Opinie

Afgesneden van een eerdere wereld

Marjoleine de Vos

Je zegt het zo makkelijk: het is niet het einde van de wereld. Om jezelf, meestal jezelf, te laten zien dat je ook best kunt relativeren wat je is overkomen. Maar wat overkomt je ook helemaal. Niets, denk ik, nu ik het boek lees van Philippe Lançon, Le Lambeau (De flard). Hij relativeert niet op die manier. Het einde van de wereld heeft wél plaatsgevonden, schrijft hij, in ieder geval het einde van zijn wereld, misschien van die van ons.

Philippe Lançon schreef voor Charlie Hebdo, en hij was bij de redactievergadering die 7de januari 2015. Hij ging iets later, een paar minuten maar, weg dan hij van plan was – anders was hij die mannen op de trap tegengekomen denkt hij, dan hadden ze hem daar doodgeschoten – hij zag hoe de beveiliger van Stéphane Charbonnier, de hoofdredacteur, zijn pistool pakte toen er op de trap schoten klonken, hij viel op de grond, hij hoorde schoten dichtbij, steeds eentje, geen salvo’s, steeds één. Hij zag dat hij gewond was toen de zwartbeklede benen van de man die hij verder niet heeft gezien, zich verwijderden, toen het heel stil geworden was, toen hij de hersens van zijn collega Bernard Maris uit zijn hoofd zag puilen. Pas toen er mensen binnen waren gekomen, mensen van een andere planeet, zag hij, in de weerspiegeling van het scherm van zijn telefoon heel even wat er gebeurd was met zijn gezicht. Dat was er nog maar voor twee derde.

Het is bloedstollend allemaal en tegelijkertijd heel precies en rustig beschreven, de aanloop naar die gebeurtenis die we allemaal kennen en die we ons voorgesteld hebben. Je weet hoe het gegaan is maar zelfs terwijl je het leest probeer je nog met gedachtekracht een andere afloop te bewerkstelligen.

Lançon benadrukt steeds weer dat hij daar en toen afgesneden is geraakt van zijn leven. Hij schrijft ook dat hij in de dagen na de aanslag heeft gevoeld hoezeer Charlie deel uitmaakte van het Franse sociale contract „of eigenlijk, van wat ervan restte. De meerderheid zou dat contract nooit hebben ondertekend als men het hun had voorgehouden”. Dat laatste was niet eens noodzakelijk om er toch mee te leven, schrijft hij. „Het volstond om de lucht in te ademen waarin de inkt ervan al lang geleden was gedroogd.”

Lançons boek is, behalve alles wat het verder is, een toonbeeld van het intellectuele klimaat in Frankrijk. De intellectuele ruimte om een roman van Houellebecq te analyseren (en het niveau van die analyse) of opinies te formuleren – ook controversiële.

Ik zag onlangs een interview van Al Jazeera met president Macron, waarin die uitlegt wat hij precies wil beschermen, wat dat sociale contract behelst. Duidelijk in de hoop dat men het wél zal willen ondertekenen, in de overtuiging dat het een redelijk, zelfs een verlicht contract is, waarin een president niet vóór beledigingen is, maar wel staat voor het recht om ze te uiten, hoe pijnlijk dat soms ook kan uitpakken. En niet alleen de president, wij allemaal.

Toch? Ook degenen die sommige boeken niet meer willen lezen (seksistisch), sommige kunstwerken niet meer willen zien (racistisch), sommige spotprenten niet meer kunnen verdragen (anti-islamitisch). Of is de inkt van dat sociale contract zo verdroogd dat het niet meer leesbaar is, leven we nu in een nieuwe wereld, waarin andere regels gelden? Misschien zijn we niet zozeer Charlie, maar Philippe Lançon, afgesneden van een wereld die eerder bestond. En misschien is dat normaal, gebeurt dat nu eenmaal in een mensenleven. Wat nog geen reden is voor berusting. We horen op de achtergrond Dylan Thomas schreeuwen: „Rage, rage against the dying of the light.”

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.