Computerwetenschapper dankzij de katholieke kerk

Ze waren belangrijk voor de wetenschap, maar deze vrouwen stonden tot nu toe in de schaduw.

Dat vrouwen zo traag tot de wetenschap doordrongen komt onder meer door de kerk. In haar boek Pythagoras’ Trousers heeft wetenschapsjournalist Margaret Wertheim dat al eens haarfijn uit de doeken gedaan. De katholieke kerk die in de twaalfde en dertiende eeuw voortvarend kathedrale scholen oprichtte, bracht wetenschappelijke en maatschappelijke vooruitgang in Europa. Maar van dat onderwijs en van de daaruit voortvloeiende wetenschappelijke discussies in de ‘geheimtaal’ Latijn, waren vrouwen buitengesloten.

Toch bood diezelfde rooms-katholieke kerk vrouwen soms juist ook de kans om hun leven aan denken en onderzoek te wijden. Want door tot een kloosterorde toe te treden, werden ze gevrijwaard van de zorg voor man en kinderen.

Mary Kenneth Keller was in de vorige eeuw één van de vrouwen die de daarmee uitgespaarde tijd in de wetenschap stak. In de informatica, om precies te zijn. En was er in 1965 niet een man geweest die in Saint Louis net een paar uur eerder zijn proefschrift verdedigde in datzelfde vak, dan had Keller zich zelfs de eerste Amerikaanse doctor in de informatica mogen noemen.

Keller had er toen al een lang studietraject opzitten. Toen zij zich in 1932 aansloot bij de Sisters of Charity of the Blessed Virgin Mary was ze achttien; toen ze in 1940 haar gelofte aflegde en officieel toetrad tot deze rooms-katholieke orde was ze 26. Drie jaar later haalde ze haar bachelor aan de katholieke DePaul-universiteit van Chicago. Nog eens tien jaar later behaalde ze daar haar master en haar promotie was weer twaalf jaar later, nu aan de universiteit van Wisconsin in Madison, op een proefschrift over algoritmes om de ‘analytische afgeleide van algebraïsche functies’ te bepalen.

Programmeertaal Basic

In de jaren daarvoor had Keller gewerkt aan de universiteiten van Purdue, Michigan en Dartmouth. In Dartmouth was ze zelfs doorgedrongen tot het eerder uitsluitend aan mannen voorbehouden computercentrum. Ze had er meegewerkt aan de ontwikkeling van Basic, een programmeertaal die populair werd omdat hij ook vrij gemakkelijk buiten de natuurwetenschap gebruikt kon worden.

Dat laatste sloot aan bij haar ideeën, want Keller voorspelde dat informatica en computers informatie op grote schaal beschikbaar zouden maken. Sterker, ze zouden leiden tot „een informatie-explosie en het is natuurlijk duidelijk dat informatie alleen nuttig is als ze beschikbaar is”, zo citeert Denise Gurer haar in de serie Pioneering Women in Computer Science.

Het was een vooruitziende blik en het stond voor Keller bovendien buiten kijf dat vrouwen bij de informatica en bij al die informatie- en data-analyse betrokken moesten worden. Toen ze na haar promotie werd aangenomen bij Clarke College, een door de Sisters of Charity of the Blessed Virgin Mary gestichte bacheloropleiding voor meisjes, richtte ze daar dus direct een informatica-afdeling op, een van de eerste van de VS. Met een subsidie van de National Science Foundation kon ze moderne apparatuur aanschaffen en twintig jaar lang zwaaide ze de scepter op deze plek waar ook werkende moeders welkom waren: hun baby’s mochten ze meenemen.

Intussen ontwikkelde Keller zelf een masteropleiding in de informatica en volgde ze de ontwikkelingen in onder meer de kunstmatige intelligentie op de voet. Moderne computer- en informatietechnieken zouden in het onderwijs een „steeds belangrijkere rol” gaan spelen, was een andere voorspelling van haar die uitkwam – „terwijl we steeds meer en steeds vaardiger studenten zullen krijgen”. Zelf maakte ze daar alleen nog maar het begin van mee: in 1985 overleed ze op 71-jarige leeftijd. Het computercentrum van de Clarke-universiteit, die uit het toenmalige meisjescollege voortkwam, draagt nog steeds Kellers naam.