Opinie

Bescherm de wereld waarin Charlie én de Koran kunnen bestaan

Onderwijs

Commentaar

Als de leraar over de profeet begint, gaan de handen over de oren – het was het meest verontrustende zinnetje uit de reportage in NRC over lesgeven anno 2020 op scholen aan islamitisch opgevoede kinderen. Vorige week voelde een Rotterdamse leraar zich gedwongen op een geheim adres te gaan wonen, nadat een cartoon tot buitensporige verontwaardiging onder leerlingen had geleid.

Het zijn incidenten waarin de gruwelijke moord op de Franse leraar geschiedenis Samuel Paty drie weken geleden na-echoot. Ook in het Nederlandse onderwijs is er al jaren sprake van grote spanning tussen islamitische leerlingen en leraren die westerse normen en waarden met hen bespreken. Het conflict in het Midden-Oosten trekt sinds de affaire-Rushdie, de intifadas, de aanslagen op 9/11 diepe sporen in de klas. Ook anno 2020 bij de vierde generatie kinderen met een migratieachtergrond, hoe geïntegreerd ze ook zijn.

Misverstanden liggen hier op de loer, gevoed door religieuze dogma’s, culturele normen en concurrerende maatschappelijke waarden. Sinds Samuel Paty is er het acute besef bij gekomen dat opschudding in de klas niet meer alleen uitwaaiert naar het schoolplein of betrokken ouders. Sociale media zijn een potentieel kruitvat, met een internationaal bereik. Islamvijandig bevonden uitingen, uit welk klaslokaal of parlement dan ook, trekken moordlustige jihadisten aan, die er desnoods de trein voor naar Nederland nemen. Leraar maatschappijleer, toch al niet te benijden in dit mijnenveld, is een risicoberoep geworden.

Dat legt een zware druk op leraren en leerlingen. Op iedereen die zich veilig wil voelen, maar zich ook open, kwetsbaar en leerbaar moet kunnen gedragen. Om de werelden van thuis, school, straat en media te verenigen, zich een houding te geven of te durven kiezen. Daar moet dus vrijuit kunnen worden geïnformeerd én gecorrigeerd. Daar moeten fouten gemaakt mógen worden.

Lees ook: Open en veilig klasklimaat gaan niet altijd samen

Hoe kunnen alle verantwoordelijke omstanders er nu voor zorgen dat de handen niet over de oren gaan, maar de wereld besproken kan worden? Voor een smartphoneverbod op school zal het wel te laat zijn. Maar je zou de scholen veel meer beschutting toewensen. Tegelijk moeten leerlingen niet alleen gecijferd en geletterd raken, maar ook mediawijs en ‘beeld-gevormd’. Politieke tekeningen moeten ze kunnen ontleden, begrijpen en in context plaatsen. Wie is de afzender, wat is de boodschap en voor wie?

Uitingsvrijheid is groot, maar ook weer niet onbegrensd. De hoogste Europese rechter vindt dat schokken, kwetsen of beledigen mag – vooral om juist de minderheid een stem te garanderen. Religieuze taboes kunnen het maatschappelijk gesprek te gemakkelijk dempen. Cartoons blazen de rook weg, tonen het onzegbare, doen soms pijn. In een vrij land hoort het er niet alleen bij. Het is ook zelfreflectie.

En tegelijk mogen religieuze normen en beelden van het EHRM ook in EU-lidstaten, bijzondere bescherming krijgen. Zolang religiekritische publicaties maar niet onmogelijk worden gemaakt. Het is geen per definitie harde antireligiecultuur, waarin de schooljeugd opgroeit. Maar wel een die pluriformiteit beschermt, minderheden ruimte geeft. Waarin de Koran en Charlie Hebdo naast elkaar kunnen bestaan.

De docenten die dat aan hen uitleggen moeten dat vooral veilig kunnen doen. Ze moeten beschermd worden, gefaciliteerd en vooral de vrijheid behouden om daarin zelf didactische keuzes te maken. Ze verdienen respect en steun voor het werk dat ze doen. En ze mogen natuurlijk never nooit worden bedreigd.