden moeiteloos koren stapelen en contramelodieën zingen. Het is een sterke song geworden. Een symbiose van twee mensen die in gesprek zijn, maar dan gezongen.”

Hoor je in Snelles muziek terug dat je een muzikale inspiratiebron voor hem bent?

Acda: „Ik hoor het in sommige muzikale keuzes – je hoort een gitaar, een mondharmonica. Wat ik vooral terughoor, is het achter de tel zingen – dat doet hij geweldig. Paul (de Munnik) en ik deden dat ook. Hij doet dat heel rustig en kan er ook mee spelen. Dat is echt knap. Paul en ik deden er een jaar of tien over voordat we dat begrepen.”

Snelle: „En ik heb weer tien jaar kunnen horen hoe zij dat deden.”

Snelle is nog maar kort zeer succesvol als muzikant maar heeft er artistiek al een behoorlijke metamorfose opzitten. In zijn doorbraakjaar 2019 veranderde hij in een paar maanden tijd van een rapper met een frisse, nonchalant-opschepperige stijl in een zanger van het meer melancholieke Nederlandse lied.

„Ik wilde altijd al de muziek maken die Paul en Thomas maakten”, vertelt Snelle. „Maar ik was puber en het moest allemaal cool, dus ging ik rappen. Maar ik heb altijd de drang gehad liedje-liedjes te maken.”

Je brak door via hiphop-platforms maar hebt rap inmiddels grotendeels achter je gelaten.

Snelle: „Als ik nu iets een stuk minder ben, is het hiphop. Ik luister heel de dag John Mayer, vroeger luisterde ik heel de dag Hef. Maar ik luisterde altijd al Acda & De Munnik. Als je me vijf jaar geleden had gevraagd met wie ik een song zou willen maken, had ik Thomas gezegd. Dit is het ultieme en wat het dichtste bij me staat. Dit is wat ik wil maken. Ik schreef altijd te veel tekst en ramde mijn rapnummers helemaal vol. Ik heb nu geleerd met weinig woorden veel te zeggen en alleen de beste stukjes te gebruiken.”

Hoe begint het schrijven van een lied meestal voor jullie?

Acda: „Ik heb een kast vol scrapbooks met ideeën, daar plak ik alles in.”

Hij pakt lukraak een notitieboek uit een kast in zijn werkkamer, vol knipsels, aantekeningen en post-its, en leest wat fragmenten voor. „Soms schrijf ik een lied in flarden en plak ik de losse stukjes aan elkaar. Maar ik verzamel ook artikelen die ik grappig vind, foto’s en andere dingen die me inspireren. Op een dag moet ik een lied schrijven en dan kijk ik in een van deze boeken en denk: dit is een goede zin om mee te beginnen.”

Snelle: „Ik werk de laatste tijd veel met voicenotes. Vroeger schreef ik ideeën op in mijn notities maar ik moet ook de melodie onthouden. Wanneer ik alleen de tekst nog weet, heeft het niet meer dezelfde emotie. Dus zing ik mijn ideetjes in op mijn telefoon: een melodietje, wat brabbeltaal. Daar begint het mee.”

Bij wat voor muziek of wat voor klanken gaan de zinnen het eenvoudigst stromen?

Snelle: „Ik schrijf alleen nog maar bij gitaar. Een paar melancholische akkoorden, en dan is het meteen raak. Ik ga lekker op een country-achtig randje, wat rollende hi-hats en trappy drums, een organische baslijn. Maar wanneer ik schrijf, hoor ik het liefst zo weinig mogelijk muziek. Eerst een minuut alleen een organische gitaar, en dan later in het nummer wat bas of drums erbij. Dan ga ik naar buiten, en loop ik rond met dat op mijn oren. Er moet genoeg overblijven om zelf uit te vogelen.”

De EP Sebastiaan van Snelle met het nummer ‘Papa heeft weer wat gelezen’ is nu uit.