Haags college stelde kosten voor cultuurcomplex Amare lager voor dan ze zijn

Cultuurcomplex De Rekenkamer van Den Haag raamt de kosten voor cultuurcomplex Amare op ruim 223 miljoen euro, 12,5 miljoen meer dan bij de laatste raming in 2018.

Het nieuwe cultuurcentrum Amare, hier tijdens de bouw in 2019, biedt vanaf 2021 onderdak aan het Zuiderstrandtheater, Residentie Orkest, Nederlands Dans Theater en Koninklijk Conservatorium. Foto REMKO DE WAAL/ANP
Het nieuwe cultuurcentrum Amare, hier tijdens de bouw in 2019, biedt vanaf 2021 onderdak aan het Zuiderstrandtheater, Residentie Orkest, Nederlands Dans Theater en Koninklijk Conservatorium. Foto REMKO DE WAAL/ANP

De kosten voor de bouw van het Haagse onderwijs- en cultuurcomplex Amare zijn door het gemeentebestuur steeds lager voorgesteld dan ze in werkelijkheid waren. Dat concludeert de Rekenkamer van Den Haag.

Voor het complex, waar volgend jaar het Residentie Orkest, het Nederlands Dans Theater, het Koninklijk Conservatorium en het Zuiderstrandtheater in moeten komen, werd in 2014 177,4 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dat bedrag werd in 2018 verhoogd tot 210,9 miljoen euro. De Rekenkamer raamt de werkelijke kosten inmiddels op 223,3 miljoen euro. Maar het college informeerde de gemeenteraad daar niet over, terwijl het een informatieplicht heeft.

Lees ook over de rol van de topambtenaar bij de bouw van Amare: Topambtenaar Den Haag vertrekt na integriteitsonderzoek

Als een van de redenen waarom de kosten zijn gestegen, noemt de Rekenkamer de manier waarop de gemeente als opdrachtgever optrad. Toen de aannemer aan de slag ging, had het college alleen nog moeten controleren of het ontwerp voldeed aan de gestelde eisen. „Tijdens het ontwerpproces heeft het gemeentebestuur aan de culturele instellingen die zich in [Amare] gaan vestigen echter de ruimte geven om nieuwe eisen in te brengen. De opdracht werd daarmee veranderd, waardoor de kosten stegen.”

Die kosten werden vervolgens door de gemeente betaald, niet door de instellingen.

Opslag rekwisieten kosteloos

De Rekenkamer concludeert ook dat de gemeenteraad te weinig inzicht heeft op welke structurele kosten er ná de opening nog zullen zijn en welke toezeggingen daarover zijn gedaan. Zo mag het Koninklijk Conservatorium kosteloos gebruik maken van parkeerplaatsen voor fiets en auto, van studieruimtes in de naastgelegen bibliotheek en van een opslag voor rekwisieten en kostuums. Volgend jaar moet het cultuurcomplex klaar zijn en trekken de verschillende instellingen erin.

In een reactie bestrijdt het college een aantal conclusies. Wethouder Anne Mulder (Financiën, VVD) zegt dat het college en de Rekenkamer „verschillen van inzicht over de wijze waarop de kosten zijn gepresenteerd en de raad hierover is geïnformeerd”. Volgens de wethouder komt de Rekenkamer met een optelling van kosten die „niet juist is”. „De betreffende kosten zijn wel gemaakt, maar als onderdeel van andere projecten.”

Bovendien moet volgens Mulder „het een en ander in historisch perspectief” worden geplaatst.

Over een cultuurcomplex debatteert Den Haag als sinds 2008. Het project werd in 2010 afgeblazen en daarna in 2014. Inmiddels is de bouw aan het Spuiplein in volle gang.