Opinie

Het is bijna altijd crisis. Maak van de ww een banensubsidie

Werk Door de coronacrisis zien we weer dat werkloosheid geen individuele verantwoordelijkheid is, schrijft . Inzetten op scholing is onvoldoende.
Illustratie Hajo

Eind maart kondigde minister Koolmees (Sociale Zaken, D66) de NOW-regeling aan. Om werkgelegenheid te behouden, gaf de overheid geld aan bedrijven die hun omzet zagen teruglopen, om ze tegemoet te komen in hun loonkosten. Het was noodbeleid, voor een crisissituatie. Maar wie de afgelopen decennia beschouwt, ziet dat economische crisis eerder regel dan uitzondering is. Het ‘gewone’ beleid zou daarom crisisbestendig moeten zijn. We hebben een permanente versie van de NOW-regeling nodig, waarmee je veel werkloosheid kunt voorkomen. Tegelijkertijd zouden we daarmee ook afscheid nemen van het individualistische geloof dat je leven louter het resultaat is van je eigen inspanningen.

In de coronabestrijding had premier Rutte er maanden voor nodig om in te zien dat je het niet aan de individuele verantwoordelijkheid van burgers kunt overlaten om het coronavirus de kop in te drukken. Lang hadden hij en minister De Jonge de Nederlandse bevolking opgeroepen om „samen” het virus eronder te krijgen. Vorige maand kwam er een gedeeltelijke lockdown die de individuele bewegingsruimte aan banden legde.

Het idee dat we maatschappelijke problemen moeten aanpakken door de verantwoordelijkheid bij individuele burgers te leggen, is niet uniek voor de coronacrisis. Als een rode draad loopt die gedachte door het overheidsbeleid van de afgelopen decennia. Het is ook niet bij uitstek een liberale gedachte. De meeste politieke stromingen hebben al eind vorige eeuw afscheid genomen van de gedachte dat problemen als armoede, werkloosheid, schooluitval en criminaliteit in de eerste plaats worden veroorzaakt door maatschappelijke structuren en instituties, zoals te lage lonen en uitkeringen, een tekort aan banen, een elitair schoolsysteem en ongelijke kansen. Daarop kwam steeds meer kritiek, omdat mensen hierdoor tot willoze slachtoffers werden gemaakt die hun lot niet in eigen handen hebben. Sindsdien wordt de verklaring van achterstanden en ongewenst gedrag vooral gezocht in individuele tekortkomingen. Werkloosheid wordt bijvoorbeeld toegeschreven aan een te lage of verkeerde opleiding, gebrek aan ervaring of onvoldoende motivatie. De oplossing wordt vervolgens gezocht in instrumenten als (om- of bij)scholing, training, een loonkostensubsidie en soms een sanctie, als iemand onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie.

Les uit de crisis

Als de coronacrisis, maar ook de financiële crisis van tien jaar geleden, iets duidelijk maakt, is het wel dat verlies van werk, langdurige werkloosheid of armoede niet in de eerste plaats een gevolg is van persoonlijke tekortkomingen. In een crisis kan iedereen zijn baan verliezen, ook wie hoogopgeleid is, ruime werkervaring heeft en zeer gemotiveerd is. Het is dan zinloos om de verantwoordelijkheid voor de oplossing van dit probleem bij het individu te leggen. Toch dreigt dit ook nu weer te gebeuren. Nadat de overheid eerst met vele miljarden aan noodsteun zoveel mogelijk banen heeft proberen te behouden, verschuift de aandacht in het derde steunpakket, dat op 1 oktober is ingegaan, geleidelijk naar om- en bijscholing. In sectoren waar banen definitief dreigen te verdwijnen, zoals de luchtvaart of de horeca, zouden werknemers moeten worden omgeschoold voor werk in een andere sector.

Nadruk op scholing lijkt logisch omdat de kansen op de arbeidsmarkt sterk samenhangen met het opleidingsniveau. Opleiding is echter in belangrijke mate een ‘positioneel’ goed, dat wil zeggen dat niet in de eerste plaats het absolute niveau van een opleiding van belang is, maar het relatieve niveau. Bij sollicitaties telt vooral dat je niet lager opgeleid bent dan andere kandidaten. Maar als de ene werkzoekende zich (bij)schoolt, vermindert dit de kansen van anderen. Alleen bij vacatures waarvoor onvoldoende geschikte kandidaten zijn, levert het echt iets op als iemand wordt om- of bijgeschoold. Ook wordt te gemakkelijk verondersteld dat een horecamedewerker zo in de zorg aan de slag zou kunnen. Het is een illusie dat we deze crisis kunnen bestrijden door massaal in te zetten op om- en bijscholing.

Het zou beter zijn om te erkennen dat periodieke crises eigen zijn aan ons economische systeem. In plaats van telkens noodmaatregelen te nemen als er een crisis uitbreekt, kunnen we beter een structurele regeling maken om werk te behouden als de economie een forse terugval doormaakt. Het uitgangspunt zou hierbij moeten zijn dat het beter is om iedereen tijdelijk korter te laten werken dan om een deel van het personeel te ontslaan. Om dit te realiseren zou de NOW een structurele regeling moeten worden. Daarbij ontvangen werkgevers automatisch compensatie als werknemers korter gaan werken vanwege een sterke terugval in de omzet door een economische crisis. Feitelijk betekent dit dat we de werkloosheidsuitkering inzetten als een subsidie om werkloosheid te voorkomen in plaats van pas uit te keren als iemand werkloos is geworden.

Collectieve aanpak

Om te voorkomen dat bedrijven die niet levensvatbaar zijn hierdoor te lang met overheidsgeld overeind worden gehouden, dient de steun wel stap voor stap te worden afgebouwd, zoals ook nu in het derde noodpakket gebeurt. Als de subsidie afloopt, zullen bedrijven worden geprikkeld om de koers te verleggen, als er onvoldoende langetermijnperspectief is.

Niettemin zullen bij een diepe crisis als de huidige velen onvermijdelijk toch hun baan verliezen en een beroep doen op een werkloosheidsuitkering. Voor hen zou de uitkering meer benut moeten worden als een steuntje in de rug om hen ‘werkfit’ te houden en weer aan het werk te komen.

Het is goed dat het kabinet nu erkent dat de coronapandemie niet kan worden bestreden door alleen een beroep te doen op de individuele verantwoordelijkheid. Het is te hopen dat het besef doordringt dat dit niet alleen geldt voor de aanpak van het coronavirus, maar ook voor veel andere problemen, bijvoorbeeld op het terrein van werk en inkomen. Maatschappelijke problemen vragen in de eerste plaats om een gezamenlijke, collectieve aanpak. Als dit besef in bredere zin doorwerkt in het overheidsbeleid, heeft de coronacrisis toch nog iets goeds opgeleverd.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.