Minister Stef Blok: „Wij zijn ook kritisch tegenover China. Over hun omgang met Tibetanen en Oeigoeren. Maar wij willen China niet isoleren.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Interview

‘Hopelijk keren de VS terug als leider’

Stef Blok | Minister van Buitenlandse Zaken Nederland heeft als klein land toch diplomatieke invloed door zijn economische kracht, merkt minister Blok. Ook in coronatijd.

Ook Stef Blok zat deze week „met het zweet in de handen voor de beeldbuis” tijdens het tellen van de stemmen in de VS. Maar zijn nachtrust offerde hij er niet voor op. „Natuurlijk zijn het ongelooflijk belangrijke verkiezingen”, maar als minister van Buitenlandse Zaken beleef je „heel vaak spannende momenten”, relativeert hij. „Vervolgens moet je gewoon weer voor jezelf zorgen en slapen, eten en sporten.”

Het is de VVD’er Stef Blok ten voeten uit. De wereld is weliswaar zijn werkterrein, maar de eigen omgeving is leidend. Van hem dan ook geen grote woorden in de trant van trans-Atlantische betrekkingen die op springen staan. De zaken nuchter bekijken, dat is meer zijn stijl. Daar komt bij dat het voor Blok als minister van een land dat zich nog altijd beschouwt als trouwe bondgenoot van de VS, moeilijk is te reageren op Amerikaanse verkiezingen zolang de uitslag niet vaststaat. „De democratie moet zijn loop hebben”, is het enige wat hij er nu over kwijt wil. „Ik wil echt afwachten, er kunnen ook nog rechtszaken komen.”

Voor hem geen ‘wat als’-scenario’s. Het is er het moment niet voor, en Blok is er de man niet voor. En toch: als er ooit een verkiezingsstrijd van wezenlijk belang was voor de Europese Unie en Nederland, dan was het wel deze – tussen Donald Trump, die vier jaar lang zand strooide in de internationale machine, en Joe Biden, die het ook door Nederland gekoesterde multilateralisme toejuicht. Stef Blok ziet het schijnbaar onbewogen aan. „Er is veel meer dat ons bindt, dan dat ons scheidt”, zegt hij. „We hebben elkaar nodig, ongeacht wie er Amerikaans president is.”

Lees ook: Trump bedrijft de diplomatie van het kasboek

Pas tweeënhalf jaar is Stef Blok minister van Buitenlandse Zaken. Op stel en sprong benoemd nadat partijgenoot Halbe Zijlstra aftrad na een leugen over een bezoek aan de datsja van Vladimir Poetin. Maar die tijd vloog voorbij, zo hoog liepen de spanningen in de wereld op. Niet alleen tussen de VS, China en Rusland, maar ook binnen de EU, waar de rechtsstaat in landen als Hongarije en Polen kwetsbaar bleek. Met als overtreffende trap de coronapandemie, die het diplomatieke verkeer verlamt, juist nu er schreeuwende behoefte aan is.

Het is geen gemakkelijk speelveld voor Blok, die bij zijn aantreden in 2018 geen diplomatieke ervaring had. In vorige kabinetten ging hij als minister over Wonen of Justitie. Vóór de politiek was hij bankier. Komende week verdedigt hij in de Tweede Kamer zijn begroting. Het is de laatste keer dat hij dat doet als lid van het kabinet-Rutte III, want in maart zijn de verkiezingen. Tijd om de balans op te maken. Een gesprek met de minister in een vrijwel verlaten departement, in een kamer waar de anderhalve meter afstand eenvoudig in acht kan worden genomen.

Hoe is het om buitenlandminister te zijn in coronatijd?

„Ik breng heel veel tijd door in deze kamer, want hier staat onze video wall. Ik reis veel minder. Gelukkig ken ik na tweeënhalf jaar alle buitenlandse collega’s, dus veel kán ook online.”

Lijdt de diplomatie hier niet onder?

„Ik zou naar Pakistan en India gaan, grote landen waar Nederlandse heel veel belangen heeft. Ook de Algemene Vergadering van de VN was dit jaar online en dat is een gemis. Zo’n week in New York is een ongelooflijk efficiënte marktplaats waar je alle collega’s tegenkomt.”

Lege wandelgangen trekken de zuurstof uit de diplomatie

Nu is er weer gedoe met Turkije. President Erdogan heeft Geert Wilders aangeklaagd. De spanningen met de EU lopen snel op naar aanleiding van cartoons. Denkt u nooit: dit gaat een keer mis?

„Het vergt zeker stuurmanskunst, maar Nederland is de derde investeerder in Turkije, Europa is hun grootste handelspartner. We hebben er daarom nooit aan getwijfeld, ook nu niet, dat Turkije de relatie uiteindelijk goed wil houden. Die relatie is ook in ons belang: Turkije is een sleutelland, bij de bestrijding van terrorisme zijn we écht elkaars bondgenoot. Het migratieakkoord staat onder spanning, maar werkt. Economisch heeft Turkije het moeilijk, het beseft goed dat het Europa en daarbinnen Nederland als grote speler nodig heeft.”

De relatie ontspoort niet, omdat wij een grote investeerder zijn?

„Ja. Dit is precies ook de rode draad die ik heel erg zie in dit ministerschap. Kijk, ik heb mij eerder in mijn carrière steeds met financieel-economische onderwerpen beziggehouden. Waar ligt de invloed van Nederland? Waarom hebben we in Europa invloed? Waarom kan ik in Turkije of in China of in de Arabische wereld, nou ja overal, altijd binnenstappen, en ook de boodschap over mensenrechten en andere gevoelige onderwerpen brengen? Omdat we financieel sterk zijn. Dat geeft onze diplomatie een stevig fundament en maakt agendering van gevoelige onderwerpen mogelijk.”

Als buitenlandminister moet u kanalen openhouden, vuile handen maken. Is het lastig om dat uit te leggen aan een publiek dat steeds minder geduld heeft?

„Toen ik Wonen deed, zat ik in zaaltjes. Ik werd uitgenodigd door de huurdersvereniging Katwijk. Als het gaat om buitenlands beleid ben je de hele tijd vooral in gesprek met specialisten. Toen zijn we gaan kijken: hoe kunnen we het spreekwoordelijke zaaltje in Katwijk organiseren voor buitenlands beleid? Daar is recentelijk een eerste bijeenkomst uitgerold met burgers, over het buitenlandbeleid – door de omstandigheden ook online. We zijn enquêtes gaan houden. En dan zie je dat mensen goed beseffen dat je moet balanceren in het buitenlandbeleid.”

Niemand roept: grenzen dicht?

„In de Tweede Kamer misschien soms, maar daarbuiten niet. En ook als ik in de rij sta van mijn supermarkt in Enkhuizen hoor ik dat geluid niet. Nederlanders zien dat Nederland al vierhonderd jaar een handelsland is, zijn daar trots op, maar weten ook dat je om die reden afhankelijk bent van landen om je heen.”

Welk cijfer geeft u aan de diplomatieke relatie met de VS?

„Ik geef die een acht. Ja, echt. Rutte was twee keer in het Witte Huis, ik heb regelmatig contact met [minister van Buitenlandse Zaken , red.] Pompeo. Wat voor mij buiten kijf staat: de VS zijn ongelooflijk belangrijk voor Nederland en Europa. Voor onze veiligheid en onze economie. Het goede nieuws is: ook daar is Nederland een grote speler. Iets van 800.000 Amerikanen hebben een baan bij een Nederlands bedrijf in de VS. Dat is iets waar je altijd mee kunt binnenkomen.”

Lees ook: Henne Schuwer, oud-ambassadeur in de VS, over de ‘absolute puinhoop’ in Amerika

Toen Trump werd gekozen, hoorde je: het valt vast mee. Is hij onderschat?

„Nou nee, maar we zouden graag zien dat Amerika zijn leidende rol weer oppakt. Mijn eerste ontmoeting met Pompeo ging over de uittreding uit het klimaatverdrag. Ze waren toen nog niet uit de afspraken over het Iraanse nucleaire programma gestapt, maar ik heb wel gezegd: doe dat nou niet, zoek de samenwerking. Dat doet niets af aan het feit dat de relatie al die tijd goed en intensief is geweest.”

Maakt u het niet te klein? Trump dendert door de porseleinkast. De VN, de WTO, de WHO – niets is meer heilig.

„Zeker. Een aantal van die keuzes is onverstandig geweest, voor de VS zelf, maar ook voor ons, omdat ze invloed hebben op voor ons heel belangrijke instellingen. Maar uiteindelijk gaan de Amerikanen daar zelf over.”

Via advertenties en interviews bemoeiden de ambassadeur van de VS maar ook die van China, zich rechtstreeks met Nederlands beleid. Het ging dan bijvoorbeeld over de Navo of Huawei. Vond u dat vervelend?

„Ach, op het gebied van communicatie is de diplomatie veranderd. Ook de Nederlandse. Er wordt getwitterd. Ambassadeurs geven interviews, ook de onze. Die hebben dan meestal wel een andere boodschap dan die van de VS of China. Die landen strijden om de hegemonie. Wij zijn ook kritisch tegenover China. Over hun omgang met Tibetanen en Oeigoeren. Over Hongkong. Maar onze hand is uitgestoken. Wij willen China niet isoleren.”

Dus u bent niet zo onder de indruk?

„Het zijn heel grote landen. Maar wij hoeven daar niet in een afhankelijke relatie mee om te gaan. De kracht van Nederland is onze financieel-economische kracht.”

Niet iedereen in de EU heeft die luxe.

„De term luxe bestrijd ik. Nederland is een mooi, welvarend land. We werken er hard voor, zijn bereid te hervormen. Het komt niet als manna uit de hemel.”

We hebben die positie zelf verdiend.

„Ja! Maar we moeten er wel aan blijven werken, via Europa en de NAVO. Die Europese motor werkt alleen als ieder onderdeel ook zelf van topkwaliteit is. Nederland kan dat geloofwaardig zeggen omdat onze bevolking al die financiële offers heeft gebracht. Daarom zitten wij in deze moeilijke tijd ook veel minder klem dan andere landen. En dat maakt mijn werk als minister van Buitenlandse Zaken makkelijker.”

Het belang van Europese samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van defensie, wordt sinds kort expliciet erkend door het kabinet. Ook u lijkt positiever over de EU.

„Ik kom op voor Nederlandse belangen, dat staat ook boven mijn functieomschrijving, maar er is geen enkel alternatief voor nauwe samenwerking.”

Waar komen de verhalen dat we het nee-zeggertje van Europa zijn dan vandaan?

„Ik lees het in jullie kranten.”

Eerder dit jaar, tijdens de onderhandelingen over het Europese ‘coronafonds’, kreeg Nederland er internationaal ongenadig van langs. We zouden te weinig meelevend zijn, door te blijven hameren op begrotingsdiscipline terwijl de doden zich opstapelden.

„Ik ben het daar zeer mee oneens. Al mijn Europese collega’s komen op voor de belangen van hun land. Niemand is verbaasd dat je dat doet. Niemand! Mensen weten heel goed hoe belangrijk de financiële spelregels voor ons zijn. Wat ik hier zeg, zeg ik ook in Italië of Spanje. Als mensen in Nederland politici in die landen horen zeggen dat mensen veel eerder met pensioen kunnen, komt dat net zo hard aan als wanneer wij zeggen dat zij moeten hervormen. Ik ben naar die landen gegaan om dat uit te leggen – dat wij hervormd hebben en er beter zijn uitgekomen.”

Maar wat is er dan verkeerd gegaan, dat Nederland zoveel kritiek kreeg?

„We zijn in de onderhandelingen toch geland waar we wilden landen? Het is echt onzin om te zeggen dat de relatie slechter is geworden of onherstelbaar is beschadigd.”

De kritiek was, ook binnen uw departement: u bent te veel met geld bezig, met het werk van de minister van Financiën, en te weinig met diplomatie.

„Daar ben ik het helemaal niet mee eens. De Nederlandse kracht ligt in onze financieel-economische positie. Dat was de inzet van een groot deel van mijn carrière. En nu kunnen we inderdaad zien dat dit onze onderhandelingspositie heeft versterkt. We hebben uitstekende diplomaten maar hoe lang je polsstok is, wordt bepaald met binnenlands beleid.”

En als Nederland dan het nieuwe VK van Europa wordt genoemd, is dat niet erg?

„Een onvermijdelijke uitkomst van de Brexit is dat Nederland als middelgroot land, voorvechter van vrijhandel en voorstander van zuinig omgaan met belastinggeld, een leidende rol speelt, en die pakken we ook. Maar ook op het gebied van de rechtsstaat. En dat kunnen we volhouden omdat wij daar in Nederland enorm werk van maken.”

U zegt: lidstaten moeten doen wat ze hebben beloofd. Maar dat zeggen anderen ook over ons, bijvoorbeeld over de achterblijvende defensie-uitgaven.

„We zijn de zeventiende economie, maar onze invloed op veiligheidsgebied is inderdaad veel kleiner, en dat is schadelijk voor onze diplomatieke effectiviteit. Natuurlijk kijken andere scheef naar ons, niet alleen de VS. We zijn aan onze stand verplicht om die uitgaven voor defensie op te voeren. De veiligheidssituatie in de wereld noodzaakt ertoe.”