Dankzij juf Daisy kan Nuhaila nu al beter lezen

Serie passend onderwijs Op basisschool De Vuurvogel in Helmond krijgen kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, drie ochtenden in de week les in de X-tra klas. Dat werkt.

Juf Daisy met haar leerlingen uit de X-tra klas van basisschool De Vuurvogel in Helmond. Kinderen die meer ondersteuning nodig hebben, krijgen speciale lessen op vaste uren in een aparte klas.
Juf Daisy met haar leerlingen uit de X-tra klas van basisschool De Vuurvogel in Helmond. Kinderen die meer ondersteuning nodig hebben, krijgen speciale lessen op vaste uren in een aparte klas. Foto Merlin Daleman

Nuhaila (12) zit sinds het begin van dit schooljaar in de ‘X-tra klas’ van juf Daisy en ze kan „nu al” beter lezen, vertelt ze met een stralende lach. Ze woont drie jaar in Nederland en vindt de taal soms lastig. „Maar juf Daisy zegt: hoe meer fouten je maakt, hoe beter je leert.”

Haar klasgenootje Lia (12) zit twee jaar bij juf Daisy en ging met rekenen van het niveau van groep vier naar het niveau van groep zeven. „In mijn gewone klas vond ik rekenen steeds moeilijker en moeilijker en kon ik niet meer meedoen”, zegt Lia. „Van juf Daisy leer ik weer hoe ik moet leren. Ze legt het heel goed uit, op mijn niveau.”

„Ze kan heel goed helpen”, zegt Nuhaila. „En we hoeven ook niet de hele tijd te léren. We doen veel spelletjes. De juf maakt grapjes en ze wordt nooit boos.”

„Zelfs als je iets ergs doet, gaat ze rustig met je praten”, zegt Lia knikkend.

Nuhaila („half Spaans, half Marokkaans”) en Lia („half Portugees, half Frans”) zijn leerlingen uit de X-tra klas van basisschool De Vuurvogel in het Noord-Brabantse Helmond. Drie ochtenden per week krijgen ze, samen met twaalf andere leerlingen uit groep 7 en 8, extra ondersteuning van juf Daisy Mertens.

Basisschool De Vuurvogel staat in een multiculturele wijk. Veel oude arbeiderswoningen, veel sloop en renovatie, weinig groen. De school kent een „behoorlijk leerlinggewicht”, zegt directeur Marcel van Rijt in het handvaardigheidslokaal. Hij bedoelt: zijn school heeft veel leerlingen die extra aandacht nodig hebben. Ze hebben vaker een taalachterstand, omdat er thuis niet altijd goed Nederlands wordt gesproken. Of omdat de ouders zo veel moeten werken om het hoofd boven water te houden dat er minder tijd is hun kind te helpen.

Een taalachterstand betekent niet alleen dat lezen lastig is. Ook rekenen is moeilijker als je niet goed kunt lezen.

Naast taalachterstand heeft de school relatief veel leerlingen die, zoals Van Rijt het omschrijft, „het niveau hebben handelend te werken”. „In Nederland”, zegt hij, „zijn we erg gericht op kinderen die na de basisschool naar de havo of het vwo gaan. Ze werken met hun hoofd, daar is de meeste lesstof op gericht. Hier hebben we veel kinderen die leren vanuit de praktijk, met hun handen. Die moeten we ook voorbereiden op de rest van hun leven”.

Lees ook ons eerste deel over passend onderwijs: Het passend onderwijs is na zes jaar nog geen succesverhaal

Hoe doe je dat? Voor Van Rijt en zijn team was het „een zoektocht” binnen de grenzen van wat sinds 2014 passend onderwijs heet. Kern: kinderen met leer- en gedragsproblemen of een lichamelijke handicap gaan zoveel mogelijk naar een ‘gewone’ school en draaien mee in de klas. Alleen leerlingen die zeer intensieve begeleiding nodig hebben, worden doorverwezen naar speciaal onderwijs.

Een mooie gedachte, maar de praktijk is weerbarstig. Voor leraren met klassen van dertig leerlingen zijn de gemiddeld vier tot vijf leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben vaak de spreekwoordelijke druppel. Ze wíllen wel, maar hebben niet de tijd of de expertise deze leerlingen goed te helpen, bleek vorige maand uit een enquête (onder 2.500 leraren) van Lerarencollectief, de beroepsvereniging voor het primair onderwijs.

Ook op De Vuurvogel botsten ideaal en praktijk. De school kreeg extra geld voor ondersteuning ín de klassen, maar dat werkte niet goed, zegt Van Rijt. „Al die verschillende niveaus in een klas maakten dat de kinderen die niet goed konden meekomen buiten de boot vielen. Hoe meer je de lessen kunt afstemmen op een kind, hoe beter ze mee kunnen doen. Maar dat gaat niet in een klas met dertig kinderen.”

Leerlingen van juf Daisy werken aan een eigen opdracht met als thema: uitvindingen en machines. Foto Merlin Daleman

Uitstelgedrag

Zie het zo, zegt Daisy Mertens: als jij als volwassene wekenlang iets moet doen wat eigenlijk te moeilijk voor je is, word je onzeker en ga je uitstelgedrag vertonen. Dat gebeurt ook in de klas. „Kinderen gaan dan bijvoorbeeld heel vaak naar de wc. Ze zijn minder betrokken en worden verbaal agressief. Zeggen dat de les saai is, terwijl ze het eigenlijk te moeilijk vinden.”

Twee jaar geleden bedacht de school daarom de X-tra klas: de kinderen die meer ondersteuning nodig hadden, kregen voortaan speciale lessen op vaste uren in een aparte klas, onder leiding van Daisy Mertens.

Er wordt intensief samengewerkt met docenten uit het speciaal onderwijs en bedrijven uit de omgeving. De lessen zijn praktisch, maar laten de kinderen ook oefenen met rekenen en taal.

Deze maandag is de klas in vier tafelgroepjes verdeeld, die alle vier een eigen opdracht moeten maken. Het thema: uitvindingen en machines. De groep van Lia en Nuhaila maakt een pantograaf, de andere groepen maken hun eigen gel, tandpasta en een weegschaal.

Tussen het knutselen door leren ze haast ongemerkt beter lezen en lastige teksten te begrijpen door te herhalen en nog eens te herhalen. „Ieder kind kan leren lezen”, zegt Mertens. „Bij sommige kinderen kost het alleen meer tijd.”

Ze leidt de les strak, met duidelijke regels. Als iemand aan het woord is, is de rest stil en kijkt naar de spreker. En als Mertens in haar handen klapt en haar linkerhand in de lucht steekt, is iedereen direct stil. „Focus!”

Mertens loopt rond, staat bij elk groepje stil, prijst uitbundig – „Wat knap dat jij ‘benodigdheden’ zo goed kunt lezen, meid” – en blijft herhalen: „Josina, wat heb je begrepen van de uitleg?”

„Dat je weet wat je nodig hebt om tandpasta te maken.”

Lees ook: Passend onderwijs werkt niet, zeggen leraren basisschool

„Goed zo. Weet jij ook wat je nodig hebt, Kenan?”

Kenan (9) haalt zijn schouders op. Hij zoekt in een doos met onderdelen en kijkt nog eens op het papier met de instructies. Knutselen is zijn „lievelingsding”. Thuis bouwt hij van alles van lege dozen. Nu moet hij samen met Djailana (10) een weegschaal bouwen. „Ik kan thuis in vijf minuten een Lego-auto in elkaar zetten”, zucht hij. „Maar dit gaat niet zo snel.” Djailana: „We moeten eerst sorteren, Kenan.”

Na de les mogen de kinderen de les evalueren en een cijfer geven. „Ik vind dat het heel goed ging”, zegt Lia, „want iedereen deed mee, ik geef een tien”. Eens, zegt Mertens. „Ik geef ook een tien. Jullie hebben hard gewerkt en goed samengewerkt. En nu terug naar jullie eigen klassen.”

Mertens pauzeert even later met een kaki en crackers met roomkaas. Haar lessen zijn intensief, zegt ze. Ze is „voortdurend aan het observeren”. Wat gebeurt er? Doet iedereen mee? Haakt er niemand af?

Een leerling ging in zes maanden zestien maanden in niveau vooruit

Daisy Mertens, leerkracht

„Je moet de kinderen zíén”, zegt ze. „Echt zíén en echt luisteren. Weten wat er achter een vraag zit. De bal terugleggen: wat denk je zelf? Daar leren ze van en ze voelen zich serieus genomen.”

De school wordt geprezen om deze aanpak. Begin oktober mocht De Vuurvogel als enige Nederlandse school een presentatie geven tijdens de World Education Week, een online onderwijsconferentie met honderd scholen uit 45 landen. Mertens haalde anderhalf jaar geleden de toptien in de verkiezing van de beste docent ter wereld.

Veel scholen die worstelen met passend onderwijs kijken likkebaardend naar de aanpak van De Vuurvogel. Maar, zegt zowel Mertens als directeur Van Rijt, hun X-tra klas is geen blauwdruk. „Het gaat erom dat je kijkt naar wat bij jouw school en jouw kinderen past”, zegt Mertens. „Je hebt bovendien een team nodig waarin ruimte is om dingen uit te proberen, waar je een beetje buiten de lijntjes mag kleuren. Toen ik drie jaar geleden tegen de grenzen van het passend onderwijs aanliep en het anders wilde aanpakken, zei Marcel direct: ga het maar doen. Dat tekent hem en ons team: er wordt niets van bovenaf opgelegd, het begint van onderop, vanuit vertrouwen. Precies zoals we met onze leerlingen omgaan.”

De X-tra klas was bedoeld als experiment, maar is een blijvertje. Er vallen minder kinderen uit en het gemiddelde niveau stijgt. „Ze groeien”, zegt Mertens. „Een leerling ging in zes maanden X-tra klas zestien maanden in niveau vooruit.”

De lessen voorkomen niet dat een enkel kind alsnog naar het speciaal onderwijs moet, maar de meeste kinderen kunnen nu op De Vuurvogel blijven. Dat is belangrijk, vindt Mertens. „Ze wonen hier in de wijk, hebben hier hun vriendjes. Deze school is hun veilige haven, waar thuis niet altijd een veilige haven is.”