Koploper in vaccinrace overtreft verwachtingen

Vaccin Het vaccin van farmaceut Pfizer verlaagt het risico op Covid-19 met 90 procent. „Dat is hoger dan ik durfde hopen.”

Een injectiespuit met het coronavaccin van Pfizer, in een academisch ziekenhuis in Turkije.
Een injectiespuit met het coronavaccin van Pfizer, in een academisch ziekenhuis in Turkije. Foto Dogukan Keskinkilic

De allereerste resultaten van een van de koplopers in de wereldwijde race naar een coronavaccin overtreffen alle verwachtingen. Het kandidaatvaccin van de farmaceut Pfizer, dat het samen met het Duitse biotechbedrijf BioNTech ontwikkelt, beschermt voor meer dan 90 procent tegen de ziekte Covid-19. Dat meldt het bedrijf maandag op basis van een tussentijdse analyse van hun uitvoerige lopende studie onder ruim 43.500 proefpersonen. Ook zijn er tot zover geen ernstige bijwerkingen gezien. Het bedrijf heeft de onderliggende gegevens nog niet openbaar gemaakt. Maar het is de eerste aanwijzing dat de vaccins die nu in een razend tempo worden ontwikkeld, daadwerkelijk kunnen helpen om de pandemie in te dammen.

Lees ook: Volg de wereldwijde race naar een vaccin

„Negentig procent effectiviteit, dat had ik niet verwacht. Dit is heel hoopvol”, zegt Cécile van Els, immunoloog bij het RIVM en hoogleraar vaccinologie aan de Universiteit Utrecht. „We wisten dat dit de maand van de waarheid zou worden, waarin de eerste producenten hun tussentijdse resultaten krijgen. Dit is een hoger percentage dan ik had durven hopen.” Het is ook hoger dan de 50 procent bescherming die autoriteiten zoals de wereldgezondheidsorganisatie WHO en de Amerikaanse FDA minimaal zouden willen zien.

De fase 3 studie van Pfizer startte op 27 juli. „Voor een vaccinonderzoek is twee, drie maanden niet lang. Deze conclusie klopt dus voor de periode dat ze hebben kunnen meten. Maar nog steeds is het indrukwekkend dat je dit verschil ziet”, zegt Van Els.

Lees ook: Vier redenen waarom we zeker nog tot eind 2021 niet van het coronavirus af zijn

Afgelopen zondag analyseerde een onafhankelijke commissie tussentijds de gegevens van de grote fase 3 studie van Pfizer. Toen bleek dat er in totaal 94 mensen ziek waren geworden na een besmetting met het coronavirus SARS-CoV-2. Minder dan 10 procent daarvan zat in de groep proefpersonen die twee doses van het testvaccin hadden gekregen. Het overige deel zat in de groep die een nepvaccin kreeg. Op basis van de getallen concludeert Pfizer dat het vaccin 90 procent bescherming biedt. Die bescherming bood het vaccin al 28 dagen na de start van de vaccinatie: tussen de eerste en de tweede prik zaten 21 dagen, en een week later waren ze beschermd.

In echte wereld minder bescherming

Hoe hoog het percentage bij gebruik in de echte wereld zal zijn, zal nog moeten blijken. Vaak valt het dan wat lager uit. „De omstandigheden in een studie zijn optimaal: vlak na de vaccinatie is de afweer op zijn best, de groep proefpersonen is wel divers maar wel gezonder dan gemiddeld”, zegt Van Els. „Maar ook dan is het goed als je bij 90 begint. Hoe hoger dat percentage, hoe makkelijker het zal zijn om een groot deel van de mensen immuun te maken.”

Ook op andere vlakken blijven nog vragen onbeantwoord. Het is bijvoorbeeld nog niet duidelijk hoe lang de bescherming blijft bestaan, of het ook beschermt tegen infectie met het virus (en dus niet alleen tegen ziek worden), en of er wellicht bijwerkingen aan het licht zullen komen na een langere tijd.

Van Els verwacht niet dat de met het vaccin opgewekte immuniteit snel weer weg zal zakken. Die vrees bestaat bij sommige experts omdat af en toe mensen die al een keer Covid-19 hebben gehad, opnieuw worden besmet. „Dit is niet hetzelfde als na een infectie. Daarbij is soms het virus zelf de stoorzender die voorkomt dat er een normale immuniteit wordt opgebouwd.”

Flinke opsteker

De allereerste resultaten zijn een flinke opsteker voor alle producenten van kandidaatvaccins. „Alle koplopers hebben vergelijkbare resultaten in de diermodellen en in de afweerreacties die ze opwekken”, zegt Van Els. „Ik zou het heel raar vinden als daar grote verschillen bij komen.”

Pfizer is van plan om na de derde week van november de aanvraag bij de FDA in te dienen voor een goedkeuring voor noodgebruik. Dan heeft de helft van de proefpersonen het testvaccin minimaal twee maanden geleden gekregen. Van Els schat in dat de FDA en ook de EMA, de Europese goedkeurende instantie, daar pakweg twee weken over doen. „Dan moet je daarna nog toestemming van de Europese Commissie hebben, die zullen daar ook maximaal twee weken over doen”, zegt Van Els.

Het proefvaccin van Pfizer, BNT162b2, is een entstof op basis van genetisch materiaal van het coronavirus, mRNA, verpakt in minuscule vetdruppeltjes: nanopartikels. Ingespoten zorgt dat ervoor dat de lichaamscellen van de gevaccineerde zelf een stukje van een corona-eiwit maken, waartegen dan een immuunreactie op gang komt. Vaccins op basis van deze technologie zijn nog niet eerder toegelaten op de markt. Een van de andere koplopers in de race, het vaccin van het Amerikaanse bedrijf Moderna, is ook gebaseerd op mRNA.

De productie en de distributie van een rna-vaccin zoals dat van Pfizer kunnen nog voor onvoorziene uitdagingen zorgen. Dergelijke vaccins zijn nog nooit op grote schaal geproduceerd en gebruikt. En ze moeten diepgevroren worden vervoerd en bewaard, wat bij gebruik in ontwikkelingslanden een probleem kan zijn.

Nederland heeft binnen de Europese Unie met Pfizer en BioNTech in september afspraken gemaakt. Als het coronavaccin wordt goedgekeurd kan de EU 200 miljoen doses kopen, met een optie van nog eens 100 miljoen. De vaccins zullen naar rato worden verdeeld, Nederland zou dan tussen de 7,7 en 11,7 miljoen doses van het Pfizer-vaccin krijgen.

Met medewerking van Pim van den Dool