De revolutie in het betalingsverkeer slaat in Nederland nog niet aan

PSD2 Nieuwe regels voor betalen zouden de financiële wereld openbreken. Ruim een jaar na de invoering is daar geen sprake van. „Het is moeilijk om geld mee te verdienen.”

Illustratie Rick van Schagen

Verkeersboete gekregen? Betalen kan al een tijdje met iDeal, waardoor het handmatig invoeren van het lange betaalkenmerk verleden tijd is. Maar direct betalen komt niet altijd uit, bijvoorbeeld omdat het salaris nog niet binnen is. Daarom geeft het Centraal Justitieel Incassobureau beboete Nederlanders sinds deze zomer de mogelijkheid om op een later tijdstip te betalen, terwijl ze nu al wel de iDeal-betaalopdracht kunnen geven.

Dat dit ‘uitgesteld iDeal-betalen’ nu mogelijk is, komt door de vorig jaar herziene Payment Services Directive, oftewel PSD2. Het doel achter de Europese ‘betaaldienstenrichtlijn’ is een open markt voor betaaldiensten, met dezelfde rechten en plichten voor aanbieders. Dat zijn banken, maar ook bedrijven als Adyen en Paypal, die online betalingen regelen voor klanten. Consumenten en bedrijven moeten zo in alle lidstaten van de Europese Unie onder dezelfde regels kunnen betalen met pinpas, creditcard of via een online transactie.

Dit moet de markt toegankelijker maken voor nieuwe aanbieders. En dat moet weer leiden tot „meer concurrentie, een grotere keuze en betere prijzen voor consumenten”, aldus de Europese Commissie bij de introductie.

Een belangrijke horde voor een open betaalmarkt was het monopolie dat banken hadden op betalingen van hun klanten. Dat is door PSD2 doorbroken. Onder de nieuwe regels mogen ook andere partijen dan de eigen bank – na nadrukkelijke toestemming van de klant – inzage krijgen in afschrijvingen en bijschrijvingen en daar financiële diensten bij verzinnen. Ook mogen partijen met een speciale PSD2-vergunning namens de klant transacties uitvoeren, als die daar zijn of haar fiat aan geeft. Zoals een uitgestelde iDeal-transactie naar het Centraal Justitieel Incassobureau.

De nieuwe regels rond betalen en bankieren zijn nu ruim een jaar van kracht, en zouden een grote revolutie ontketenen in het bankenlandschap. Maar van een revolutie lijkt nog altijd geen sprake.

Voor zakelijke markt

Sinds PSD2 in Nederland veertien maanden geleden van kracht werd, hebben achttien fintechbedrijven een vergunning gekregen van De Nederlandsche Bank (DNB) voor het opvragen van betaalinformatie. Zeven daarvan hebben ook nog de vergunning om betalingen te doen.

De meesten bedrijven richten zich op de zakelijke markt. Dit zijn al bestaande makers van boekhoudprogramma’s, waarvoor het dankzij de nieuwe regels makkelijker is geworden om rekeningoverzichten te maken en betalingen te initiëren. Enkele bedrijven richten zich erop datzelfde te doen voor consumenten, in de vorm van online huishoudboekjes.

Een paar diensten zijn vernieuwender. De app Dyme analyseert op basis van transacties hoeveel abonnementen je hebt – en biedt de mogelijkheid om dat fitnessabonnement waar je weinig gebruik van maakte in hun app op te zeggen. Kredietverstrekker Floryn beslist mede op basis van bancaire transacties van zakelijke kredietaanvragers of ze die wel of niet een lening gunnen.

Lees ook: Niet de bank, maar de klant is nu eindelijk de baas

PSD2 heeft dus wel voor een aantal nieuwe diensten gezorgd, maar over het algemeen is de conclusie bij experts dat de Europese betaalrichtlijn niet tot de beloofde revolutie heeft geleid – of in ieder geval nog niet.

Een belangrijke horde blijkt de bereidheid van klanten om toestemming te geven voor het delen van hun bankgegevens of het uit handen geven van betalingen. Die animo lijkt niet enorm groot te zijn, bleek al eerder uit onderzoek van DNB en ook weer uit recent onderzoek van de adviestak van accountant PwC. In heel Europa, en ook in Nederland, zei in 2018 én in 2020 slechts een op de vijf mensen ‘ja’ op de vraag of ze onder strenge voorwaarden hun gegevens zouden willen delen.

Expliciete vraag

Waarom is men zo huiverig? Volgens strategieadviseur Jeroen Crijns van PwC Strategy& komt dat in Nederland mede door ophef rond plannen van banken om klanten persoonlijke aanbiedingen te doen op basis van het uitgavenpatroon. Dat heeft het bewustzijn onder consumenten vergroot.

Wat het voor PSD2-bedrijven ook lastiger maakt is dat ze zo expliciet toestemming moeten vragen. Andere bedrijven, zoals sociale media, hoeven dat niet. Crijns: „Ik vraag me af of consumenten daar nog steeds ja op zouden zeggen, als die bedrijven ook zo expliciet toestemming zouden moeten vragen als financiële bedrijven.” Zoals voor het delen van gegevens van gebruikers met adverteerders.

Paul Koetsier, betaaladviseur bij KPMG, verwacht dat in de praktijk wel meer mensen ja zullen zeggen op PSD2-dienstverlening dan uit de onderzoeken blijkt. „Als je bij je bank-app inlogt, en die vraagt of je een rekening hebt bij een andere bank en of je die wilt inladen, dan denk ik dat mensen wel snel ja gaan zeggen. Want daar heb je echt wat aan.” Overzicht namelijk.

Als de klant eenmaal toestemming heeft gegeven, zijn bedrijven niet klaar. De belangrijkste vraag daarna: hoe zorg je ervoor dat je ook geld verdient? Dat is niet gemakkelijk. Zo ziet Crijns dat bijvoorbeeld de huishoudboekjes voor veel mensen een gimmick zijn. „Dat zijn apps die je een keertje bekijkt, maar waar je niet heel vaak naar terugkeert.” Volgens Koetsier heeft dat consequenties voor de overlevingskansen van bedrijven: „Als los fintechproduct voor consumenten is het moeilijk om hen terug te laten keren en daar echt geld mee te verdienen.”

Volgens Crijns is het bovendien extra moeilijk geld te verdienen omdat de Nederlandse consument weinig zin heeft om te betalen voor financiële diensten. „Veel diensten worden hier gezien als iets dat inclusief bij het betaalpakket moet zitten.” De strategieadviseur ziet daarin ook de verklaring dat de meeste PSD2-vergunninghouders zich richten op bedrijven. „Die zijn meer gewend voor financiële diensten te betalen. Die zien dat een koppeling tussen boekhoudprogramma en betaalrekening echt tijd en kosten kan schelen.”

Haperende techniek

Zowel Crijns als Koetsier verwachten dat PSD2 in de toekomst alsnog iets fundamenteels gaat veranderen in de financiële sector. Koetsier: „Als je kijkt hoe het in het Verenigd Koningrijk is gegaan, waar men een aantal jaar voorloopt met de invoering van een soort eigen PSD2, dan zie je dat het anderhalf tot twee jaar heeft geduurd voor er echt volwassen producten kwamen.”

Crijns wijst erop dat het veranderen van gedrag ook tijd kost. „We dachten vroeger ook altijd dat voor sommige zaken, zoals het afrekenen van een biertje in de kroeg, altijd contant geld nodig zou zijn. Dat doen we nu – althans als kroeg open is – massaal met contactloos betalen.”

Volgens de fintechbedrijven zelf is een betere techniek bij banken nodig. Volgens Maurice Jongmans, voorzitter van de Verenigde Betaalinstellingen Nederland (VBIN), is de zogenoemde API-techniek om met name betalingen te doen nog zeer gebrekkig. Dat merkte zijn eigen bedrijf, Open Payment Platform (OPP), in de samenwerking met het Centraal Justitieel Incassobureau rond het uitgesteld betalen van boetes. „Door een bank lag de uitwisseling van gegevens er laatst een week uit. Zo kan je geen zaken doen natuurlijk.”

Koetsier van KPMG denkt dat de verandering door PSD2 niet alleen zit in nieuwe bedrijven, maar ook – en misschien wel vooral – bij hoe banken contact hebben met hun klanten. „Het gaat nu vaak over nieuwe partijen met een vergunning, maar banken kregen automatisch toegang tot PSD2 onder hun bankvergunning”, legt hij uit. „Daar voorzie ik de grootste veranderingen. Dat als iemand met rekeningen bij verschillende banken alleen nog de app gaat gebruiken die hij of zij het prettigste vindt, en de overige rekeningen daar op laat binnenlopen dankzij PSD2.”

Lees ook: Een bank draaien op abonnementsgeld? N26 denkt dat het kan

Als die bank er dan ook in slaagt om aanvullende diensten in de app aan te bieden, zoals het afsluiten van verzekeringen of zelfs het kopen van treinkaartjes zoals bijvoorbeeld de Belgische bank KBC, dan is het voor andere spelers moeilijk om er nog tussen te komen. Dat kan het bankenlandschap fundamenteel veranderen, zegt Koetsier. „Dan ga je mogelijk de apps van je andere banken niet meer gebruiken. Terwijl die app nu juist voor de banken de belangrijkste contactmogelijkheid is geworden.”

Jongmans ziet ook voor nieuwelingen nog wel kansen. Voor leningverstrekkers die op basis van rekeninggegevens heel snel kunnen bepalen of een lening voor een consument mogelijk is. En voor een dienst als Buddypayment, een schuldhulpprogramma dat betaald wordt door gemeentes. En voor betaaladvies, hoe je bijvoorbeeld geld kan uitsparen voor een vakantie. „Als je dan gekoppeld aan een reisorganisatie ook nog korting kan aanbieden, zie ik het verdienmodel wel.”