Foto Jan-Dirk van der Burg

Kliko blijft een opgedrongen voorziening

Voor een klikobak maakt niemand een bewuste keuze. Net als de verplichte brievenbus aan de weg is het een van overheidswege opgedrongen voorziening. De naam is ontstaan uit de eerste letters van de families Klinkenberg en Koster die in de jaren vijftig huisvuilwagens verkochten. Dat de merknaam bekender is geworden dan de soortnaam – zegt u gerust mini-container – is in de marketing het hoogst haalbare: hulde aan de kliko.

Toch zien weinigen de lompe bak als een esthetische aanwinst, al helemaal niet als er alleen in de voortuin plek is om het icoon van de Nederlandse bronscheiding te parkeren. In sommige gemeenten staan er wel vier per huishouden, hoe houd je de boel nu een beetje welstandig?

Bij de bouwmarkt zijn kant-en-klare ombouwcontainers te koop, een soort minigarage in de voortuin. Dan is er de ‘ecologische oplossing’ om van een klimop- of conifeerhaag een kliko-dockingstation te maken (groene uitstraling gegarandeerd). En dan is er nog de camouflagetechniek. Dat kan door de klikobak te bestickeren met een klimop-patroon.

In Wijk aan Zee zag ik een omkering van deze denkwijze. Daar schilderde de bewoonster de kliko’s in het baksteenpatroon van het huis waar ze tegenaan staan. Ook een oplossing.

Foto Jan-Dirk van der Burg

Foto Jan-Dirk van der Burg

Foto Jan-Dirk van der Burg

Foto Jan-Dirk van der Burg

Foto Jan-Dirk van der Burg

Foto Jan-Dirk van der Burg

Foto Jan-Dirk van der Burg

Foto Jan-Dirk van der Burg

Foto Jan-Dirk van der Burg

Foto Jan-Dirk van der Burg