De broze balans van een bipolaire patiënt

Wie: Nabestaanden tegen verpleegkundige

Kwestie: Onverantwoord stoppen met lithium

Waar: Tuchtcollege Gezondheidszorg Eindhoven

De Zitting

In een kantoorkolos boven het winkelhart van Eindhoven zitten een broer en een zus. Ze zwijgen gespannen als het tuchtcollege de klachten voorleest tegen de verpleegkundig specialist die hun vader heeft behandeld. Hij was psychiatrisch patiënt en slikte al veertig jaar lithium. Als deze stemmingsstabilisator niet zo onbezonnen was afgebouwd, zeggen de kinderen, was zijn geestelijke en lichamelijke aftakeling nooit zo snel en heftig verlopen. En was de kans groot geweest dat hun vader nu nog had geleefd – maar daarover oordeelt de tuchtrechter niet.

De verpleegkundige om wie het gaat heet Roos, ze is van middelbare leeftijd en heeft meer dan veertig jaar ervaring. Zij is ook opgeleid om zelfstandig medicijnen voor te schrijven. De vraag is: deed ze dat bij deze bipolaire zeventigjarige patiënt volgens een zorgvuldig en deskundig plan in overeenstemming met alle voorschriften? En was ze voldoende op de hoogte van het complexe ziektebeeld en zijn broze balans?

Tijdens haar eerste afspraak met de ernstig manisch-depressieve patiënt besloot Roos de lithium af te bouwen, van 600 mg naar 400 mg per dag. Ze vreesde voor niervergiftiging en nam dat besluit samen met de psychiatrisch patiënt zonder de familie te raadplegen. „Meneer was wilsbekwaam en al elf jaar stabiel. Hij beloofde bij slaapproblemen aan de bel te trekken. Bij mij of bij de verpleegkundige die al langer contact had met hem en de familie.”

Toen de bloedwaarden een maand later nog steeds afweken, nam de verpleegkundig specialist contact op met een klinisch geriater en een psychiater. Die adviseerden tegenstrijdig: de geriater drong erop aan lithium te blijven verstrekken, de psychiater adviseerde het medicijn verder af te bouwen en te beginnen met een alternatief. Maar wat deed Roos? Na overleg met de patiënt bleef ze de lithium afbouwen en verzuimde ze een vervangend medicijn voor te schrijven. „Meneer wilde dat nog niet. En ik wilde het contact graag goed houden.”

Dat hebben zijn vrouw en kinderen geweten. Thuis raakte de zeventigjarige „zo manisch als een deur”, vertelt zijn zoon. Hij sliep niet meer, raakte ontremd en werd agressief. „Ik heb mijn moeder tegen mijn vader moeten beschermen. Nog steeds heb ik er nachtmerries van.” Toen Roos de patiënt zag, constateerde ze een manische psychose. Samen met de psychiater schreef ze een antipsychoticum voor. Maar dat bleek niet beschikbaar. Een dag later moest hij alsnog gedwongen worden opgenomen.

„Mij valt op”, zegt de voorzitter tegen de verpleegkundig specialist, „dat u nooit zelf contact hebt gezocht met de echtgenote.” Roos begint driftig te knikken. „Ik ben van de korte lijnen. Dat contact liep via de verpleegkundige die kende de familie.” Welke korte lijnen, onderbreekt de zoon. „Mijn moeder heeft gemaild. We hebben drie dagen op de crisisdienst moeten wachten.” Roos, berouwvol: „Mijn intentie was goed, maar nu weet ik dat ik dit anders had moeten doen.”

In strijd met de richtlijnen, hint een collegelid, hebt u geen nefroloog geraadpleegd. Alweer knikt Roos. Die verwijzing naar de nierdeskundige wilde ze via de huisarts laten lopen. „Ik had al twee medisch specialisten geraadpleegd.” Maar waarom hebt u die huisarts pas ingeschakeld twee maanden na uw besluit te stoppen met lithium, vraagt het collegelid. De jurist van Roos: „Er zijn bij cliënt op geen enkel moment signalen binnengekomen dat het slecht ging met patiënt. Noch de psychiater, noch de geriater, noch de verpleegkundige heeft gezegd dat het anders moest.”

„Ik word hier gek van!” De zoon springt op. „Deze verpleegkundige verschuilt zich achter alles en iedereen. Ze wil haar hachje redden.” Zijn zus, giftig: „We hebben het niet over een burn-outje. Mijn moeder en broer zijn willens en wetens in gevaar gebracht. Waarom is nooit gesproken over nierdialyse, als alternatief voor stoppen met lithium?”

De voorzitter laat beide kinderen hun boosheid en verdriet delen en geeft de verpleegkundig specialist het laatste woord. De zitting heeft me erg geraakt, betuigt Roos haar spijt: „Ik zie veel heftigheid, ik hoop dat de familie daar een weg in vindt. Ik heb altijd mijn best gedaan zo goed mogelijk te handelen.”

Uiteindelijk wordt de verpleegkundig specialist berispt. Ze had nooit mogen stoppen met lithium, oordeelt het college, zonder een vervangend medicijn en zonder een nefroloog te raadplegen en de familie in te lichten. De patiënt is een jaar later in een psychiatrische instelling overleden. Zijn manische psychose ging over in een ernstige katatonie, algehele verstijving. Die lichamelijke terugval is hij nooit meer te boven gekomen.