De bezoekers stromen de bioscoop uit

Coronacrisis Bioscopen en filmhuizen sloten deze week opnieuw hun deuren. Door de lege zalen en het uitstel van blockbusters teren ze fors in. En steeds meer filmproducenten stappen over op streaming.

Een verlaten bioscoopzaal bij Cinelounge in Houten. De Nederlandse bioscoopsector trekt dit jaar circa 45 procent minder bezoekers.
Een verlaten bioscoopzaal bij Cinelounge in Houten. De Nederlandse bioscoopsector trekt dit jaar circa 45 procent minder bezoekers. Foto KOEN VAN WEEL/ANP

Het moest de kroon worden op een leven lang werken in de bioscoopwereld. In augustus opende in het Brabantse Roosendaal na acht jaar voorbereiding, de nieuwe C-Cinema van Carlo Lambregts. Van vier zalen op de oude locatie ging de bioscoop naar zes moderne zalen. Er kwam een app waarmee bezoekers vanuit de bioscoopstoel popcorn en cola kunnen bestellen. En met een publiekstrekker als de nieuwe James Bond-film op komst zouden de laatste maanden voor zijn pensioen een feestje worden.

Maar genieten in zijn nieuwe bioscoop deed Lambregts nauwelijks. Hij zat vooral bij de bank: hoe hij zijn hypotheek dacht te betalen? Met een nieuwe coronasluiting van twee weken is de situatie er niet beter op geworden. Lambregts: „De afgelopen maanden hebben we hooguit 30 tot 40 procent van de gebruikelijke omzet gedraaid. Niet genoeg om aan onze directe aflossingsverplichtingen te voldoen. Als de bank niet mee wil helpen, kan het over drie of zes maanden voorbij zijn.”

En dat zou een zware klap zijn voor het familiebedrijf, dat in 1973 begon met één zaal. Lambregts bestiert nu met zijn vrouw, drie dochters en twee van hun partners drie C-Cinema’s in het zuiden van het land, met totaal zeventien zalen.

Na het topjaar 2019, waarin de Nederlandse bioscopen en filmtheaters ruim 38 miljoen bezoekers trokken – het hoogste aantal in decennia – begon ook 2020 voorspoedig. Met een paar mooie publiekstrekkers op de rol kon 2019 overtroffen worden, zo was de verwachting.

Lees ook: Disney domineert in topjaar bij Nederlandse bioscopen

Een recordjaar wordt 2020 zeker, maar dan in negatieve zin. Half maart gingen de bioscopen tweeënhalve maand verplicht dicht. En ook daarna draaiden ze niet volledig. Eerst maximaal dertig bezoekers in juni, daarna zalen in de anderhalvemeter-opstelling en sinds oktober weer terug naar dertig bezoekers.

Erg slecht

NRC sprak met verschillende eigenaren en directeuren van bioscopen en filmzalen in Nederland om een beeld te krijgen van de sector. Hoe gaat het met de bioscopen in coronatijd? Het korte antwoord: momenteel erg slecht, maar de meeste bioscopen redden zich nog wel. Voor sommige filmhuizen is de situaties echter nijpender.

Om het verschil te kunnen duiden, eerst een korte schets van het Nederlandse filmtheaterlandschap. Er zijn meerdere soorten bioscopen. Je hebt de megazalen waarin de blockbusters draaien: films voor het grote publiek. Nederland kent drie grote ketens: Pathé, Kinepolis en Vue. Ze hebben, als je nog te openen locaties meerekent, allemaal twintig bioscopen of meer. Pathé is veruit de grootste met jaarlijks 45 procent van de filmbezoeken in Nederland, Kinepolis en Vue zijn allebei goed voor zo’n 13 procent. Daar bovenop komen de kleine zelfstandige bioscopen zoals C-Cinema.

Daarnaast zijn er de gesubsidieerde filmtheaters. Denk aan een aanbod dat vooral bestaat uit arthouse-films en documentaires. Een deel daarvan draait mede op een vaste exploitatiesubsidie van de gemeente.

De grotere bioscopen hebben het lastig, maar overleven 2020 over het algemeen wel, zeggen ze op vragen van NRC. Dat komt door steunregelingen als NOW en de Tegemoetkoming Vaste Lasten. Maar ook door een aantal goede filmjaren, waardoor ze financiële reserves hebben opgebouwd. „Natuurlijk is het pittig en uitdagend, maar door een goed gevulde oorlogskas stonden we er aan het begin van dit jaar goed voor”, zegt Kassandra Dommisse, directeur van Kinepolis Nederland. „Wij hebben veel vastgoed in eigen beheer en dat maakt ons flexibeler.”

Wat de grote ketens hielp, waren de goede eerste weken van 2020. „Maar uiteindelijk komen we uit op zo’n 2 miljoen bezoekers, tegenover 4,8 miljoen vorig jaar.”, zegt Ron Sterk, directeur van de 21 Nederlandse Vue-bioscopen. Daarmee blijft deze keten ver onder de 67 miljoen euro aan omzet die het in 2019 boekte. „Dat kunnen we nu opvangen. Maar de situatie is door het gebrek aan perspectief wel lastiger. We hebben al mensen moeten ontslaan.”

Ook de sluiting van de horeca kost de drie grote bioscoopketens geld: soms 30 procent van de totale omzet

Ook Pathé moest deze zomer door de pandemie „enkele tientallen” werknemers ontslaan, op een personeelsbestand van 1.800. De van oorsprong Franse bioscoop verwacht dit jaar 7,5 miljoen bezoekers te ontvangen: de helft van het aantal van vorig jaar. „Binnen de huidige omstandigheden doen we het goed. We hebben onze organisatie nu zo strak ingericht, dat het ons lukt om de financiële schade zo beperkt mogelijk te houden”, zegt een woordvoerder.

Lees ook: Onenigheid bij bioscopen: hoe ziet de 1,5-metercinema eruit?

Maar, zo benadrukt Sterk, het maakt uiteindelijk een groot verschil of je op een goede zaterdag 30.000 of 8.000 bezoekers hebt. „Dus heel lang wil je dit ook niet laten voortduren. Net zoals het een groot verschil maakt hoeveel popcorn je mag verkopen.” Want: minstens zo vervelend als de lege zalen is de sluiting van de horeca. Sterk: „Dat kost ons gewoon 30 procent van de totale omzet.”

Blockbusters verschoven naar 2021

Wat ook niet meehielp om de bioscopen in 2020 te vullen was dat de grote publiekstrekkers werden uitgesteld. Op Tenet na waren er geen echte blockbusters. De James Bond-film No Time To Die, sciencefiction-klassieker Dune en Marvel’s Black Widow schoven allen door naar 2021. Het aanbod bestond daarom vooral uit arthouse, kleine genrefilms en de hervertoning van filmhits.

Disney besloot voor de remake van Mulan de bioscopen maar helemaal over te slaan en aan te bieden op haar platform Disney+. Universal bood Trolls: World Tour vervroegd als streamer aan. Met succes: de film bracht online 150 miljoen dollar op, veel meer dan een eerder deel van de trollensaga.

Dit past in een trend. Distributeurs kiezen ervoor om hun films sneller bij streamingdiensten aan te bieden. Dat is voor bioscopen een probleem: in veel landen is het gebruikelijk om bioscopen zo’n drie maanden voorrang te geven op streamingsdiensten, de zogeheten window.

Lees ook: Omzet onlinevideo voor het eerst hoger dan bioscopen

„Doordat bezoekersaantallen beperkt zijn, zie je nu een aantal producenten films uitstellen, of meteen op een streamingsdienst aanbieden, al dan niet tegen extra betaling”, zegt Casper Scheffer van adviesbureau PwC. „Afspraken die er sinds mensenheugenis zijn, staan onder druk. En het aantal films dat vervroegd op streamingdiensten wordt aangeboden, lijkt in coronatijd toe te nemen. De vraag is of producenten bereid zijn terug te gaan naar oude afspraken als corona onder de knie is.”

Lees ook: Online kijken wint het in het nieuwe filmseizoen van bioscoopbezoeken

De streamingdiensten hebben – eerder dan verwacht – de bioscopen de afgelopen tijd ingehaald als het gaat om inkomsten. PwC verwacht wereldwijd een omzetdaling van 66 procent voor de bioscopen, waar streaming met 26 procent groeit dit jaar.

Het gebrek aan content en gebrek aan capaciteit is eigenlijk wel een van de grotere problemen van 2020, erkent ook Kassandra Donders, directeur van Kinepolis Nederland. „Maar het is vanuit hun positie ook logisch. Disney heeft de parken in de VS moeten sluiten, dus zoekt naar andere inkomsten.” Het tornen aan de ‘window’ is volgens haar „al jaren gaande”. „Het is iets wat in deze tijd versterkt wordt, maar we hebben goede hoop dat mensen toch gewoon ook bij ons blijven komen. De ervaring van het film kijken in de bioscoop is toch echt wat anders dan thuis op de bank.”

Filmhuizen

Van een teruglopend aanbod hebben filmtheaters minder last. Wel speelt daar een capaciteitsprobleem. Het zijn vaak wat kleinere gelegenheden met minder stoelen. Het Zwolsche Fraterhuis heeft twee zalen („zeg maar anderhalve zaal”) waar respectievelijk 8 en 24 bezoekers in kunnen, vertelt directeur Henriëtte Boerhof. „Dus al mochten er dertig mensen in, dan lukte dat niet eens. We bleven afgelopen tijd vooral open als service naar onze trouwe bezoekers.”

Waar een aantal filmhuizen in Nederland een zogeheten gemeentelijk exploitatievergoeding krijgt voor het verzorgen van een divers filmaanbod en educatie, krijgt het Fraterhuis niet een dergelijke vaste subsidie. „Dus zaten wij wel van: wat nu? Gelukkig sprong het Filmfonds bij.”

Dat zit zo: via minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66) kwam er 300 miljoen extra bij voor cultuur. Een deel daarvan wordt via het Filmfonds over de theaters verdeeld – bioscopen kwamen er niet voor in aanmerking. Voorwaarde was dat andere overheden eenzelfde bedrag bijleggen. In het geval van het Fraterhuis ging het om 240.000 euro, waarvan 60.000 euro bij de gemeente en provincie vandaan komt.

Lees dit interview met minister Van Engelshoven: ‘We moeten de cultuur stutten en steunen zoveel we kunnen’

Het Fraterhuis gaat het einde van dit jaar „op het tandvlees” halen, maar wat daarna komt is ongewis. „We zouden nu de begroting voor 2021 moeten maken, maar hebben geen idee hoe het jaar eruit gaat zien.” Op de achtergrond speelt mee dat het nog onduidelijk is of de eenmalige subsidie als omzet meegeteld moet worden, waardoor een deel van andere ontvangen overheidssteun, via de NOW-regeling, moet worden terugbetaald.

Bij het Amsterdamse Ketelhuis maken ze zich minder zorgen. „We behoren tot de 24 grotere gesubsidieerde filmtheaters in Nederland, die in aanmerking kwamen voor een culturele steunmaatregel”, zegt directeur Alex de Ronde. „Via het Filmfonds en de gemeente Amsterdam hebben we 5 ton gekregen, waarmee we een belangrijk deel van onze kosten kunnen dekken. Tot nader order zitten we dus wel goed.”

Het Ketelhuis trok volgens De Ronde gemiddeld zo’n 35 procent minder bezoekers. „Want ook in pre-coronatijd zaten er soms maar achttien man bij een documentaire als De Fietser van Kees Hin. Dat is een heel ander verhaal dan een Tuschinski met dertig mensen in een zaal bij de nieuwste James Bond.”

‘Het vet is echt weg’

De sector mag 2020 dan wel overleven, toch maakt Gulian Nolthenius, directeur van brancheorganisatie NVBF zich wel degelijk zorgen. „Een bezetting van 20 of 30 procent is niet rendabel voor een bioscoop. Dat vang je nu misschien op, maar wat is het perspectief? Het vet op de botten is inmiddels echt wel weg.”

Hij verwacht dat zeker tot de zomer de huidige situatie met bezoekersbeperkingen en tijdelijke sluitingen zal voortduren. „En zonder aanvullende steun vrezen we wel dat er echt wat bedrijven gaan omvallen”, zegt Nolthenius, zonder specifiek te willen worden. „Grotere concerns staan wat sterker, maar het probleem zit ’m echt in de breedte.”

En haalt de Roosendaalse C-Cinema van de familie Lambregts 2021? „Als we afspraken kunnen maken met de bank, en daar hangt het echt op, dan verwacht ik dat we het uiteindelijk wel redden. We hebben de videoband en de dvd overleefd, dus Covid-19 moet ook wel lukken.”