Pinbetalingen zijn een goudmijn voor economen

Van forecasting naar nowcasting Vrijdag verschijnen fraaie groeicijfers over het afgelopen derde kwartaal, maar de tweede coronagolf zorgt nu alweer voor krimp. Door de economische grilligheid is er grote behoefte aan recente cijfers. Hoe peilen economen de actuele economie?

Lex van Lieshout/ANP

Als hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS vrijdag de economische groei in het afgelopen derde kwartaal onthult, brengt hij fraaie cijfers. Na de krimp van 8,5 procent in het tweede kwartaal zat de economie deze zomer in een spectaculaire herstelfase.

Goed nieuws, maar ook alweer oud nieuws. De tweede coronagolf is onder ons. De economie krijgt een nieuwe terugslag.

De gevolgen van het virus zijn sneller dan de officiële cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het CBS komt 45 dagen ná het kwartaal met z’n eerste groeiraming. Dat is vrijdag. De coronagolf en de economische golf verlopen echter zo grillig dat beleidsmakers, ondernemers, beleggers en economen dringend behoefte hebben aan een actueler beeld.

Lees ook: Tweede golf, weer krimp economie

Vandaar dat ze voor de officiële cijfers uitkomen al houvast zoeken bij minder officiële gegevens. Welke snel en frequent beschikbare data geven betrouwbare indicaties over de economische actualiteit?

Zijn dat de gegevens over mobiliteit die Google openbaar maakt als een vorm van publieke dienstverlening? Helpen die om te zien of mensen naar winkels gaan of juist thuisblijven?

Of is de luchtvervuiling een goede indicator van vervoer en bedrijvigheid? De pinbetalingen van consumenten? Het aantal vliegtuigen van en naar Schiphol? Kun je cijfers krijgen van vacatureplatforms die iets zeggen over de arbeidsmarkt?

De economie vandaag

Zoals de internationale farmaceuten na de Covid-19-uitbraak de jacht openden op een werkend vaccin, zo jagen economen op snelle, ‘werkende’ cijfers. De een noemt dat alternatieve data. Een ander high frequency data. Of fast data. „Je zit dichter op de bal met die cijfers”, zegt econoom Bert Colijn van ING, die in zijn analyses regelmatig de Google-cijfers gebruikt over de mobiliteit van mensen in Europese landen en de VS. „Je hebt sneller een beeld van de economische stand van zaken. Dat heb je nu nodig. Een afzwakking in de economie deed er vroeger soms wel een jaar over om een recessie te worden. In maart gebeurde dat in een paar dagen.”

Economen en instituten als het Centraal Planbureau (CPB) en De Nederlandsche Bank (DNB) deden aan forecasting. Wat is de economie van morgen? Nu doen ze ook aan nowcasting. Wat is de economie vandaag?

De vraag naar hyperactuele kennis bestaat zeker niet alleen bij economen en raadgevers. Neem beleggers. Alternativedata.org, een website die als makelaar optreedt tussen aanbieders en vragers van alternatieve data, heeft de animo ervoor zien exploderen. Hedgefondsen – doorgaans frequent handelende beleggers – besteden inmiddels jaarlijks 1,7 miljard dollar (1,4 miljard euro) aan zulke ‘alternatieven’, tekende de Financial Times onlangs op. In 2017 was dat nog geen half miljard dollar.

Welke betrouwbare gegevens maken nu opgang? En wat heb je eraan?

Monopolie is weg

Sinds corona versnelt de frequentie waarin economische cijfers verschijnen. Het CBS houdt enquêtes en vraagt informatie van bedrijven. Deze gegevens komen na bewerking voor iedereen beschikbaar. Het tempo is verhoogd, beaamt CBS-hoofdeconoom Van Mulligen. Elke week komen nu bijvoorbeeld cijfers vrij over faillissementen. Dat was eens per maand. Samen met het Centraal Planbureau doet het snelle onderzoeken. Ook het CPB heeft zijn productie opgevoerd.

Maar hoe snel ze ook zijn, CBS en CPB zijn afhankelijk van andermans informatie. De data, ook de alternatieve data, zitten bij de bedrijven zelf. En die zien dat ze goud in handen hebben. Kijk naar ABN Amro en ING. Deze banken kennen de pinpasbetalingen van hun miljoenen klanten. Dat zijn aankopen in winkels, opnames van contant geld en het opladen van ov-chipkaarten. De digitalisering én de gezondheidsaanbeveling om met pinpas te betalen, leveren een schat aan informatie op. De grote banken hebben met 24 uur vertraging gegevens beschikbaar over de bestedingen van hun klanten.

Lees ook dit verhaal: De tweede golf doet de kooplust in Nederland geen goed

„De pinbetalingen zijn mijn favoriete alternatieve data”, zegt Nora Neuteboom, econoom bij ABN Amro. Ze doet nowcasting-onderzoek en werkt op universiteit King’s College in Londen aan een proefschrift daarover. „Pinbetalingen zijn de reële economie. Concrete cijfers, gebaseerd op actueel gedrag van consumenten, niet op verwachtingen of enquêtes. Vroeger moest je wachten op de CBS-cijfers. Nu kun je veel meer kleur geven aan je analyse van de economie.”

Bert Colijn van ING is inmiddels helemaal vertrouwd met de cijfers over mobiliteit die Google met hoge frequentie verschaft. Aan het begin van de pandemie bleken die cijfers bijvoorbeeld een heel bruikbare indicator van het bestedingsgedrag van Amerikaanse consumenten, vertelt hij. Colijn gebruikt ze sindsdien ook om een scherp beeld te krijgen van de economische fluctuaties in Europese landen. „De krimp van de Engelse economie met 20 procent in het tweede kwartaal was voor ons geen verrassing.”

Maar pas op, waarschuwt hij. Om te beginnen zijn die databestanden, zoals van Google, zo groot dat je door de details het echte overzicht verliest. En de Google-data hebben ten opzichte van CBS-cijfers één groot nadeel: ze zijn zó nieuw dat je niet kunt corrigeren voor seizoensinvloeden. Dat was reden voor Colijn de mobiliteitscijfers in de zomer geen prioriteit te geven. Maar sinds de nieuwe gedeeltelijke lockdown van 13 oktober in Nederland en de restricties in andere Europese landen kijkt hij weer vaak. „Het is heel interessant om te zien hoe en waar de maatregelen effect hebben.”

Vliegbewegingen zeggen weinig

Alternatieve data lijken soms veelbelovend, maar kunnen ook tegenvallen. Neuteboom hoopte dat de vliegbewegingen via Schiphol een indicatie konden bieden van bedrijvigheid en handel en van het vertrouwen van consumenten in de economie. Stijgende aantallen passagiers zouden de voorbode kunnen zijn van een opleving.

Helaas. Er zijn wel dagelijkse cijfers over vliegbewegingen, maar niet over aantallen mensen in die vliegtuigen. Neuteboom: „Je moet data, zeker als je geen toegang hebt tot de originele bron, altijd kritisch bekijken. We kwamen er achter dat er om een of andere reden ook bijna lege vliegtuigen van en naar New York gaan. Vliegbewegingen zeggen dus weinig over de economische activiteit.”

In Nederland staat officiële nowcasting nog in de kinderschoenen, maar in economische grootmachten als de VS, Duitsland en Engeland nemen centrale banken en universiteiten het voortouw.

De hoofdeconoom van de Engelse centrale bank, Andrew Haldane, gaf eerder dit jaar in een speech een kijkje in de keuken. Welke alternatieve data had de Bank of England gebruikt om het economisch beeld scherper te stellen? Cijfers uit het betalingsverkeer, natuurlijk. Met die gegevens kun je ook doordringen tot specifieke sectoren, vertelde Haldane, en de consumentenbestedingen.

Verder: de verkeerspatronen, met name bij havens. Die geven, net als het energieverbruik, een indicatie van bedrijvigheid en export. Zoekgedrag op Google naar bijvoorbeeld vrijetijdsconsumptie, zoals café- en restaurantbezoek, zegt ook iets over consumentenuitgaven. En natuurlijk de mobiliteitscijfers.

Ook De Nederlandsche Bank gebruikt die Google-cijfers voor haar actuele inzicht in de economie, liet president Klaas Knot in een webconferentie van persbureau Bloomberg doorschemeren.

Duitsland en de VS zijn al verder. De Federal Reserve Bank in New York, die deel uitmaakt van de Amerikaanse centrale bank, was de eerste die een economisch kortetermijnmodel op haar website zette. Dat geeft wekelijks de stand van de economische groei op basis van tien high frequency datastromen over consumentenbestedingen, arbeidsmarkt en industriële productie.

Inzicht op postcodeniveau

Zeker zo ambitieus is het project Opportunity Insights, van de Harvard- en Brown-universiteiten met de Bill & Melinda Gates Foundation. Het project brengt zo actueel mogelijke bestedingscijfers in de VS in kaart. Deze cijfers kun je als gebruiker differentiëren naar drie inkomensgroepen.

Tientallen databestanden, aangeleverd door bedrijven en brancheorganisaties, voeden het model. Denk aan gegevens over gewerkte uren, salarisbetalingen, het inklokken van medewerkers in het midden- en kleinbedrijf, openstaande vacatures en nog tientallen andere categorieën data. Veel daarvan komen wekelijks beschikbaar en geven soms inzicht tot op postcodeniveau, zeggen de mensen achter het project.

De onderverdeling van de bestedingen naar hoge, lage en middeninkomens legt een specifiek aspect van deze crisis bloot. Mensen met lage inkomens besteden hun geld vooral aan goederen, in de supermarkt bijvoorbeeld, en bleven dat doen. Hoge inkomens geven een groter deel van hun geld uit aan (persoonlijke) dienstverlening, zoals restaurants, fitness en toerisme. En dat valt vanwege het besmettingsgevaar terug. Hun totale bestedingen zijn daardoor in verhouding meer gedaald dan die van de twee andere inkomensgroepen.

De Amerikaanse gretigheid om zulke projecten te starten hoeft niet te verbazen. De economische belangen zijn groot. Er is genoeg geld. Er zijn grote universiteiten en kennisinstellingen en in de VS is iedereen vanouds dol op cijfers. Of het nu sport betreft, de politiek of Wall Street.

Inmiddels heeft ook de Duitse centrale bank, de Bundesbank, een vergelijkbaar model voor de Duitse economie. De bank neemt bijvoorbeeld tolbetalingen van vrachtwagens mee in haar becijferingen. Meer tol betekent meer bedrijvigheid. Het Duitse kortetermijngroeimodel is ook voor Nederland relevant. Duitsland is immers de grootste exportmarkt voor het Nederlandse bedrijfsleven, met zijn toeleveranciers aan de auto-industrie, zijn landbouwproducten en de toevoer van bulkgoederen via de haven van Rotterdam.

De ijver en de snelheid waarmee centrale banken de alternatieve data in hun modellen en beleid opnemen, onderstreept dat sprake is van een blijvende trend. Zoals hoofdeconoom Haldane van de Engelse centrale bank zei: mijn meest zekere voorspelling voor de lange termijn is dat deze fast indicators blijvertjes zijn.