Opinie

Zorgen

Ellen Deckwitz

Zaterdag zouden mijn zus en ik nog even langsgaan bij onze oudoom Karel (109 of zo) om wat spulletjes te brengen en rond half zes liepen we zijn achtertuin in met een zak vol medicijnen (die man slikt zo veel pillen, dat hij na zijn dood waarschijnlijk gescheiden moet worden verwerkt. Mijn zus is er inmiddels van overtuigd dat er geen bloed maar formaldehyde door zijn aderen stroomt).

„Ey Karel, ouwe druipkaars!” riep ze toen hij de veranda op kwam gerollatord. Opeens begonnen onze telefoons te trillen. De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen was bekend. Opgelucht juichte mijn zus dat er betere tijden aankomen.

„Zo slecht voor ons was Trump anders helemaal niet”, mompelde Karel. „Hij is weliswaar een idioot maar hij heeft er bijvoorbeeld maar mooi voor gezorgd dat we als Europa inzagen dat we qua defensie veel te zwaar op Amerika leunden. Het is goed dat we onszelf weer bewapenen. We moeten onze krijgsmacht vergroten.”

Voor iemand als Karel, die zijn jonge jaren in een kamp doorbracht, kan een land niet genoeg zelfverdediging hebben. Het valt me nog mee dat hij rond zijn huis geen landmijnen heeft begraven (voor zover ik weet dan).

,,Er zijn belangrijker dingen dan militair vertoon”, gromde mijn zus, waarop Karel zei dat het niet om vertoon ging.

„Defensie is alles”, zei hij. „Denk maar niet dat jij nog lekker hand in hand met je vriendin over straat kan als een enge dictatuur hier de macht overneemt. Er mag wat mij betreft nog veel meer geld naar het leger. Weg met al die ontwikkelingshulp naar die derde wereld. Daar hebben wij niets aan als Poetin of Orban opeens voor de deur staat.”

Mijn zus explodeerde en Karel explodeerde mee, het levenseinde van Van Speijk was er niets bij. Ik sleepte mijn zus naar buiten, waar ze een huilbui kreeg. Wat een zaterdag, dacht ik, terwijl mijn schouder werd ondergejankt.

Een half uurtje later was ze uitgesnotterd en mijn kapsel doorweekt.

„Meh”, zei ze. „Ik moet me niet zo door Karel laten meeslepen.” Ze schuifelde wat met haar voeten.

„Misschien”, zuchtte ze, „heeft hij ergens ook wel gelijk. Onze vrijheden zijn niet universeel. Die moeten verdedigd worden. Maar ik weiger te geloven dat militair isolement daarvoor de enige optie is. En dat we alleen maar voor onszelf moeten gaan en anderen niet meer moeten helpen. Het is niet of-of. Het is en-en.”

Ze haalde een oude mondkap uit haar jaszak en snoot haar neus.

„De grootste uitdaging van de moderne wereld is zorgen voor hen die je nooit zal ontmoeten, maar die desondanks bestaan,” zei ze.

„Maar daarvoor zul je ook voor jezelf moeten zorgen”, peinsde ik, waarop we er beiden het zwijgen toe deden.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.