Opinie

Een waanzinnig gaaf land ontbeert een vos

Marijn Kruk

Ben je egel of juist een vos? Het was zo’n denkspelletje dat ik in mijn studententijd weleens speelde. Het is afgeleid van een bekend essay van de Britse filosoof Isaiah Berlin: The Hedgehog and the fox, onlangs in een fraaie vertaling van Thomas Heij in het Nederlands verschenen. De egel weet één groot ding; de vos veel kleine dingen. Volgens Berlin kon je er betekenisvol onderscheid mee aanbrengen tussen schrijvers en denkers, maar ook tussen mensen in het algemeen. Er zijn er die alles herleiden tot een enkele visie, tot één overkoepelend systeem; en je hebt mensen die verschillende doelen nastreven en daarbij putten uit een brede variëteit van ervaringen. Egels hebben de kalmte van de innerlijke overtuiging; vossen zijn onrustig, maar beschikken over intellectuele wendbaarheid.

Zoiets geldt ook in het politieke domein. De egel is daar vertegenwoordigd door radicaal-rechts met zijn verlangen naar een verloren gegane heelheid en zijn wantrouwen jegens de vrijheid van het individu. Het islamisme put uit identieke bron. Beide stromingen wijzen de gebrokenheid van de moderniteit af en zoeken een weg uit onze onttoverde wereld. Radicaal-rechts probeert dat via de notie van een mythisch ‘volk’ of gefixeerde ‘nationale identiteit’; het islamisme via de reconstitutie van het Goddelijke Ene. De vos treedt naar voren in de gedaante van de liberale democratie met haar nadruk op pluralisme en het onbepaald willen laten van noties als ‘volk’ of ‘identiteit’. Er heerst geen permanente duidelijkheid omtrent vragen over wie we zijn, waar we naar toe gaan of waar we vandaan komen. Dat wordt iedere dag opnieuw bepaald.

De liberale democratie is de afgelopen jaren onder toenemende druk komen te staan. Radicaal-rechtse partijen dingen plotseling mee naar de macht, zoals in Italië en Frankrijk. In Oost-Europa bloeit de ‘illiberale democratie’ en in Amerika laat Trump er twijfel over bestaan of hij het Witte Huis vrijwillig zal verlaten.

Tot op zekere hoogte heeft de liberale democratie het onheil over zichzelf afgeroepen. Ze leverde zich uit aan een liberalisme dat zich niet langer beschouwde als een te verwezenlijken ideaal – als een project dat nooit af is – maar als een gerealiseerd ideaal. Wie vraagtekens zette bij de heilzaamheid van de markt of de zelfredzaamheid van het individu werd niet serieus genomen. Wanneer lokale gemeenschappen ontwricht raakten door de onbedoelde bijeffecten van de globalisering dan was dat misschien maar beter zo. Als je niet slaagde in het leven dan lag dat aan jezelf, in ieder geval niet aan je afkomst, je geloof of aan je huidskleur. Kortom: de liberale democratie was zelf in de ban van egel-denken.

Een van de eersten die daar politiek profijt van wist te trekken was Viktor Orbán, de Hongaarse premier. In 2010 behaalde hij een mega-overwinning, een rechtstreeks gevolg van de financiële crisis van twee jaar daarvoor. De migratiecrisis van 2015 smeedde hij tot politiek goud. Hij was een voorbeeld voor velen, inclusief Trump. Het lijkt de wereld op zijn kop, want zowel Orbán als Trump heeft iets van vossen. Ze zijn sluw en weten handig op gebeurtenissen in te spelen. Maar het is misleidend. De denkwereld die ze vertegenwoordigen is die van de egel.

Als de liberale democratie overeind wil blijven in de voortrazende populistische storm zal ze haar foxy karakter moeten zien terug te vinden. Ze moet weer leren wendbaar te zijn, doortastend, op meerdere borden tegelijk schakend. Dat geldt ook voor Nederland. Een waanzinnig gaaf land vraagt om een fantastische Meneer Vos. De al te drastische aanpak van de coronapandemie, waarin na de horeca nu ook de cultuursector de nek om dreigt te worden gedraaid, is nog niet echt een hoopvol teken. Het kan vossiger.

Marijn Kruk is journalist. Hij vervangt deze week Clarice Gargard

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.