Recensie

Recensie Muziek

Spelen alsof het voor het laatst is

Klassiek Woensdag mochten de theaters nog tot tien uur ’s avonds geopend blijven. In Tivoli Vredenburg liepen zes publieksgroepen op het nippertje concert-estafette ‘Walk the Line’.

‘Walk the Line’ in Tivoli Vredenburg.
Walk the Line’ in Tivoli Vredenburg. Foto Juri Hiensch

Er hangt een bijzondere sfeer in het Utrechtse muziekgebouw. In Walk the Line loopt het publiek van zaal naar zaal om in elke zaal een kort (verrassings)concert te krijgen. Vanavond klinkt meermaals fluisterend: „We zijn écht de laatsten hè?” De toon is niet somber, maar vereerd.

Gerecht één van dit laatste avondmaal: Holland Baroque met mandolinist Avi Avital. Het is een klein hapje van wat eigenlijk een compleet programma rond barokrepertoire voor de mandoline had moeten zijn. Van begin af aan is duidelijk: ook de musici gaan niet toegeven aan teleurstelling. Nu mag er nog gespeeld worden, ze zullen eens wat laten horen.

Helaas kampt Avital met opstartproblemen. Het Concert in D groot van Antonio Vivaldi komt niet meteen uit de verf. In het snelle eerste deel mislukken bijna alle vlotte loopjes. Avital probeert het te verhullen met een gevoelvolle blik en virtuoos gewiebel op zijn kruk, maar daarmee redt hij hooguit zichzelf, niet Vivaldi. Het langzame tweede deel is gelukkig beter, met name omdat begeleidend gitarist Adrián Rodriguez van der Spoel daarin een prominentere rol speelt. Zijn spel is vele malen subtieler dan dat van Avital. De korte momenten dat de mandoline bewust het samenspel met de gitaar opzoekt zijn een traktatie.

Onwrikbaar baken

Hoofdgerecht van dit driegangendiner: slagwerkkwartet Mallet Collective met een intrigerend minimalstuk van Aart Strootman op vier marimba’s. Ineens is het relevant waar in het gebouw we zijn: de Ronda, popzaal van het gebouw, is een zaal zonder galm en dat is niet alleen een voordeel bij popmuziek, zo blijkt nu. In Strootmans Shattered Canon #1 omzweven de vier spelers elkaar continu. Soms samen, soms tegen elkaar in, soms twee tegen twee, in een dromerig voorbijschuivend landschap dat steeds een beetje ingewikkelder wordt. Het ligt in het straatje van Steve Reich, ware het niet dat Strootman één onwrikbaar baken heeft ingebouwd. Elk van de vier spelers heeft een woodblock, elk op een andere toonhoogte. Van zichzelf is het niet bepaald een meeslepend instrument, maar Strootman krijgt er iets wonderlijks mee voor elkaar: hoe complex de ritmes van de marimba’s ook worden, er klinkt door het hele stuk altijd één woodblock als vaste puls – juist door het ontbreken van galm haarscherp op de maat. Na een tijdje gaat het niet meer om de marimba’s. De puls wordt verslavend. Na nog een tijdje klamp je je er wanhopig aan vast.

Het door Amsterdam Sinfonietta geboden dessert bestaat uit een klein deel van hun eigenlijke programma met kamanchehspeler Kayhan Kalhor. Kalhor speelt meesterlijk op zijn Midden-Oosterse snaarinstrument en schakelt moeiteloos van ijl naar donker in één muzikale zin. Maar het programma is te gehaast. Kalhors kunsten dringen nog maar net tot je door of hij moet alweer af. Amad van Duke Ellington vliegt tussen de violen uit de bocht. Het is ook al kwart voor 10, over een kwartier moeten de deuren dicht. En buiten staat de laatste groep nog te wachten.