Werkgeluk in coronatijd: dat is niet eenvoudig in de zorg

Werkplezier Hoe houdt een zorgorganisatie oog voor het werkplezier van haar medewerkers in deze stressvolle tijd? Kleine gebaren kunnen veel uitmaken. En verdeel als team de taken beter, zodat iedereen doet waar hij goed in is.

Illustratie Rik van Schagen

De afdelingen medium- en intensive care van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein hadden 2020 uitgekozen als het jaar van het werkgeluk. Achttien medewerkers mochten een trainingstraject volgen om hun werkgeluk te vergroten.

Ryanne de Korte, verpleegkundige op de medium care, was een van hen. Maar afgelopen voorjaar vielen de trainingsopdrachten lastig te verenigen met de hectiek in het ziekenhuis. „In maart waren er diensten waarin vier mensen overleden. Dan kun je mooie werkgelukpiramides hebben waarbij je jezelf scores moet geven, maar op dat soort dagen ben je daar natuurlijk totáál niet mee bezig.”

Het is geen nieuws dat het in de zorg, meer dan in welke sector ook, ongekend druk is. Eind september meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek dat twee derde van de 1,3 miljoen werknemers in de zorg- en welzijnssector afgelopen jaar meer werkdruk ervoer. Onderzoek van de Universiteit Maastricht in verpleeghuizen liet zien dat medewerkers half oktober evenveel werkdruk ervoeren als tijdens de eerste golf.

Dat veroorzaakt deels het personeelstekort in de zorg en daarom willen leidinggevenden graag dat medewerkers goed in hun vel zitten. Dan zijn ze productiever, energieker en minder vaak ziek. Maar hoe maak je tijd vrij om werkplezier te versterken in coronatijd, als de afdeling bij wijze van spreken in brand staat?

Het helpt al als een leidinggevende wat vaker vraagt hoe het met je gaat, vindt Roel Kuijpers, hoofd van het orthopedisch centrum in het St. Anna Ziekenhuis in Geldrop en afgelopen voorjaar tijdelijk hoofd van de corona-afdeling. Hij voelt zich nog steeds nauw betrokken bij die afdeling. „Laatst belde ik ’s avonds de IC-afdeling, gewoon om te vragen hoe het ging. Het is belangrijk om in deze tijd een luisterend oor te bieden. Dat werd erg gewaardeerd, hoorde ik.”

Mentale steun

Bij het St. Anna is werkgeluk sinds 2018 onderdeel van het beleid. Afgelopen september kwam het onderwerp daarom ter sprake in de sessies die ieder team hield ter voorbereiding op de tweede golf. Kuijpers: „Toen bleek bijvoorbeeld dat het personeel tijdens de eerste golf de evaluatie van de dag erg waardeerde. Die houden we er dus tijdens de tweede golf ook in. We hadden altijd al wel een werkoverdracht, maar in coronatijd ging het daarbij wat vaker over emoties. Tijdens die evaluatie kunnen leidinggevenden en collega’s ook verwijzen naar ons aanbod op het gebied van mentale ondersteuning. .”

Maatregelen om werkgeluk te bevorderen hoeven overigens niet altijd groots en meeslepend te zijn. Zo vond verpleegkundige Ryanne de Korte het fijn dat er een maaltijd was geregeld tijdens haar avonddiensten en hebben haar collega’s en zij erg gelachen om de verpleegmutsjes met konijnenoren van de kinderafdeling die ze met Pasen droegen. „Dat zijn kleine extraatjes waardoor je die dag net iets meer kan dragen.”

Er kan altijd meer dan je denkt

Erwin Klappe Trainer werkgeluk

Volgens het veelgebruikte model van de Amerikaanse psychologen Deci & Ryan uit 1985 liggen er drie basale behoeften ten grondslag aan werkgeluk: autonomie, verbondenheid en competentie. In coronatijd staat autonomie onder druk, omdat de aanpak van het virus sterk geprotocolleerd is. Varen verpleegkundigen normaal sterk op hun ervaring en intuïtie, bij de behandeling van coronapatiënten is elke stap vastgelegd.

„Toch kan er altijd meer dan je denkt”, zegt Erwin Klappe, arbeids- en organisatiepsycholoog en medeauteur van het Handboek Werkgeluk. Hij geeft veel trainingen werkgeluk in de zorgsector. „Ook al is er een streng protocol, misschien heb je wel invloed op de volgorde van de handelingen. Of kun je de taken verdelen op basis van de kwaliteiten binnen het team? De één is goed in technische verpleegkundige handelingen, de ander is sociaal sterker Zo’n verdeling geeft al meer een gevoel van invloed en autonomie. En dát zorgt weer voor meer energie en plezier.”

Uitgeruste houthakkers

Maar stel dat er écht geen tijd is voor een korte evaluatie omdat afdelingen qua personeel onderbezet zijn en vol met doodzieke patiënten?

„Ik noem in zo’n geval altijd graag de houthakkersmetafoor”, reageert Klappe. „Stel, twee houthakkers werken in het bos; eentje neemt pauze, de ander blijft doorhakken. Die eerste houthakker slijpt zijn bijl in de pauze en neemt rust, die ander ploegt maar door met zijn steeds bottere bijl. Wie heeft aan het eind van de dag het meest efficiënt gewerkt?”

Het argument ‘geen tijd’ is volgens Klappe vaak een kwestie van ‘geen prioriteit’. „Juist nu even stilstaan bij werkgeluk geeft straks veel meer energie. Al geef ik toe dat je in deze tijden creatief moet plannen om zo’n moment in te passen.”

Dat merkte ook Larissa Veldhuis, IC-afdelingshoofd in het St. Antonius, bij het inroosteren van de werkgroepen op haar afdeling. „Daarin denken IC en MC-verpleegkundigen mee over verbetering van zaken als voeding of wondzorg.” De werkgroepen passen bij de behoefte om competenties te ontwikkelen, maar tijdens de tweede golf sneuvelden dit soort sessies als eerste in het rooster. „Terwijl dat nou net de zaken zijn waar verpleegkundigen voldoening uit halen.”

Ondanks die gemiste werkgroepen en een jaar waarin Veldhuis niet van ‘geluk’ zou willen spreken, zijn veel van haar werkgelukdoelen van begin dit jaar toch bereikt. „We wilden meer verbinding en samenhorigheid in het team – dat is gelukt. Tijdens de eerste golf was er veel leed en verdriet, maar het heeft ons team veel sterker gemaakt, sterker dan welke teambuildingsessie ook. Al had ik dat natuurlijk liever zonder Covid-19 bereikt.”