‘Ik zie kleuren die ik niet eerder zag. Maar is dit een truc, kunst, kitsch?’

Het Meesterwerk Theaters, musea en concertzalen zijn weer dicht. Waarvan kun je, ook nu, nog wel genieten? NRC-recensenten gidsen je langs hun eigen favorieten: tijdloos en coronaproof. Aflevering 2. James Turrell: Hemels Gewelf.

James Turrell, het Hemels Gewelf in Kijkduin, Den Haag. Foto Gerrit Schreurs / Stroom Den Haag
James Turrell, het Hemels Gewelf in Kijkduin, Den Haag. Foto Gerrit Schreurs / Stroom Den Haag

De Amerikaanse kunstenaar James Turrell maakt kunst van niks, nu ja, van niks dat tastbaar is. Licht is zijn materiaal, een materiaal dat ook in de kunst geschiedenis heeft. Dat kun je bijvoorbeeld nog steeds ervaren in het Pantheon in Rome, de beroemde tempel uit de klassieke oudheid, nu een kerk. Door een rond gat in het dak valt het licht bijna tweeduizend jaar later nog steeds subliem naar binnen.

We kunnen nu niet naar Rome, en ook niet naar museum Voorlinden in Wassenaar, waar Turrell in 2016 een vierkant gat in het dak liet maken op jacht naar net zo’n spirituele ervaring. Zulke ‘Skyspaces’ installeerde hij in musea over de hele wereld, van Argentinië tot Japan. Maar we kunnen even verderop wel naar het Hemels Gewelf, een kunstwerk dat Turrell in 1996 in Kijkduin maakte, op verzoek van Lily van Ginniken, directeur van Stroom, Haags Centrum voor Beeldende Kunst. Voor een klein land is Nederland gezegend met een grote hoeveelheid land art.

Het Hemels Gewelf bestaat uit een kleine ovale duinvallei, die je door een tunneltje betreedt. In het midden van de kom staat een bank waarop je moet gaan liggen om de hemel als koepel te ervaren.

Seculiere tempel

Op de oktoberdag dat ik er ben regent het of regent het bijna, of is het net opgehouden met regenen. Terwijl ik lig, gebeurt er weinig. Een blauwe lucht lijkt misschien eerder een koepel dan een grijze. Het is alsof je Bach hoort op een slecht afgestemde radio. Jagen op spirituele ervaringen is hachelijk. Er is misschien meer kans op als je niet zoekt; als Bach je juist weet te raken op een slecht afgestelde radio.

Bovenop een naburig duin staat nog een bank van Turrell. Ik sta ernaast en zie de zee. De lucht boven het water heeft kleuren die ik nog nooit gezien heb.

De Britse filosoof Alain de Botton opperde ooit het idee om seculiere tempels te bouwen. Het gevoel dat atheïsten missen en aldaar kunnen ondergaan is volgens hem awe, best te vertalen als ontzag, eerbied. Ik zou me zo’n seculiere tempel goed kunnen voorstellen naar een ontwerp van James Turrell.

Een van Turrells inspiratiebronnen is het werk van de Belgische natuurkundige Marcel Minnaert. Die publiceerde in 1937 het eerste deel van De natuurkunde van ’t vrije veld: licht en kleur in ’t landschap, dat nu te lezen is in de onvolprezen digitale bibliotheek van de Nederlandse letteren.

Minnaert schrijft daarin vrolijk dat de waarneming van de hemel als koepel een illusie is. Turrell heeft die illusie willen vervolmaken, zoals hij dat ook doet in zijn levenswerk in de Roden Crater in Arizona. Waarschijnlijk is hij daar wel in geslaagd, in dat vervolmaken, zelfs zozeer dat wordt verdoezeld dat het om een illusie gaat. Het blijft de vraag of deze kennis het Hemels Gewelf tot meer dan een platte goocheltruc maakt. Is dit kunst of kitsch? En is dat eigenlijk wel een serieus te nemen onderscheid? Is alle kunst uiteindelijk kitsch?

Ik kom er niet uit. Misschien zit de sleutel in het beroemde gedicht van Bloem, die in De Dapperstraat schreef nadat hij wolken vanuit een zolderraam had bewonderd: ‘Alles is veel voor wie niet veel verwacht./Het leven houdt zijn wonderen verborgen/Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.’

James Turrell: Hemels Gewelf. Machiel Vrijenhoeklaan 175, (tegenover restaurant De Haagsche Beek) Kijkduin, Den Haag.