Opinie

Toen hij vroeg of ik mee ging lunchen, barstte ik opgelucht in tranen uit

Japke-d. denkt mee De coronacrisis is prima te doen voor wie zijn of haar leven op orde heeft. Voor nieuwe collega’s die moeten thuiswerken is het een rottijd. Help ze de weg te vinden, schrijft
Illustratie Tomas Schats

Op 1 mei werk ik 24 jaar (!) bij NRC, maar ik kan me mijn eerste dag nog haarscherp herinneren. Ik kende niemand, was net ontslagen uit mijn vorige baan en was angstig dat me dat op een nieuwe redactie opnieuw zou gebeuren.

Ik weet het daarom nog precies, hoe die dag een collega aan mijn bureau kwam staan en nors tegen me baste: „zo, ben jij nieuw?!”, en ik bedremmeld „ja” antwoordde – bang voor mijn eerste uitbrander. Toen hij zei: „ga je mee lunchen?” barstte ik opgelucht in tranen uit. Zoiets aardigs had ik totaal niet verwacht.

Maak jullie geen zorgen hoor, dit wordt geen nostalgische column over liefde voor collega’s en hoezeer ik ze mis tijdens het thuiswerken. Hoewel – ik mis ze wel hoor, die gekke NRC’ers.

Afgelopen week appte een collega me een foto van achttien jaar geleden, waarin we met z’n allen aan een grote tafel op een terras zitten te lunchen tijdens een van onze legendarische jaarlijkse bedrijfsuitjes – we wisten niet meer precies welke van de 23. Wat we wél wisten, is hoe waardevol het is dat we elkaar al zo lang kennen. En dat al die momenten dat we samen zijn geweest nog steeds de basis zijn van onze samenwerking.

Samen tijdens saaie vergaderingen, samen op maandagochtend. Samen tijdens het wekelijkse krokettenoverleg, samen op de nieuwjaarsreceptie, samen bij de koffieautomaat – daarmee bouwden we ongemerkt een netwerk waar we nu, in slechte tijden, op terug kunnen vallen.

Dáár gaat deze column over: hoe het voor veel werknemers die al lang bij een bedrijf werken weinig uitmaakt dat ze door de coronacrisis moeten thuiswerken. Want we hebben elkaars nummers, we weten elkaar te vinden als we ergens mee zitten en we weten de weg.

Zo leerden we het vak ook, door letterlijk naar andere, meer ervaren collega’s (op) te kijken. We keken mee op hun scherm als ze vlak voor de deadline een stuk door de mangel haalden, hoe zij aan de telefoon een lastige bron te woord stonden. We keken hoe zij de baas van repliek dienden als die met onredelijke eisen kwam. We kwamen voor elkaar op als iemand de verkeerde grap maakte (meestal was ik dat), we maakten ruzie en haatten elkaar – zeker, dat ook – maar we gingen ook vrijdagmiddag borrelen op een nuchtere maag en dweilden elkaar diep in de nacht weer naar huis.

Al die jaren dat we elkaar, ook gedwongen, tegen het lijf liepen, weefden we ongemerkt een NRC-jas om ons heen die nu best even een paar maanden aan de kapstok kan blijven hangen. Niet te lang, maar het kan nog wel even. Omdat we weten dat we hem zo weer kunnen aantrekken als het virus weg is. Even het stof eraf blazen, en we kunnen weer door.

Dat hebben nieuwe werknemers niet die moeten thuiswerken. En al die mensen die nog maar kort ergens werkten toen het coronavirus toesloeg: zij hebben geen houvast, en weten amper hoe ze de weg moeten vinden.

Zij kennen de mensen amper die ze dagelijks op hun videoscherm zien. Zij weten nog niet wie ze moeten mijden, wie niet te vertrouwen zijn, zij hebben nog amper blikken van verstandhouding kunnen wisselen, zijn nog niet door collega’s ingefluisterd aan wie je niets hebt.

Als zij zich ’s avonds eenzaam voelen, krijgen ze geen foto’s geappt van collega’s. Laat staan dat ze het vak kunnen leren door te zien en te ondervinden. Als ze een misverstand met een collega hebben, weten ze nog niet hoe ze die moeten plaatsen, laat staan hoe op te lossen.

Wat ik ook dacht afgelopen week: de coronacrisis is prima te doen voor mensen die hun leven op orde hebben. Die een mooi huis hebben, een relatie, die de wereld hebben overgereisd, die zich comfortabel voelen in hun functie, en prima even pas op de plaats kunnen maken.

Voor al die mensen die dat allemaal niet hebben, is de coronacrisis een rottijd. Voor singles die eenzaam zijn. Voor jonge mensen die (binnen een bedrijf) best een andere baan zouden willen, maar niet weten hoe. Voor jonge mensen die staan te trappelen om de wereld te ontdekken, maar nergens heen kunnen.

Ik weet niet precies hoe we ál die mensen kunnen helpen. Maar ik denk wel veel na over hoe we de nieuwe, jonge collega’s kunnen helpen – help ze, laten we daarmee beginnen, bij het thuiswerken.

Misschien door ze vaker te bellen om werk te bespreken. Misschien door meer met elkaar te chatten. Misschien door filmpjes op het bedrijfsnetwerk te plaatsen waarin alle collega’s zich voorstellen. Misschien door ons, ervaren collega’s, aan te bieden als vraagbaak die ze altijd kunnen bellen als ze iets niet weten.

Of misschien moeten we ze vragen of ze mee gaan lunchen en een pokerface trekken als ze dan in huilen uitbarsten. Net als die ene collega bij mij deed, bijna 24 jaar geleden.

Dat was mijn eerste stap op de weg naar boven.

Hoe was jouw week? Japke-d. Bouma wil het graag weten. Tips via @Japked op Twitter.

Dit waren de Jeuktweets van de week

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.