Opinie

De Republikeinse Partij moet in het post-Trumptijdperk aan zelfonderzoek gaan doen

Amerikaanse verkiezingen

Commentaar

De charme van de Amerikaanse democratie is ook meteen haar kwetsbaarste kant. Democratie is mensenwerk, uitgevoerd met goedwillendheid, enthousiasme en, soms, amateurisme. De Amerikaanse presidentsverkiezingen lieten zien dat het systeem werkt. Een recordaantal Amerikanen, tegen de 160 miljoen, heeft kunnen stemmen. Zeker nu, in de coronacrisis, is dat ongekend. Van fraude met stembiljetten is niets gebleken, ondanks dat de toon uit het Witte Huis de afgelopen dagen steeds grimmiger werd.

President Donald Trump, in het nauw gedreven door steeds kleinere kansen om herkozen te worden, speelde de kaart van bedrog. De verkiezingen waren niet eerlijk, betoogde hij, omdat poststemmen die ná de verkiezingsdag binnenkwamen ongeldig zouden zijn. Ook wees Trump op andere ‘onregelmatigheden’: zo konden Republikeinse waarnemers niet dicht bij een telling komen.

Niet één van deze beschuldigingen snijdt hout, zoals gebleken is uit de verloren rechtszaken die het Trump-team heeft aangespannen. Er is nog niet één aanwijzing dat de verkiezingen oneerlijk zijn verlopen. Wie zoiets beweert, moet met bewijzen komen. Die zijn niet geleverd. Potentieel is de schade aan de democratie enorm. Trump probeert de legitimiteit van de verkiezingen weg te halen. Hij kijkt naar de rechterlijke macht door overal rechtszaken aan te spannen – tot nu toe zonder succes. Trump dreigde bovendien naar het (door conservatieven gedomineerde) Hooggerechtshof te stappen. Dat is overigens onmogelijk, het Hof beslist zelf welke zaken behandeld worden.

De partijtop moet niet doen alsof de vier jaren onder Trump een boze droom waren

De boodschap aan zijn aanhang is bovendien dat zij de uitkomst niet hoeven te erkennen zolang die hun niet bevalt. Dat is een gevaarlijke oproep tot eigenrichting. Toch blijkt juist op zulke momenten de kracht van Amerika’s democratie. Het tellen kon de afgelopen dagen doorgaan, geweld en onlusten zijn nog niet uitgebroken. Het systeem werkt – hoe houtje-touwtje het soms ook oogt.

Langzaam maar zeker lijkt de Republikeinse Partij wakker te worden uit een boze droom. Zij hebben Trump en zijn agenda de afgelopen vier jaar blind gesteund. Kritiek was onmogelijk. De enkele partijgenoot die opstond tegen Trump, zoals senator Mitt Romney, werd geëxcommuniceerd. Daar zat achter dat Trump voor een belangrijk deel hún agenda uitvoerde, zoals lagere belastingen en de aanstelling van conservatieve rechters.

Lees ook: Tot Trump het woord nam, was het rustig

Ook speelde mee dat de partij zich om tactische redenen uitleverde aan Trump. De president is nooit populair geweest, maar had wel de steun van het overgrote deel van het Republikeinse electoraat. Congresleden, altijd bang voor de volgende verkiezingen, bedekten Trumps fouten met de mantel der liefde. Het is hoopgevend, maar moreel weinig verheffend, dat er nu wél een ontkoppeling lijkt te ontstaan tussen de Trump-wereld en de Grand Old Party.

Trump is de partij meer tot last geworden, wat bijvoorbeeld blijkt uit het feit dat het helemaal geen slechte verkiezingen waren voor de Republikeinen. In het Huis van Afgevaardigden wonnen ze weer wat zetels, en in de Senaat behouden ze voorlopig hun meerderheid. Wel worden twee senaatszetels in Georgia pas over twee maanden toegewezen. Op lokaal en staatsniveau blijven ze de dominante partij. En, ook hoopgevend voor de partij: de achterban wordt diverser. Relatief meer latino’s en Afro-Amerikanen hebben op Trump gestemd dan vier jaar geleden.

Dat vicepresident Mike Pence Trump durfde tegen te spreken op de verkiezingsnacht – Pence zei dat alle legale stemmen geteld moesten worden – is een voorteken. Trumps houding na de verkiezingen wordt ook vrij breed veroordeeld. Maar waar was de partijelite op die ontelbare momenten dat óók iets gezegd moest worden? Die stilte moet niet worden vergeten.

De laatste jaren is gebleken dat het steunen van Trump niet alleen een moreel bedenkelijke, maar ook uiterst risicovolle strategie was. Het heeft de Republikeinse Partij in extremer vaarwater gebracht. De komende jaren zal de partij aan zelfonderzoek moeten doen. Wat heeft hen in de armen van Trump gedreven? Wat wordt het conservatieve verhaal nu het land etnisch, cultureel en economisch razendsnel verandert? Na de verloren verkiezingen van 2012, toen Mitt Romney verloor van Barack Obama, besloot de partij dat het roer om moest: de Republikeinen wilden niet langer een partij voor de overwegend witte achterban zijn, maar een diversere groep kiezers aanboren om relevant te blijven. Die vernieuwing stokte abrupt in 2015, met de opkomst van Donald Trump.

De partijtop moet niet doen alsof de vier jaren onder Trump een boze droom waren. De kiezer verdient het dat er openlijk geëvalueerd zal worden wat er is gebeurd, en hoe de partij een relevante stem wil zijn in een veranderend Amerika.