De Formule 1 maakt voor geld controversiële keuzes

Autosport De Formule 1 gaat in 2021 voor het eerst naar Saoedi-Arabië. Net als de plannen voor een race in Rio levert dat kritiek op.

De blauwgroene billboards van Aramco zijn sinds dit jaar te zien op en rond de circuits. Het Saoedische staatsoliebedrijf is voor tientallen miljoenen euro’s per jaar sponsor van de Formule 1.
De blauwgroene billboards van Aramco zijn sinds dit jaar te zien op en rond de circuits. Het Saoedische staatsoliebedrijf is voor tientallen miljoenen euro’s per jaar sponsor van de Formule 1. Foto Alejandro Garcia /EPA

In de Formule 1 zijn dit jaar overal regenbogen. Ze zijn het symbool van #WeRaceAsOne, een campagne die de sport in de zomer lanceerde tegen racisme en ongelijkheid. De regenbogen staan op auto’s, op posters en op borden langs de circuits. Volgend seizoen zijn ze ook te zien bij de eerste F1-race in Saoedi-Arabië – een land dat openbare onthoofdingen organiseert, vrouwen onderdrukt en kritische journalisten vermoordt.

De uitbreiding naar Saoedi-Arabië, die vorige week bekend werd, kwam de Formule 1 op kritiek te staan. Ondanks de hooggestemde idealen uit de regenboogcampagne blijft maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de raceklasse een heikel punt.

Dat er de afgelopen tijd tussen de Formule 1 en Saoedi-Arabië een warme band is ontstaan, was al zichtbaar. Langs de circuits verschenen pontificale blauwgroene billboards van staatsoliebedrijf Aramco, voor tientallen miljoenen euro’s per jaar F1-sponsor. En nu ligt er dus een meerjarig contract om te gaan racen in Saoedi-Arabië. In eerste instantie op een stratencircuit langs de Rode Zee in Jeddah, en later op een nog aan te leggen permanent parcours. F1-topman Chase Carey was bij de aankondiging enthousiast over het „potentieel om nieuwe fans te bereiken” en de „ongelofelijke en historische locatie” voor de race.

Lees ook deze column van Lotfi El Hamidi: Saoedi-Arabië is niet zo erg als we denken

Mensenrechtenorganisaties zijn minder blij. „Het ironische aan een Saoedische grand prix is dat de mensen die gevochten hebben voor het recht van vrouwen om een auto te besturen, nu zelf wegkwijnen in de gevangenis”, zei Felix Jakens van Amnesty International. Hij doelt onder anderen op Loujain al-Hathloul, een vrouwenrechtenactivist die sinds 2018 in de gevangenis zit, waar ze ook is gemarteld.

Hoewel het streng religieuze Saoedi-Arabië de afgelopen jaren wat hervormingen heeft doorgevoerd, vinden er volgens Amnesty en Human Rights Watch onverminderd grootschalige mensenrechtenschendingen plaats. Critici van het regime worden achter de tralies gezet. Feminisme, atheïsme en homoseksualiteit gelden als extremistisch gedachtegoed, waar gevangenisstraffen en zweepslagen op staan. En in 2018 vermoordden Saoedische geheim agenten in Istanbul de dissidente journalist Jamal Khashoggi, vermoedelijk in opdracht van kroonprins Mohammed bin Salman.

Apartheid

Landen met twijfelachtige mensenrechtenreputaties zijn bekend terrein voor de Formule 1. Ondanks de apartheid bracht de sport tot diep in de jaren tachtig jaarlijks een bezoek aan Zuid-Afrika. Na de eeuwwisseling verschenen er races op de kalender in staten als Azerbeidzjan, Bahrein, China, Rusland en de Verenigde Arabische Emiraten. Aanjager van die deals was toenmalig F1-baas Bernie Ecclestone, die ooit Adolf Hitler prees als iemand die „dingen voor elkaar kreeg”.

Een meer recente controverse draait niet om mensenrechten maar om een stuk regenwoud bij Rio de Janeiro. Zowel de Formule 1 als de Braziliaanse president Jair Bolsonaro steunen momenteel een plan om de grand prix te verplaatsen van São Paulo naar een nog te bouwen circuit nabij Rio. Daar moeten 70.000 bomen voor worden gekapt – wat nogal in contrast staat met het streven van de Formule 1 om in 2030 CO2-neutraal te zijn. „Ik heb gehoord dat het mogelijk duurzaam gedaan kan worden”, zei wereldkampioen Lewis Hamilton vorige maand over de belofte van de Brazilianen om elders nieuwe bomen te planten. „Maar het duurzaamste dat je kunt doen, is die bomen gewoon niet omhakken.”

De reden dat maatschappelijke verantwoordelijkheid in de Formule 1 soms naar het tweede plan verdwijnt, laat zich raden: geld. De organisatie in Rio biedt naar verluidt ruim drie keer zo veel om de race te mogen organiseren dan São Paulo. En rijke, ondemocratische regimes in oliestaten kunnen de sport zoveel geld toestoppen als ze maar willen, want ze hoeven geen verantwoording af te leggen over hun uitgaven. Dat maakt hen voor de Formule 1-organisatie, een beursgenoteerd bedrijf op zoek naar groei, interessanter dan westerse landen waar race-organisatoren doorgaans niet op overheidssteun kunnen rekenen.

Vooral landen als Saoedi-Arabië hebben alle reden om enorme bedragen uit te trekken voor het binnenhalen van prestigieuze sportevenementen. „Dit hoort allemaal bij een cynische strategie om de aandacht af te leiden van mensenrechtenschendingen”, zei Minky Worden, directeur sport van Human Rights Watch, na de aankondiging van de race in Jeddah.

Sportswashing

Regimes met een slechte reputatie proberen hun imago wel vaker op te poetsen door internationale sportwedstrijden te organiseren in imposante, hypermoderne stations. In het kader van deze zogenoemde sportswashing sleepte Qatar bijvoorbeeld het WK voetbal binnen. Saoedi-Arabië was gastheer van de Spaanse Supercup en organiseerde de Dakar Rally.

Prominenten uit de Formule 1 hopen dat de race in Saoedi-Arabië een aanzet kan vormen tot verbetering van de mensenrechtensituatie. „We moeten ergens beginnen”, zei Mercedes-teambaas Toto Wolff. Tijdens een eerder bezoek aan een Formule E-race in Riad was hij onder de indruk „van de veranderingen” die hij daar had gezien. „Er was geen segregatie, vrouwen en mannen genoten samen van het evenement.”

De vraag is of er door de komst van de Formule 1 ook echt iets zal veranderen. In zijn officiële mensenrechtenverklaring belooft de Formule 1 eventuele misstanden met gastlanden te bespreken. Of dat ook in Saoedi-Arabië is gebeurd en welke concrete resultaten dat heeft opgeleverd, zegt de F1-organisatie niet. Evenmin is duidelijk of rond de race in Jeddah minder strenge regels zullen gelden, bijvoorbeeld over verplichte lichaamsbedekking voor vrouwen. De Formule 1 reageerde niet op vragen van NRC.

Alleen door volledige openheid van zaken te geven kan de Formule 1 zijn critici geruststellen. „Ze moeten uitleggen hoe de mensenrechtensituatie in Saoedi-Arabië zal verbeteren door de aanwezigheid van de Formule 1”, aldus Minky Worden van Human Rights Watch. „Fans, media en raceteams moeten duidelijk maken dat hun sport niets te maken mag hebben met zulke serieuze mensenrechtenschendingen.”