Foto Dieuwertje Bravenboer

Interview

Nieuwe vrienden maak je niet via een scherm

Pechvogels ‘Het nieuwe studeren’ – online, geen mensen ontmoeten – is lastig voor veel jongeren. „Ik heb bijna geen colleges gevolgd. Omdat ze toch online blijven staan, ga ik dan wat anders doen, lunchen met een vriendin.”

‘Ik heb geen idee hoe een normaal studentenleven eruitziet”, zegt Daan de Glee (18) uit Barneveld, eerstejaarsstudent biologie aan de Universiteit Utrecht. Colleges zijn voornamelijk online, alleen op dinsdag is hij op de universiteit voor evolutie en biodiversiteit. Niet met honderden studenten in een grote zaal, maar van 9 tot 18 uur met een kleine club. „De hoogleraren weten dat het een lange dag is”, zegt hij. „Ze proberen er wat van te maken. We mogen elk uur met hun pasje gratis koffie halen. Soms nemen ze pepernoten mee.”

In coronatijd beginnen met een studie is karig. Inhoudelijk kan studeren online, maar onderdeel worden van een opleidingscommunity, de omgangsvormen leren kennen, nieuwe sociale relaties aangaan, vriendschappen voor het leven, sociale steun – dat ontbreekt. Nieuwe vrienden maak je niet via een scherm, zeggen alle jongeren in dit verhaal.

NRC volgt acht jongeren die tijdens de eerste lockdown zijn geslaagd en na de zomer begonnen met studeren. Voor deze groep is het leven al een tijd aftasten. De middelbareschoolperiode was al niet goed afgerond – geen feestelijke diploma-uitreiking, geen examenstunt, geen gala. En nu wordt hun studententijd ook overschaduwd door regels en beperkingen, in plaats van het ultieme gevoel van vrijheid, zelfstandigheid en kameraadschap. Geen introductieweken, geen rondleiding door de stad, geen borrels.

Hun studentenleven is nu twee maanden bezig. Hoe gaat het? Is het vol te houden om zes uur per dag digitaal colleges te volgen? En hoe leer je mensen kennen? Met een klasgenoot koffiedrinken of na college het terras op is er niet bij. Samen blokken in de universiteitsbibliotheek ook niet.

Annebel Schipper Foto Dieuwertje Bravenboer

Elf nieuwe vriendinnen

„Bij mijn opleiding draait het om samenwerken, daar is nu weinig ruimte voor”, zegt Jolene Bierman (17) uit Zevenbergen. Ze zit in het eerste jaar van de zorgopleiding van Defensie. Haar jaar is opgedeeld in groepen, op dinsdag zit ze met elf mensen in de klas, de rest ziet ze niet. Die groep van elf leert ze maar langzaam kennen: de dag is vol met lessen en buiten schooltijd spreken ze niet af. Door corona kunnen ze nergens heen, zegt ze, en ze wil haar „medestudenten en elkaars families beschermen”, dus houdt ze afstand en beperkt het aantal contacten.

Annebel Schipper (18) verhuisde van Leerdam naar Groningen, vond er een kamer en kreeg er in korte tijd elf vriendinnen bij. Zij besteedde juist meer tijd aan haar nieuwe huisgenoten dan aan haar studie. „Gezien de omstandigheden heb ik het goed naar mijn zin”, zegt ze. „Met twaalf meiden is er altijd gezelligheid in huis.” De eerste weken waren „hectisch”, ze moest wennen aan een zelfstandiger leven – zelf boodschappen doen, drukte in de keuken en bij de televisie in de woonkamer. „Het is anders dan met je ouders of zusje op de bank zitten. Soms sta ik ineens voor twaalf mensen te koken.” Ze heeft het gevoel dat ze juist doordat er geen uitgaansleven is en er geen feestjes zijn, in kortere tijd een betere band heeft opgebouwd met haar huisgenoten. „We brengen zo veel tijd door met elkaar. Ik had al snel vertrouwde gesprekken, dat duurt normaal langer.”

Lees ook de eerste aflevering van deze serie: Geslaagd! Maar daarna kon er opeens niets meer

Daan de Glee bleef thuiswonen. Hij verbouwt samen met zijn vader de schuur in de tuin zodat hij er met zijn zusje kan intrekken. Hij merkt dat de band met zijn vriendengroep uit Barneveld is veranderd. „Hechter, closer”. Hij ziet „de jongens” sinds de laatste maatregelen juist meer dan daarvoor. Met z’n allen afspreken op vrijdagmiddag kan niet meer, want dan zijn ze met te veel. „Dus komen vrienden de hele week door langs.”

Jolene Bierman Foto Dieuwertje Bravenboer

Ook Ruben Poelhekke (17) uit Vreeland bleef thuiswonen. Hij ziet steeds hetzelfde clubje mensen, zegt hij. „Soms gaan we een stukje rijden, of bij iemand thuis een film kijken of een spel spelen. Maar feest wordt het niet met drie of vier mensen. Nee, er wordt niet meer goed gezopen de laatste tijd.” Hij studeert technische bestuurskunde in Delft. Studiegenoten ontmoet hij niet, want „iedereen vindt het te ver reizen om een uurtje bij elkaar te komen”.

Eenzaamheid en depressie

Fysieke afstand betekent nu sociale afstand, zegt Daphne van de Bongardt, pedagoog en socioloog aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ze onderzoekt jongeren en hun relaties. In deze levensfase – de overstap van middelbare school naar studeren – is nieuwe relaties aangaan een belangrijke ontwikkelingstaak, zoals dat in de pedagogische wetenschappen en ontwikkelingspsychologie heet. „Ze komen daarin tekort nu. Dat kan gevolgen hebben voor hun functioneren en welzijn. De eerste onderzoeken druppelen binnen en sommige adolescenten rapporteren eenzaamheid, depressie, somberheid, obsessieve gedachtes.” Ze ziet ook studenten bij wie het studeren juist goed gaat nu er weinig afleiding is. Ruben Poelhekke: „Ik krijg de kans om mijn eerste jaar in één keer te halen.”

Toch bevalt het online studeren hem en de andere jongeren in dit verhaal. Ruben Poelhekke: „De colleges zijn goed te volgen, maar ik raak snel afgeleid door WhatsApp en Instagram. Ik zet de video vaak op pauze om een berichtje te beantwoorden. Of om wat te eten te halen.” Jolene Bierman: „Ik vind onlineles vervelend. Het is lang luisteren naar een docent of kijken naar een powerpoint, ik mis de interactie. Tijdens de lessen zet ik meldingen van WhatsApp en Snapchat uit, maar ik vind het alsnog moeilijk om mijn aandacht erbij te houden. Ik kijk naar de vissenkommen op m’n kamer, of de hond blaft, of mijn zusje komt binnen.” Daan de Glee is consciëntieus: „Alles wat op de planning bij ‘woensdag’ staat, wil ik ook op woensdag hebben gedaan. Ik wil niet achterlopen, want voordat ik het weet, loopt het uit de hand en is het niet meer in te halen.” Dat is precies waar Annebel Schipper last van heeft. „Voor mij werkt het niet dat alles online en vrijblijvend is.” Ze studeert rechten in Groningen. „Ik heb bijna geen colleges gevolgd. Omdat ze toch online blijven staan, ga ik dan wat anders doen, lunchen met een vriendin. De week erna denk ik: ik ga niet kijken hoor, ik loop nu toch al achter. Zo sla ik het steeds over en haal het niet meer in. Fysiek les hebben zou me meer motivatie geven.”

Daan de Glee Foto Dieuwertje Bravenboer

Lees ook deel twee van deze serie: Als het eerste studiejaar vanaf de bank begint

Daphne van de Bongardt ziet als universitair docent veel verschil in de manier waarop studenten omgaan met ‘het nieuwe studeren’. Het heeft, denkt zij, ook te maken met de motivatie en overtuiging waarmee ze voor een studie hebben gekozen. „Alle universiteiten en hogescholen zijn dit jaar overspoeld met aanmeldingen. Daar zitten jongeren bij die eigenlijk een tussenjaar wilden doen, werken en reizen, maar door corona toch maar zijn gaan studeren.” Annabel Schipper had moeite met het kiezen van een studie. Ze bezocht allerlei open dagen. „Niets trok me. Met rechten kun je veel kanten op. Ik weet nog niet wat ik ermee wil doen later.” Studenten die voor 1 februari stoppen, krijgen de helft van het collegegeld terug. Annebel: „Als ik mijn tentamens niet haal, stop ik en ga ik volgend jaar opnieuw beginnen. Maar daar ga ik niet van uit hoor. Ik ga nog even heel hard blokken.”

Ruben Poelhekke Foto Dieuwertje Bravenboer

Onduidelijkheid

Wat in deze tijd ook lastig is: de onduidelijkheid over hoelang studeren en het studentenleven nog zo zullen zijn. Hoelang zullen ze hun jaargenoten niet zien? Bij Daan de Glee is het komende tentamen online; hij zal het in zijn eentje maken, op zijn slaapkamer. Heeft zo’n lange periode van onzekerheid effect op hun ontwikkeling? „De veerkracht van mensen neemt af naarmate een crisis langer duurt”, zegt Steven Pont. Hij is ontwikkelingspsycholoog en systeemtherapeut, en was eerder docent op een middelbare school. Hij zegt: wat ons nu overkomt, overkomt ons allemaal. Het gaat erom of je kiest voor de slachtofferrol of zelf het leven een andere kant op stuurt. Hij vergelijkt het met wat er ngebeurt in de horeca: de een sluit zijn tent, de ander gaat maaltijden bezorgen en thuisdiners verzorgen. „Dat is een karakterdingetje, zeker, maar je kunt tegen je eigen impulsen ingaan.” Studenten die het niet kunnen opbrengen om te studeren, adviseert hij afspraken met zichzelf te maken en die te behandelen als een afspraak met een ander. „Verplicht jezelf om elke dag om 10 uur gedoucht en aangekleed achter de laptop te zitten. Een afspraak met een ander kom je na, dat ben je zelf ook waard. Is het toch lastig, ‘zoom’ dan elke ochtend met een studiegenoot. Je voelt je toch lullig als de ander klaarzit terwijl jij je bed nog ligt warm te houden.”

Wat ook helpt, zeggen beide deskundigen, is iets positiefs van deze periode benoemen. Daan de Glee: „De band met mijn vader is sterker geworden. Op maandag ben ik altijd alleen thuis met hem. Ik studeer, hij werkt, we lunchen samen. We maken soep, met een broodje erbij. De hond krijgt een broodje leverpastei. We praten. Door corona krijg ik tijd met hem, anders had ik in Utrecht gezeten en hij in Arnhem op kantoor. Onze lunch wil ik erin houden als corona voorbij is.”