Schep geen orde in tijdeloosheid

Het Meesterwerk Theaters, musea en concertzalen zijn weer dicht. Waarvan kun je, ook nu, nog wel genieten? NRC-recensenten gidsen je langs werken die afleiding bieden: tijdloos en coronaproof. Aflevering 4. Remco Campert: Gouden dagen.

Remco Campert als gelukkige peuter.
Remco Campert als gelukkige peuter. Foto collectie Literatuurmuseum

Het bewijs dat geluk en literatuur niet samengaan, werd in 1990 door Remco Campert geleverd. Zo ongeveer luidden de meningen over zijn dat jaar verschenen roman Gouden dagen. Hierin schrijft een man zijn memoires over het gelukkige leven dat hij leidde, en dat werd, vond de kritiek, geen goede literatuur.

De dagen dat we vinden dat elke schrijver een misantroop moet zijn die zijn personage in het ongeluk laat storten, zijn inmiddels voorbij. Zoals je je vroeger afzette tegen je ouders en achtergrond, zo doen we dat nu niet meer. We geven de voorkeur aan herkenning en milde spot. Nu de literaire kaarten anders geschud zijn: wat is er mooier dan een gelukkig leven, zoals de naamloze verteller in Gouden dagen denkt dat hij ze heeft beleefd?

Het lijkt een ideaal boek om ten tijde van corona in te vluchten, vooral voor jongeren, die volgens onderzoek veel last hebben van depressies. Maar het is ook een boek waarin Campert ons laat zien hoe je een gelukkig leven kan voorwenden: een Instagramtijdlijn avant la lettre.

De verteller neemt ons in zijn ‘instaposts’ mee naar de mooie, harde tijd bij zijn grootouders waar „de uitgediende koe” naar het slachthuis gaat en waar „de oude kromgebogen knecht die niet meer voldeed, maar dat weigerde in te zien, ten slotte door opa zelf op een kruiwagen werd geladen om in de berm buiten het terrein” gegooid te worden.

Zoals een goede influencer betaamt: de schone schijn wordt opgehouden met clichés en leugens. Wat mislukt, breng je als triomf, wanneer je belachelijk wordt gemaakt, zet je dat neer als teken van innige vriendschap. Wanneer je je ouders na jaren weer ontmoet, nadat ze je hebben weggedaan, dan ben je gelukkig met de hereniging.

Als grootse ideeën mislukken (een tunnel van Calais naar Dover is onhaalbaar omdat hij er per se een fiets- en voetpad in wil) ligt dat aan het gebrek aan visie bij de ander. En als je op ‘expeditie’ gaat naar een land in Afrika om het dagelijks leven van de ‘Toeboeloes’ te onderzoeken, dan is het een eer om aan de kant gezet te worden door de expeditieleider, Willem Buis, die verdacht veel lijkt op wijlen quizmaster Willem Ruys.

Gouden dagen, ooit ‘verguisd’ om al het geluk dat erin zat en de dikke lagen ironie en clichés, is een aanrader in coronatijd. Neem alleen al het stukje waarin de verteller de grootste klok ter wereld wil laten maken. Hij hoopt mensen de mond te snoeren die beweren nergens tijd voor te hebben. Iedereen is tegen de klok: te duur, het maakt alle klokken in de omgeving overbodig, de luchtvaart heeft er last van. Wanneer dat zo is, zit er maar één ding op: de tijd zelf aanpakken: „Bij mij ging steeds meer de gedachte overheersen dat de wereld zoals we die ervaren zich baadt in tijdeloosheid en dat het vechten tegen de bierkaai is om te proberen daar een naar mensenmaat gemeten orde in te scheppen.” In Gouden dagen wordt de tijd verslagen, en is dat deze dagen niet ieders grootste wens?