Kroniek van een soms surrealistisch wielerseizoen in honderd dagen

Wielrennen in coronatijd In een tijdsbestek van honderd dagen werd in 2020 een groot deel van het wielerseizoen verreden waar normaal zes maanden voor staan. Het peloton trok door een Europa dat steeds verder overspoeld raakte door een tweede coronagolf. NRC reisde mee.

De Sloveen Primoz Roglic viert zondag, op de laatste dag van het wielerjaar 2020, zijn eindzege in de Ronde van Spanje.
De Sloveen Primoz Roglic viert zondag, op de laatste dag van het wielerjaar 2020, zijn eindzege in de Ronde van Spanje. Foto Kiko Huesca/EPA

Het is nog gelukt ook. Er is daadwerkelijk een peloton in een ‘dwangbuis’ van honderd dagen over de openbare wegen van een continent geraasd dat aanvankelijk te verzwakt leek om in 2020 nog wielrenners uit alle windstreken te ontvangen, nadat de eerste coronagolf verderf had gezaaid en geen ruimte had gelaten voor het volksvermaak van topsport. Maar Europa ging in de zomer open zodra dat kon en bleef voor de karavaan toegankelijk, totdat het in november aan de lokale bevolking in Spanje, opgesloten in de eigen steden, amper nog uit te leggen viel.

Toen ik in de laatste dagen van juli mijn auto vollaadde en naar Toscane reed om verslag te doen van de eerste reeks wedstrijden – na een pauze van bijna vijf maanden die net op tijd werd opgeheven om de wielrennerij in elk geval in deze jaargang voor een existentiële crisis te behoeden – dacht ik binnen twee weken weer thuis te zijn. Van een Tour achter gesloten deuren kon ik me geen voorstelling maken, maar ook niet van een Tour met publiek.

Het leek me te blijven bij een intense opleving in het land dat het hardst gebloed had en wielrennen als noodverband goed gebruiken kon. Net zoals de Italianen in de eerste naoorlogse edities van de Giro d’Italia, na jaren onder tirannie gebukt te zijn gegaan, voorzichtig de straat weer op durfden en in de fiets een vehikel van veerkracht vonden, in sommige gevallen aangedreven door benen die capitulatie hadden geweigerd.

Dus liep ik rond in een verzengend heet Siena met een opwinding die past bij een kind dat weet dat het eigenlijk al slapen moet, maar tot die tijd pakt wat-ie pakken kan. Beleven wordt intenser met de tegenspoed nog vers in het geheugen en doordrongen van het feit dat het elk moment voorbij kan zijn. Toen ik Wout van Aert in de Strade Bianche met het gezicht van een mijnwerker tegen de steile Via Santa Caterina op zag kruipen en daarvan getuige was met slechts enkele bewoners van die straat, werd ik – door de prestatie, het lichtspel, en de afwezigheid van de muur van geluid die hoort bij een wielerwedstrijd van dit formaat – overvallen door een gevoel op de eerste rij van een theater te zitten op het moment van een grootse apotheose. Bevreemd en bevoorrecht tegelijk.

Lees ook:Het rommelt in de wielerwereld. De renners willen gehoord worden

Volstrekte stilte

Van Aert won een week later ook de klassieker Milaan-San Remo, die voor het eerst in 111 jaar in de zomer en in volstrekte stilte werd verreden, omdat – op wat buurtbewoners na – publiek niet welkom was op de slotklim naar het dorpje Poggio. Nooit had een wielermonument zo’n intiem karakter. Maar het was niet iets om aan gewend te raken, hoe indrukwekkend de ervaring ook was.

Een mythisch decor verdorde in de zon, maar wielrenners hebben geen tijd om te zien wat zich om hen heen afspeelt vanaf het moment dat ze een rugnummer opspelden, en elkaar bevechten alsof hun leven ervan afhangt. Dat werd op een afgrijselijke manier zichtbaar in de Ronde van Polen, toen Dylan Groenewegen zijn landgenoot Fabio Jakobsen op volle snelheid in de hekken duwde en een etmaal lang gevreesd werd voor zijn leven. Op het moment van dat ongeluk kreeg ik een appje van een vriend, die schreef nog nooit zoiets gezien te hebben. Toen ik de beelden zag, moest ik zelf nog een colletje afdalen richting het Iseomeer, waar ik op een camping tussen voornamelijk Nederlanders een werptentje had neergezet. In die periode kon vakantie vieren weer.

De wielerwereld, net na een aantal maanden onderbreking weer op gang geschoten en verspreid door Europa in moordend tempo wedstrijden afwerkend, reageerde in die dagen woedend op de onbesuisde actie van Groenewegen. Na lang beraad zou hij voor negen maanden geschorst worden. Jakobsen overleefde de val, maar zijn gezicht moet worden gereconstrueerd en het is nog maar de vraag of hij zich weer zonder vrees in een sprint zal durven gooien. Hetzelfde geldt voor Groenewegen, mentaal geknakt na de grootste vergissing in zijn carrière. Het incident, niet uniek qua handeling maar wel qua gevolgen, leidde ertoe dat renners die in volle sprint van hun gekozen lijn afwijken vaker gediskwalificeerd zullen worden. Die regel bestond al, maar werd vaak niet consequent nageleefd.

Veiligheid in het wielrennen bleef een belangrijk thema toen in de Ronde van Lombardije van alles misging. Remco Evenepoel verslikte zich in een bocht naar links, donderde over een bruggetje een ravijn in en brak zijn bekken. In de perszaal was het muisstil; er werd gevreesd voor zijn leven. Een uur later brak Maximilian Schachmann in de straten van Como zijn sleutelbeen toen hij werd aangereden door een automobilist die daar nooit had mogen rijden. Na afloop zei directeur Richard Plugge namens Jumbo-Visma dat hij een onafhankelijke partij in het leven wilde roepen om de renners tegen dit soort ‘aanslagen’ te beschermen. Zoveel incidenten in zo’n korte tijd deden de wielerwereld inzien dat het zo niet verder kon.

In de Alpen was een ander peloton ondertussen al een paar dagen onderweg in de Dauphiné, de etappekoers die geldt als generale repetitie voor de Tour de France. Het doorgaan van de belangrijkste ronde werd er met de dag niet logischer maar wel waarschijnlijker op, ook al kleurde de kaart van de Franse Rivièra en startplaats Nice eerst oranje en daarna dieprood. De Tour is te belangrijk, niet alleen voor het wielrennen, maar voor het hele land. Ik pikte de laatste rit van de Dauphiné mee om te zien wat ik in de Tour aan coronamaatregelen kon verwachten, en kocht een selfiestick omdat ik alleen daarmee op afstand een interview kon opnemen.

Aan de vooravond van de Tour testten twee stafleden van een ploeg positief op Covid-19, maar toen de regels in allerijl werden versoepeld ging het voltallige circus gewoon van start en was het wielrennen voorlopig van de ondergang gered. De stelling dat politiek en sport niets met elkaar te maken hebben werd eens te meer ontkracht toen – niet toevallig daags nadat de Tourkaravaan Nice had verlaten – bars en restaurants vroeger moesten sluiten.

Het was die dagen lastig om te focussen op de prestaties, aangezien de Tour in september onherkenbaar was geworden. Het was niet langer een viering van de zomervakantie en er waren geen toeschouwers bij start en finish. Bovendien hing het virus als een donderwolk boven het peloton, dat angstig uitkeek naar de eerste testdag aan de Franse westkust. Wat als Parijs onhaalbaar bleek? Op de ochtend van de tiende etappe werden vier positief geteste stafleden uit de Tour verwijderd. Hetzelfde overkwam koersdirecteur Christian Prudhomme, die aan de Atlantische kust in quarantaine moest in een hotel, juist op het moment dat de verplichte quarantaine ingekort werd tot zeven dagen. Voor Parijs kon Prudhomme alweer aansluiten.

Anna van der Breggen (midden) schreef historie op Imola door als tweede vrouw in de geschiedenis op één WK twee keer wereldkampioen te worden. Foto Dario Belingheri

Vrijgeleide tot Parijs

Het leek een kwestie van tijd voor ook renners besmet zouden raken en de Tour vroegtijdig gestaakt zou worden. Maar het tegendeel gebeurde: op de tweede rustdag was de Tour coronavrij en kreeg de etappekoers een vrijgeleide tot Parijs. Het systeem van bubbels bleek effectief, tot opluchting van iedereen. Zo kon het gebeuren dat de Ronde van Frankrijk van 2020 ook in sportief opzicht een bijzondere plek kreeg in de sportgeschiedenis. De gele trui wisselde op de voorlaatste dag in de tijdrit van schouders. Niet Primoz Roglic, kopman van de sterkste ploeg, won de Tour, maar de solo-artiest Tadej Pogacar. De jonge Sloveen, toen nog net 21, werd de volgende dag gehuldigd op een lege Champs-Élysées – door een mondkapje ontdaan van alle mimiek en emotie.

Ik zat al in de auto van de Vogezen naar Imola in Midden-Italië voor de WK wielrennen. Die werden een week na de Tour gehouden op een zielloos racecircuit, terwijl het er een maand eerder nog naar uitgezien had dat er dit jaar helemaal geen regenboogtrui zou worden uitgereikt. De Zwitsers zagen een internationaal sportevenement namelijk niet zitten. Italië had de pandemie onder controle en tekende in recordtempo een parcours uit. Zo flexibel kan de sport dus zijn, onder druk in staat tot improviseren.

Anna van der Breggen schreef historie op Imola door als tweede vrouw in de geschiedenis op één WK twee keer wereldkampioen te worden en Julian Alaphilippe richtte zich op na het overlijden van zijn vader. Mooie wereldkampioenen, die door de propvolle kalender in de weken erna hun nieuw verworven tricot direct mochten dragen.

In een normaal seizoen hadden ze een half jaar moeten wachten. Maar dit jaar waren de WK geen afsluiting van het seizoen. Tenminste, als organisatoren vanwege de tweede coronagolf de resterende wedstrijden niet moesten afgelasten. Dat gebeurde wel met de Amstel Gold Race en Parijs-Roubaix. In Nederland en Frankrijk vonden ze het risico van mensenmassa’s rond de klassiekers te groot. Vraag was of andere races wel door konden gaan.

Mediacampagne in België

In België werd een mediacampagne gelanceerd: renners vroegen toeschouwers thuis te blijven om de Waalse en Vlaamse klassiekers mogelijk te maken. In een verlaten Luik zag ik hoe Primoz Roglic het zuur van de Tour wegspoelde met zijn eerste monumentale zege, ook omdat Julian Alaphilippe te vroeg juichte.

Het peloton jakkerde voort over de iconische kasseien van de Oude Kwaremont in de gemeente Kluisbergen. Langs de kant stonden alleen wat fotografen en buurtbewoners, die zich met gekleurde bandjes bij de politie identificeerden en uitwaaierden over cafés met namen als In ’t Palet en Tjuiste Verzet. Onwennig was het voor hen, om tijdens de Ronde van Vlaanderen in plaats van het gehos van tienduizenden mensen koeien te horen loeien. Het tienjarige jongetje Amaury zette aan de voet van de klim bij de voordeur van zijn huis een iPad op een statief en luisterde gespannen of zijn helden er al aankwamen, ondertussen nippend van een blikje Fanta. In een bakje lagen snoepjes op rantsoen. Hij had de dag van zijn leven.

Wat in de leegte overbleef was de zuivere sport en die stelde niet teleur. Mathieu van der Poel behaalde in een historische millimetersprint tegen Van Aert – in navolging van zijn vader Adrie – zijn eerste monumentale zege. Van der Poel en Van Aert, rivalen sinds hun jeugd, sloegen een arm om elkaar heen. Prettig om te zien hoe in onzekere tijden verschillen werden overbrugd.

Ik zette nog die avond koers naar het zuiden omdat Wilco Kelderman voor leek te sorteren op een eindzege in de Ronde van Italië. Overnachten deed ik in Luxemburg, aangezien ik in Duitsland met een Nederlands kenteken alleen nog mocht stoppen om te tanken. In Salzburg kreeg ik een avond later te horen dat ik net op tijd was overgestoken omdat de Oostenrijkse regering overwoog de grenzen te sluiten. Bovendien ging er een avondklok in. Dat zou weldra ook voor Italië gelden.

De Sloveen Tadej Pogacar pakte in de laatste tijdrit van de Tour de France de gele trui. Foto Christophe Petittesson/EPA

Giro-bubbel

Toen ik de Giro-bubbel binnenstapte schrok ik van de chaos aan de finishlijn. Honderden toeschouwers verdrongen zich vrolijk achter de hekken rond het podium in San Daniele del Friuli. En dat terwijl de wedstrijd een paar dagen ervoor nog op losse schroeven stond nadat renners positief waren getest en twee ploegen uit de ronde waren gestapt. Niemand kon zich voorstellen dat de Giro Milaan ging halen, maar de bubbels deden hun werk en een verdere uitbraak werd voorkomen.

De wielersport overleefde onder buitengewoon moeilijke omstandigheden door inventief en vooral disciplinair handelen van alle betrokken partijen – renners, staf, media, organisatie. Ook de tweede grote ronde ging de eindstreep halen, maar niet met een Nederlander op het hoogste schavot. Wilco Kelderman werd derde, en dat was het hoogtepunt van zijn carrière. Het peloton was nog maar net uit Milaan vertrokken toen in de stad protesten uitbraken tegen de strengere maatregelen van de Italiaanse regering, die met een avondklok en sluiting van de horeca een tweede golf in de kiem wilde smoren.

In Frankrijk liet ik me op corona testen, omdat ik zonder negatief resultaat de Vuelta-bubbel niet in mocht. Die avond kondigde president Emmanuel Macron een strenge lockdown aan, die ik de volgende dag net via Spanje kon ontvluchten.

Sluitstuk in Spanje

De Ronde van Spanje was het sluitstuk van honderd dagen koers, in een land dat met regionale lockdowns werkte die veranderden als het herfstweer. De maatregelen die de organisatie nam om ook de laatste grote ronde tot een succes te maken, gingen zo ver dat zelfs het lint waar mijn accreditatie aan hing met een spray werd ontsmet. Ik was net op tijd in Suances in Cantabrië om te zien hoe Primoz Roglic zijn derde etappe won en bewees dat hij de nederlaag in de Tour van vijf weken daarvoor al verwerkt had. „I just move on”, zou hij later zeggen.

Aan het eind van de tweede rustdag in A Coruña, afgelopen maandag, stonden honderden mensen op gepaste afstand van elkaar te demonstreren op het Praza de María Pita, pal naast het hotel van Team Ineos. Spaanse media tekenden verhalen op van winkeliers die voor hun broodwinning vreesden, nu ze sinds een paar dagen dicht moesten en ook de stad niet zomaar mochten verlaten. „Bizar”, schreef wielrenner Dylan van Baarle in een bericht. „En wij rijden vrolijk een rondje door Spanje.”

Het werd grauwer en grimmiger in Noord-Spanje, en stiller in de hotels. Politiecontroles aan de stadsgrenzen namen toe; de laatste dagen van de Vuelta kon in Castilla y Léon alleen nog eten worden bezorgd op de hotelkamer. In Madrid waren de poorten zondag nog open voor de Vuelta, om de renners te huldigen – en ook de wielersport, die erin geslaagd was overeind te blijven tijdens een pandemie.

Van de afgelopen honderd dagen reed Primoz Roglic bijna de helft in leiderstruien rond. Hij is momenteel ’s werelds beste en meest constante wielrenner en nam revanche met zijn tweede eindzege in de Vuelta, precies op het moment dat Joe Biden werd verkozen tot de nieuwe president van de Verenigde Staten. Het is nog gelukt ook.