Analyse

Nog meer zorgen over Turkse economie na vertrek kopstukken

Turkije Twee vormgevers van het Turkse economische beleid zijn opgestapt. En de economie van het land staat er al zo slecht voor.

Minister van Financiën Berat Albayrak brengt zijn stem uit bij lokale verkiezingen in Istanbul, 2019. Afgelopen weekend maakte hij zijn aftreden bekend.
Minister van Financiën Berat Albayrak brengt zijn stem uit bij lokale verkiezingen in Istanbul, 2019. Afgelopen weekend maakte hij zijn aftreden bekend. Foto Tolga Bozoglu/EPA

Het onverwachte vertrek zondag van Berat Albayrak als Turks minister van Financiën heeft de Turkse politiek én de familie Erdogan in crisis gestort. Albayrak gold niet alleen als vertrouweling en mogelijk opvolger van Erdogan, hij is ook getrouwd met een dochter van de president. Dat maakt deze crisis politiek én persoonlijk. Albayrak blijft tenslotte familie.

Zijn aftreden volgt op het ontslag van Murat Uysal, gouverneur van de Turkse centrale bank, een dag eerder. Hun vertrek leidt tot grote onzekerheid over het economische en monetaire beleid op een precair moment voor de Turkse economie. De lira is dit jaar al 30 procent in waarde gedaald, ofschoon de centrale bank sinds vorig jaar 128 miljard dollar (108 miljard euro) aan buitenlandse reserves heeft opgesoupeerd in een poging de koers van de geplaagde munt te stutten.

Kredietbureau Moody’s waarschuwde in september dat de centrale bank bijna al haar buffers heeft verbruikt, waardoor Turkije straks mogelijk niet meer in staat is essentiële import te bekostigen. Vooralsnog reageren de financiële markten positief op het vertrek van Albayrak, die weinig vertrouwen wekte bij buitenlandse investeerders. Maandag steeg de lira met zo’n 6 procent.

Die waardestijging duidt er ook op dat de aanstelling van Naci Agbal als nieuwe gouverneur van de centrale bank goed is gevallen. Agbal staat bekend als een capabele technocraat. Hij was hiervoor hoofd van de presidentiële begroting, en werkte eerder onder de oud-ministers van Economie en Financiën Mehmet Simsek en Ali Babacan. Zij worden gezien als Erdogans economische dream team, verantwoordelijk voor de hoge economische groei in de eerste vijftien jaar van diens bewind.

Instagrampost

Nadat Albayrak zondagavond zijn aftreden had gemeld met een post op Instagram – hoogst ongebruikelijk – volgde een surrealistische stilte in de regeringsgezinde media. Staatszender TRT en kranten als Hürriyet, Yeni Safak en Sabah hadden het nieuws maandag nog steeds niet gebracht.

Aanvankelijk werd de authenticiteit van Albayraks Instagrampost in twijfel getrokken. Maar persbureau Bloomberg en de Financial Times bevestigden het nieuws op basis van bronnen binnen Albayraks ministerie. Zelfs zijn vertrouwelingen waren vooraf niet ingelicht over zijn besluit. Pas maandagavond accepteerde Erdogan het ontslag, waarna de media volgden. Als opvolger benoemde hij een andere technocraat, Lütfi Elvan, die goede relaties heeft met Agbal.

Albayraks aftreden zorgt voor verdeeldheid binnen de AK-partij van Erdogan. Maar een deel van de partij heeft altijd moeite gehad met de ‘damat’ (bruidegom), zoals Albayrak soms laatdunkend wordt genoemd. Een van hen is de populaire minister van Binnenlandse Zaken Süleyman Soylu, met wie Albayrak in een machtsstrijd was verwikkeld binnen de regerende AK-partij.

Over de reden van het vertrek van Erdogans ‘kroonprins’ wordt druk gespeculeerd in Turkse theehuizen. Op Instagram noemde hij ongespecificeerde ‘gezondheidsproblemen’, en dat hij na vijf jaar in de politiek meer tijd met zijn gezin wil doorbrengen. Niemand die dat gelooft. Albayrak is een man met ambities. Al gaan er geruchten dat hij binnenskamers klaagde over zijn zware post: ‘was ik maar minister van Energie gebleven.’

Lees ook: Turkije verhoogt onverwacht rente

Albayraks vertrek wordt in verband gebracht met de nieuwe gouverneur van de centrale bank, met wie hij niet overweg kan en van mening verschilt over economisch beleid. Voor Erdogan lijkt de goede reputatie van Naci Agbal bij buitenlandse investeerders echter de doorslag te hebben gegeven. De president weet dat Turkse bedrijven hard worden geraakt door de val van de lira; zij hebben samen 246 miljard dollar aan leningen in buitenlandse valuta, aangegaan toen de lira veel sterker stond.

Turken zien de wisselkoers van de lira als barometer van de economie. Dat heeft te maken met die hoge buitenlandse schulden, waarvan 180 miljard dollar komend jaar geherfinancierd moet worden, maar ook met het feit dat Turkije meer importeert dan exporteert, wat leidt tot een structureel tekort op de betalingsbalans.

Hyperinflatie

Van de jaren 60 tot het nieuwe millennium kampte Turkije met hyperinflatie, gemiddeld zo’n 40 procent per jaar. Erdogan noemde dit „een nationale schande”. Als symbool van een nieuw tijdperk besloot hij in 2005 de oude lira te vervangen door een nieuwe – er gingen zes nullen af. Twee nieuwe lira waren aanvankelijk een euro waard. Nu betaal je ongeveer 10 lira voor een euro.

De belangrijkste oorzaak van de val van de lira is gebrek aan vertrouwen in de onafhankelijkheid van de centrale bank. Onder druk van Erdogan verlaagde de vorige gouverneur de rente in korte tijd van 24 naar 8,25 procent. Dit moest de economie aanjagen na de valutacrisis van 2018. Maar het gevolg was oververhitting, stijgende inflatie, nieuwe druk op de lira, en extreme dollarisering. Turken houden 244 miljard dollar spaargeld aan in dollars, ruim 60 procent van het totaal, omdat ze hun eigen munt niet vertrouwen.

De centrale bank ontdekte dat ze die 244 miljard dollar kon gebruiken om de koers van de lira te stutten. Van haar buitenlandse reserves was immers weinig meer over, zoals Moody’s in september al constateerde. De bank kreeg toegang tot dat geld via swaps (ruilcontracten) met Turkse banken. In feite gebruikt de bank andermans geld om de lira te verdedigen. Dat kan lang goed gaan. Maar als Turkse spaarders hun dollars gaan opvragen, kan het systeem instorten.

Aan Agbal nu de taak het vertrouwen in de centrale bank te herstellen. Zijn belangrijkste instrument is renteverhoging. De vraag is of hij daarvoor de ruimte krijgt van Erdogan, die uitgesproken tegenstander is van hoge rente. Die leidt volgens hem tot hoge inflatie – in weerwil van de gangbare economische theorie. Agbals eerste verklaring, maandag, wekte in elk geval vertrouwen. Hij zei dat hij alle middelen „doeltreffend” zal inzetten om prijsstabiliteit te bereiken.

Dit bericht is op 10 november aangepast, nadat bekend was geworden dat Erdogan het ontslag van Albayrak had aanvaard.