Waar moet de jonge theatermaker heen?

Theater Valt het doek voor Frascati Producties? Het Amsterdamse productiehuis fungeert als opstap voor aanstormende theatermakers en regisseurs, maar krijgt geen subsidie meer. „Dit is desastreus voor aankomende generaties.”

Frascati Producties / Florian Myjer, Yves Saint Laurent (2020)
Frascati Producties / Florian Myjer, Yves Saint Laurent (2020) Foto Bas de Brouwer

Alles is gered, behalve de toekomst. Dat gevoel overheerst bij Frascati Producties, het Amsterdamse productiehuis voor jonge regisseurs en theatermakers dat in januari zijn rijkssubsidie dreigt te verliezen. Waar moeten de talentvolle jonge theatermakers zich nu ontwikkelen? Pas afgestudeerd theatermaker Caro Derkx (1995), die op het punt stond bij Frascati Producties te beginnen: „Het is niet zo dat je vers van de toneelschool eventjes bij een groot gezelschap kan aankloppen.”

In januari gaan we een nieuw vierjarig kunstbestel in. Dat betekent dat er weer andere instellingen door het Rijk gesubsidieerd worden, met andere focus en accenten. Zo worden er de komende vier jaar maar liefst vijftien ‘ontwikkelinstellingen’ opgenomen in de culturele basisinfrastructuur (tegenover slechts drie in de huidige periode). Goed nieuws, maar niet voor iedereen. Want als je kijkt naar de vijftien gehonoreerde instellingen, komt vooral de pas afgestudeerde theatermaker er slechter vanaf.

Als het aan de Raad voor Cultuur ligt moet Frascati Producties, net als vergelijkbare productiehuizen als Productiehuis Theater Rotterdam en PLAN Brabant, die zich ook expliciet richten op jonge theatermakers, plaatsmaken voor andere, vaak meer gespecialiseerde instellingen. Gevolg is dat we straks een theaterbestel krijgen waarin weliswaar veel ruimte is voor de ontplooiing van mid-career-regisseurs of genre-ontwikkeling (bijvoorbeeld urban arts, muziektheater of repertoiretoneel), maar dat de theatermaker die net van de opleiding komt, en dus nog moet zoeken naar stem, stijl en inhoud, buiten de boot valt.

Want vaak weet je als je net aan de toneelschool bent afgestudeerd, nog niet in welk ‘hokje’ je het beste past. Dat vergt onderzoek en experiment, een omgeving waar je fouten mag maken. In de woorden van Samuel Beckett: Try again. Fail again. Fail better.

Frascati Producties / Laura van Dolron, Walden Revisited (2007)
Foto Annette Kamerich
Frascati Producties / Sadettin Kirmizyüz, Hollandse Luchten, deel 2: Pandgenoten (ism Saar Vandenberghe, 2015)
Foto Saris & den Engelsman
Frascati Producties / Laura van Dolron, Walden Revisited, 2007 (links) & Sadettin Kirmiziyüz, Hollandse Luchten, deel 2: Pandgenoten, 2015 (rechts)
Foto’s Annette Kamerich / Saris & den Engelsman

Opstap

Dus fungeert een productiehuis als dat van Frascati voor veel jonge makers als de onmisbare, eerste schakel na hun afstuderen, een opstap naar het werken als autonoom kunstenaar. Vanuit daar vloeien theatermakers na een aantal jaar door naar (de artistieke kern van) grotere gezelschappen of ontwikkelen zich tot zelfstandige makers. Nu dat ‘opstapje’ dreigt te worden weggehaald, wordt de doorstroom en op termijn ook het theaterlandschap geschaad, is de angst.

Frascati Producties leverde de afgelopen decennia verscheidende theatermakers af die tot de schil van artistiek leiders van de grotere theatergezelschappen behoren. Neem Jetse Batelaan, inmiddels artistiek leider van Theater Artemis, dat onder zijn vleugels uitgroeide tot een van de belangrijkste, internationaal vermaarde jeugdtheatergezelschappen van ons land. Of Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot, die in 2016 tot de artistieke kern van Theater Rotterdam toetraden. En meer recent namen Charli Chung, makersduo Jan Hulst & Kasper Tarenskeen en Daria Bukvic de artistieke leiding op zich van Toneelgroep Oostpool. Maar ook gezichtsbepalende theatermakers als Laura van Dolron, Florentina Holzinger en Naomi Velissariou begonnen hun carrières bij Frascati Producties.

Het huidige Frascati Producties is ontstaan uit een fusie tussen Frascati en Gasthuis Producties, twaalf jaar geleden. Frascati fungeerde tot die tijd vooral als podium dat incidenteel zelf werk produceerde, Gasthuis Producties was specifiek een werkplaats die de ontwikkeling van jonge theatermakers faciliteerde. Het productiehuis werd in 2013, samen met de twintig andere productiehuizen in Nederland, ook al eens uit de basisinfrastructuur wegbezuinigd. Toen door voormalig staatssecretaris Halbe Zijlstra, als onderdeel van grootschalige culturele bezuinigingen door de VVD en het CDA. Alleen door hun eigen vermogen op te maken, hield het huis in die tijd het hoofd net boven water.

Vier jaar geleden keerde Frascati Producties terug in de basisinfrastructuur, samen met slechts twee andere productiehuizen (Productiehuis Theater Rotterdam en De Nieuwe Oost in Arnhem).

Het productiehuis heeft nauwe banden met de toneelscholen, waardoor ze veelbelovende studenten al vroeg in het vizier krijgen. Artistiek directeur Mark Timmer: „We zoeken theatermakers die tegendraads durven zijn en de confrontatie met het publiek niet uit de weg willen gaan. Dwarse kunstenaars die vanuit zichzelf disciplines doorbreken.”

Dat laatste is belangrijk. Een van de pijlers van Frascati Producties is dat het „geen dwingend profiel” heeft. Dat is een groot verschil met bijvoorbeeld productiehuizen als Toneelschuur Producties (dat focust op repertoire-regisseurs), Orkater (specifiek gericht op muziektheater) of Korzo (dans).

Heel prettig, volgens Caro Derkx (1995), die in 2019 afstudeerde als regisseur aan de Toneelacademie Maastricht en zich tijdens het aankomend kunstenplan onder de vleugels van Frascati Producties zou ontwikkelen. „Als jonge maker weet je vaak nog helemaal niet wat je wilt. Ik vind het fijn om alle mogelijkheden open te houden. Volgens mij is dat ook meer van deze tijd: acteurs schrijven hun eigen teksten, regisseurs staan in hun eigen werk. De vorm moet voortkomen uit wat je wilt vertellen.”

Timmer: „Vaak komen theatermakers bij Frascati Producties binnen met een heel ander idee van wat theater voor hen is dan wanneer ze weer vertrekken. Susanne Kennedy had aanvankelijk veel klassiekere opvattingen over teksttoneel, maar ging vervolgens veel meer richting beeldende kunst en radicale performance. Daria Bukvic wilde klassiekers maken – ze bewerkte bijvoorbeeld The Raven van Edgar Allan Poe tot toneel – maar kwam er gaandeweg achter dat ze een veel politiekere agenda had.”

Frascati Producties / Florentina Holzinger, Recovery (2014)
Foto Anna van Kooij
Frascati Producties / Marjolijn van Heemstra, Mahabharata (2012)
Foto Anna van Kooij
Frascati Producties / Anoek Nuyens & Rebekka de Wit, De zaak Shell (2020)
Foto Karin Jonkers
Frascati Producties / Naomi Velissariou, I See You (2014)
Foto Anna van Kooij
Frascati Producties / Florentina Holzinger, Recovery, 2014 (boven) Marjolijn van Heemstra, Mahabharata, 2012 (midden, links) Anoek Nuyens en Rebekka de Wit, De Zaak Shell, 2020 (midden, rechts) Naomi Velissariou, I See you, 2014 (onder)
Foto’s Anna van Kooij / Karin Jonkers

Nieuwe theatervormen

Door niet vast te houden aan genres of stijlen, kunnen er nieuwe theatervormen ontstaan, waarbij de makers elkaar weer kunnen beïnvloeden. Het documentair theater dat theatermakers als Sadettin Kirmiziyüz, Marjolijn van Heemstra en Anoek Nuyens – ook alle drie verbonden (geweest) aan Frascati Producties – nu maken, borduurt weer voort op de stand-up philosophy-voorstellingen die Laura van Dolron tussen 2004 en 2010 bij het productiehuis ontwikkelde. Timmer: „En Anoek Nuyens heeft dat documentair theater in haar huidige voorstelling De zaak Shell vervolgens weer terug in een theatrale vertelling geplaatst.”

Zowel qua vorm als inhoud is er bij Frascati Producties „niks heilig”, zegt ook theatermaker Florian Myjer (1992). Hij is sinds hij in 2017 aan de Maastrichtse toneelschool afstudeerde aan het productiehuis verbonden. „Ze zeggen niet: dit is onze identiteit en daar moet jij je toe verhouden. Dat maakt je als kunstenaar autonoom en eigenzinnig, en dat draag je mee als je weer verder doorstroomt. Ik kon toen ik begon bij Frascati Producties niet kort en krachtig benoemen wat mijn artistieke signatuur was, en ik kan dat nu nog steeds niet – en volgens mij is dat goed. Anders is er het gevaar dat je je daarnaar gaat gedragen, en je een kopie wordt van je eigen werk.”

Gedurende het traject wordt er steeds met de makers overlegd over een logische volgende stap. Myjer maakte vorig jaar onder andere het bejubelde Oorlog en vrede, een uitbundige voorstelling die op tournee ging door Nederland en Vlaanderen. „Maar na die rollercoaster van Oorlog en vrede had ik de behoefte om juist iets kleins te maken, een soort etude. Frascati vond dat meteen goed. Dat werd Yves Saint Laurent, een solovoorstelling die maar negen keer speelde voor een klein publiek.”

Florian Myjer treedt in januari toe tot de artistieke kern van theatercollectief De Warme Winkel. Wat Derkx gaat doen als Frascati Producties in januari definitief stopt is voor haar nog „een groot vraagteken”. „Het wegvallen van een plek als Frascati Producties is een enorm gemis, voor alle jonge theatermakers. We hebben plekken nodig om ons te ontwikkelen.”

Als theatermaker kun je ook per los project subsidie aanvragen. Timmer: „Maar dat is moeilijk als je niet weet waar je eigenlijk naartoe wilt, als je je eigen handschrift nog moet ontwikkelen.” Derkx bevestigt dat. „Als jonge maker wil je langere lijnen kunnen trekken, aan iets kunnen bouwen.” Die duurzaamheid is juist tijdens deze coronacrisis extra belangrijk voor toekomstige theatermakers, volgens Timmer.

Vergelijkbare, maar beduidend kleiner opgezette productiehuizen die vanaf januari wel op rijkssubsidie mogen rekenen zijn De Nieuwe Oost en Grand Futura in Groningen.

Ondertussen hoopt Mark Timmer dat de minister de plannen, voordat op 23 november de begroting van OCW officieel wordt vastgesteld, nog bijstelt. „Met het vormgeven van de nieuwe ambities is er een enorme dynamiek geweest, in een tijd waarin door de coronacrisis het overzicht bovendien al complex was. Dit is volgens mij een resultaat dat niemand voorzien had. Een bedrijfsongeval, maar met een desastreuze uitkomst voor aankomende generaties.”