Hoe Trump bewijst dat Rutte de beste keuzes voor rechts Nederland maakte

Deze week: VVD’ers die eerder Republikeinen steunden, Rutte die ooit advies van een Republikeinse strateeg inwon, hoe de wegen van de VVD en de Republikeinen zich scheidden. Ofwel: Trump en de keuzes van rechts Nederland.

Tekst Illustratie

Het was een inzichtelijke week: in een democratie hou je verkiezingen, maar verkiezingen bewijzen niet dat je een democratie bent.

Democratie kan alleen bestaan als mensen de kunst van het verliezen verstaan. En in het machtigste land ter wereld, de voornaamste bondgenoot van Nederland, bleek dat besef bij de president verloren te zijn gegaan.

Een grootmacht die zich presenteerde met de tronie van een tiran. Schokkend eenvoudig. Eenvoudig schokkend.

De Amerikaanse winnaarsmythe, ook geliefd in Den Haag, heeft altijd een twijfelachtig democratisch gehalte gehad. In een land waar je met de meeste stemmen alle politieke macht krijgt, en met (iets) minder stemmen geen enkele macht, wijkt alles voor het winnaarsstreven en verliest compassie zijn waarde.

Het bracht, na decennia van politiek gemotiveerde hyperpolarisatie, dinsdagnacht in de VS uiteindelijk de donkere ziel, en de donkere politiek, van Donald Trump in beeld.

Een liefdesbelijdenis aan het eigen land door je opponent als de vijand te behandelen. Jouw nederlaag als bewijs van zijn corruptie. STOP THE COUNT.

En het ongemakkelijke is: dit is natuurlijk niet alleen een verhaal met consequenties voor de VS. Trumps nationalisme, zijn isolationisme, zijn crypto-nativisme: hij kreeg er na vier jaar ongemak niet de meeste stemmen mee, maar hij kreeg er genoeg stemmen mee om te weten dat die agenda een rol in de Amerikaanse politiek zal blijven spelen – en daarmee in de westerse politiek.

Los van de uiteindelijke uitslag staat hier – voor heel Europa, ook Den Haag – een existentiële vraag op het spel: hoe kun je bondgenoot blijven van een wereldmacht die bereid is leiders te kiezen voor wie democratie een kwestie van dobbelen is?

Want je kunt het in de komende campagne over de bekende onderwerpen hebben, maar vergeleken met dit thema zijn alle andere dilemma’s natuurlijk kinderspel.

Dus toen ik deze week, zoals half Nederland, eindeloos zat te F5’en voor nieuwe tussenstanden, vroeg ik me ineens af: zullen er in de grootste partij, de VVD, eigenlijk nog Trump-aanhangers zijn?

Ik maakte een telefonisch rondje, en werd eraan herinnerd dat bijvoorbeeld toenmalig partijvoorzitter Jan van Zanen, nu burgemeester van Den Haag, in 2004 nog een verklaard aanhanger van de Republikeinse president George W. Bush was.

En in 2008 leerde een informeel gesprek in de Tweede Kamerfractie, toen geleid door Mark Rutte, dat mensen als Henk Kamp, Hans van Baalen en Fred Teeven de Republikein John McCain verkozen boven Barack Obama.

Een jaar eerder had beginnend partijleider Rutte in Amsterdam een gesprek met de Republikeinse strateeg David Winston, een begrip in Washington: Winston was een van de adviseurs achter de Republikeinse doorbraak in 1994. Toen maakten de Republikeinen onder Newt Gingrich, in veel opzichten een voorloper van Trump, een decenniaoude meerderheid van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden ongedaan.

Winston vertelde me later in Washington dat hij Rutte het Amerikaanse spelboek van de simplificatie bijbracht: profileer je niet met een veelheid van thema’s (ook groen rechts, vrijheid van meningsuiting, etc.) maar beperk je tot één of twee herkenbare punten, zoals veiligheid en economie.

„Ik wil niet claimen dat ze deze keuzes maakten omdat ik het zei”, vertelde hij. „Maar daarna zijn ze de goede richting ingeslagen.”

Context is hier wel van belang: de Republikeinen van de jaren nul zijn onvergelijkbaar met de huidige. McCain, Bush en ook Mitt Romney waren internationalisten die vergeefs probeerden hun partij een hogere tolerantie voor migratie bij te brengen. Op beide punten nam Trump de Republikeinen mee in het isolationisme.

Dus dat ik tussen de huidige VVD-politici – Kamerleden en ministers – niet één Trump-aanhanger vond, was misschien ook logisch.

Ik belde vrijdag met Amerika-kenner Koen Petersen, oud-voorzitter van de VVD Amsterdam en een persoonlijke vriend van de premier. Ook hij kon niemand noemen.

„De VVD is ook erg politiek-correct geworden”, zei hij. „Er is weinig ruimte meer voor vrijbuiters.”

Petersen was ook kritisch op de Nederlandse media. Te weinig aandacht voor de oorzaken van Trumps succes. „De echte vraag blijft waarom zoveel mensen op hem stemmen.”

Tegelijk viel me op dat ze nu ook in de rechtervleugel van de VVD niets van Trump willen weten. „Die man is een ramp”, zei bijvoorbeeld Hans van Baalen. „Zo’n speech van donderdagnacht – daar kún je als democraat niet achter staan.”

Het interessante is natuurlijk: achteraf waren er wel degelijk momenten dat de VVD een rechts-nationalistische partij à la Trump had kunnen worden.

Toenmalig voorman Jozias van Aartsen liet in 2004 Geert Wilders vertrekken, en Rutte nam vermoedelijk het grootste risico toen hij in 2007 Rita Verdonk, ondanks al haar voorkeurstemmen, uit de partij gooide. Het effende het pad voor zijn premierschap in 2010.

En toen Wilders in 2012 een onberekenbare gedoogpartner bleek te zijn, koos Rutte, gedragen door gematigde adviseurs als Ben Verwaayen en rechtse VVD’ers als Stef Blok en Halbe Zijlstra, voor een gouvernementeel partijprofiel rechts van het midden.

Zo bleef de VVD de afgelopen tien jaar niet alleen de grootste, maar dwong Rutte zijn partij ook haar diepste rechtse impulsen te bedwingen.

Precies de matigheid die het stijlverschil met Trump bepaalt – in alle opzichten de onmatigheid zelve.

Het heeft ook nadelen: alles draait nu om Rutte. Het schuurt met het partijverlangen naar meer beeldbepalende Kamerleden. Zo zei veteraan Johan Remkes vorig jaar maart nog op een interne bijeenkomst van de partijtop met oudgedienden dat te veel VVD-Kamerleden „bleekneusjes” zijn omdat voorlichting ze te kort houdt. „Zo kweek je grijze muizen.”

Als over enkele weken de nieuwe kandidatenlijst bekend wordt, zal officieel blijken dat een kwart tot een derde van de zittende fractieleden uit de Kamer verdwijnt: naast de premier is weinig plaats voor andere VVD-gezichten.

Ook inhoudelijk wringt het. Het verkiezingsprogramma, vrijdag gepresenteerd, is in economisch opzicht een nieuwe stap naar het midden. „Het is niet de VVD van Frits [Bolkestein] meer”, zei Van Baalen.

Twee weken terug, bij de Algemene Beschouwingen in de senaat, bleek bijvoorbeeld dat ook GroenLinks geen beletselen meer ziet voor regeren met de VVD. „Minimale verschillen tussen partijen vragen om maximale samenwerking”, zei senator Paul Rosenmöller.

Zo ontwikkelt de VVD onder Rutte zich tot middenpartij, het nieuwe CDA, waarmee de kloof met de Trump-achtigen in Den Haag, Geert Wilders en Thierry Baudet, vrijwel onoverbrugbaar is geworden. „Ik hou van politici als Trump”, zei Wilders in 2016. Baudet voorzag destijds dat Trump „ook een goede leider voor het hele Westen” zou zijn. Geen landelijk actieve VVD’er die het nog uit zijn mond zou krijgen.

Het verklaart ook de nieuwe scheidslijn in de Nederlandse politiek, inhoudelijk en mentaal: vereist een minderheidspositie in Den Haag samenwerking met andersdenkenden – en dus inhoudelijk verlies – of werkt negeren dan wel uitschakelen van andersdenkenden beter?

En feit is dat rechts Nederland de laatste tien jaar meer had aan Rutte dan aan die andere twee – omdat hij wel de kunst van het verliezen verstond.