Waarom vinden we het vies om te zitten op warmte van een ander?

Durf te vragen Walging „is de reactie op iets gevaarlijks dat stilstaat”.

Foto iStock

Het ongemakkelijke gevoel dat ontstaat als je in de nog warme stoel van een ander gaat zitten, wie kent het niet? In het Engelse taalgebied bestaat er zelfs een apart woord voor: shoeburyness, bedacht door schrijver Douglas Adams in zijn boekje The Meaning of Liff (1983). Daarin verbond hij Britse plaatsnamen met bekende maar naamloze fenomenen. Grappig, maar wat ís het? Waarom voel je de lichte weerzin niet bij de warme stoel waaruit zojuist je geliefde is opgestaan? Of je hond? En waarom liggen ervaren reizigers er meestal niet wakker van in een overvolle trein?

„Warme stoel?”, reageert Peter de Jong peinzend, „je hoort vaker over weerzin tegen de nog warme wc-bril.” De Jong is hoogleraar experimentele psychopathologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en specialist op het gebied van walging. En dat is het dus: walging. „Dat is dat iets weerzinwekkend is onder bepaalde omstandigheden.” Een heel krachtige emotie die we van de evolutie hebben meegekregen om te voorkomen dat we in aanraking komen met mogelijk besmettelijke dingen, waarvan we ziek zouden kunnen worden.

Heel erg vies

De Jong: „Zoals iedere emotie is het een gedragsprogramma. Walging laat ons afstand nemen. Het is de reactie op iets gevaarlijks dat stilstaat. Die wc-bril zal je echt niet aanvallen, maar we vinden het wel heel erg vies. Dat is het verschil met angst. Dat is de reactie op iets gevaarlijks dat bewéégt. Dan bevries je of je gaat juist iets doen. Maar rottend vlees, een kakkerlak, je neemt gelijk afstand.” De hoogleraar trekt er – goed te zien in het videogesprek – onmiddellijk het juiste gezicht bij: de neus opgetrokken, de mondhoeken naar beneden. Dankzij die ‘walgspieren’ in het gezicht is walging goed te meten in experimenten.

Het kan ook iets onzichtbaars zijn, aan een pen die even in de wc heeft gelegen, zíé je niets.

De invulling van de walging wordt sterk gestuurd door de omgeving en de opvoeding. „Een klein kind walgt nog niet van poep, ze spelen er mee. Maar ze zien de walging van de ouders en worden er langzaamaan zelf gevoelig voor.”

En even goed kan je ook weer wénnen aan viezigheid. „Ik heb in de spoelkeuken gewerkt op Schiphol, ook wc’s schoongemaakt daar. Dat is pas smerig. Eerst doe je dat kokhalzend. Maar na een week verdwijnt het, kennelijk valt het gevaar wel mee. Walging is een flexibel systeem.”

Dan is er nog het ‘source-effect’. De bron is belangrijk voor walging, legt De Jong uit. „Uit een gebruikt kopje op je aanrecht drink je zonder er over na te denken. In een openbare ruimte zou je dat nooit doen.” Vandaar dat de warme plek van je eigen hond geen enkel probleem is. Het onbekende is gevaarlijk.

Bepaald door de context

Tijdens college vraagt De Jong wel eens: ‘Heb je nog ergens van gewalgd vandaag?’ ‘Eh, nee’ zeggen de studenten dan. De Jong: „Daaraan zie je dus het enorme succes van deze emotie! We omzeilen de walging, walging helpt ons navigeren door het leven. Je past je gedrag aan.”

En dan nog iets, zegt De Jong. „Bedenk dat walging dus erg bepaald wordt door de context. Ik denk daarom niet dat het toeval is dat juist nu in deze rubriek deze vraag opkomt. Door corona staan we allemaal heel scherp op besmettingen. Dat maakt alles gevoeliger. Als je naar een enge film kijkt, schrik je ook eerder als ineens iemand de kamer binnenkomt.”

In een lockdown voelt onverwachte lichaamswarmte van een onbekende al snel veel te dichtbij.