Opinie

Het lichaam is terug van nooit weggeweest

Maxim Februari

Een uitgeverij stuurt de aankondiging rond van een boek over een Groot Groen Ei. Een Groot Groen Ei is een buitenkooktoestel en volgens de aankondiging is het boek erover één brok inspiratie. Het moedigt je aan voor een volslagen nieuwe manier van koken te kiezen, zegt de uitgever. Hoe dan? „Het zet aan om je eigen ‘ik’ in het gerecht te verwerken.”

Toe maar, opmerkelijke suggestie. Waren we net terughoudend aan het worden met vleermuizen, salamanders en bamboeratten op het menu, en nu dit weer. Hoe oordelen virologen erover? Het past trouwens wel mooi bij onze nieuwe omgang met identiteit: je ‘ik’ bereiden op een kooktoestel. Op de wet market van de identiteit is het lichaam namelijk net weer populairder geworden.

Tenminste, dat denk ik. Het lichaam is in ieder geval helemaal terug in mijn eigen aandacht en vandaag ga ik graag op zoek naar mijn leesbril om er meer over te leren. Waar zit je eigen ‘ik’ eigenlijk, mompel ik, terwijl ik stapels boeken door de keuken heen en weer schuif. Zit het inderdaad in je lichaam? Of in je onsterfelijke ziel, je persoonlijke geschiedenis, je sociale positie? Ik heb wel eens gelezen dat het allemaal per tijdperk verschilt.

O, hier is mijn bril. Dan kan ik ook het leerzame boek er weer bij halen dat eeuwig door mijn huis slingert, Flesh in the Age of Reason. Historicus Roy Porter beschrijft daarin hoe ons vleselijke lichaam ooit uit de westerse cultuur is verdwenen door toedoen van de Verlichting. Sinds de zeventiende eeuw is de vraag ‘wie ben ik?’ de vraag naar mentale processen geworden. „Identiteit zetelt in het huis van het intellect.”

Porters Flesh in the Age of Reason haalde ik in juli al eens eerder onder een stapel kookboeken tevoorschijn, toen onze sekse op het punt stond te verdwijnen van de nationale identiteitskaart. Om onnodige sekseregistratie te voorkomen schrapte het kabinet het gegeven van het ID. En zo, met het verdwijnen van sekse uit het publieke leven, leken de laatste dagen van de Middeleeuwen voorbij.

Het afscheid van de geslachtelijkheid leek namelijk de definitieve stap in het Verlichtingsproces dat Roy Porter had beschreven. De moderne mens bleek het lichaam te zijn ontstegen, zo ver ontstegen zelfs, dat niemand er deze zomer nog aandacht aan besteedde. Ik moest de beslissing over de identiteitskaart horen van een Franse journaliste, die nieuwsgierig kwam vragen waarom Nederland het er niet over had.

Uit pure redelijkheid, legde ik haar uit. Verlichting is de hoopvolle overtuiging dat alle lichamelijke stormen vanzelf overwaaien als je ze maar negeert. Het gevolg van zoveel verstandigheid is dat we als hoogopgeleide Nederlanders niet meer nadenken over vragen rondom sekse en seks, met het oog op de wereldvrede die louter door ons stilzwijgen zal losbarsten.

Maar nauwelijks was ze weg of ik bedacht dat Nederland tegenwoordig juist niets anders doet dan lichamelijke kenmerken registreren en vastleggen. Het kabinet mag registratie van je sekse op je ID dan onnodig noemen, de overheid registreert intussen wel je vingerafdruk, laat een begerig oog vallen op stamboomregisters en DNA-databanken en deelt via digitale ID’s al je gegevens met bedrijven en banken. Alsof onze sekse zo niet overal wordt genoteerd.

Het lichaam is helemaal niet weg, bedacht ik, en het is natuurlijk ook helemaal nooit weggeweest. Dat is precies wat Roy Porter beweerde in zijn boek: de verlichte voorouders deden wel alsof ze met hun serene intellect triomfeerden over hun behekste lichamen, maar in feite tobden ze persoonlijk allemaal om het hardst met ziektes en overgewicht.

Hetzelfde geldt een paar honderd jaar later nog steeds. We doen alsof we verstandig zijn, maar intussen hangen we gefascineerd boven onze biometrische gegevens. We doen alsof we niet aan onze biotoop zijn gebonden en best in één weekend van Wuhan via Toscane naar Rotterdam kunnen reizen, maar we worden er hartstikke ziek van. We doen alsof we via een scherm met elkaar kunnen praten, maar het kan niet.

Het lichaam dringt zich op. Dat is spannend om te zien in een hoogopgeleide wereld die steeds gretiger in abstracties gelooft. Sinds begin van dit jaar volg ik daarom de revanche van het lichaam. En toen bestuurders aan het begin van de eerste lockdown om advies vroegen, hield ik ze het aanbod voor dat de Leidse burgemeester Van der Werff deed aan zijn bevolking in 1574. „Zijt gij dan met mijn dood geholpen, neemt mijn lichaam, snijd dat aan stukken, ende deylt daar van soo veele als strekken mach, ik bens getroost.”

Ze namen de gedachte mee in hun beleidsvorming, zeiden ze. En nu dat Groene Ei dus. Er is duidelijk iets aan het verschuiven op het vlak van de vleselijkheid.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.