Opinie

Amsterdam zou minder ambtenaren moeten hebben. Maar het worden er steeds meer

Column Amsterdam

Auke Kok

Afgelopen zomer, de bladeren zaten nog groen en vast aan de bomen, sprak ik een apart soort ambtenaar. Apart, omdat je bij ambtenaren al snel denkt aan ‘veel’ en ‘onzichtbaar’. In het stereotiepe beeld van gemeenteambtenaren zitten ze met z’n allen in de Stopera eindeloos te vergaderen en papieren heen en weer te schuiven. Maar deze dienaar van het volk was in zijn eentje en hoogst zichtbaar. Ik observeerde hem terwijl hij kalmpjes een boom langs de Lijnbaansgracht stond te bekijken. Geduldig nam hij de stam in ogenschouw, de kroon, de takken. Wat hem opviel noteerde hij met een soort potlood op een tablet.

Hij borg zijn digitale schrijfgerei op. Fietste een stukje verder, tot de volgende boom. Opnieuw het procedé van aandachtig kijken en vastleggen.

De boominspecteur – want dat bleek hij te zijn – was geen twintig meer en had duidelijk enkele idealen opgegeven, merkte ik tijdens ons gesprekje. Wat dan weer wél met het stereotype overeenkwam. Ambtenaren vertrekken doorgaans niet snel en zijn vaak ouder en, laten we zeggen: berustend van aard.

De Amsterdamse ambtenaar is een bijzondere mensensoort. Hij groeit door alle weerstanden heen

Aardige kerel, trouwens. Een ambtenaar die wist wat hij deed. Maar of de hogere deskundigen altijd goed omgaan met zijn informatie, dat betwijfelde hij. Of liever: hij was daar ronduit negatief over. Hij keek me gelaten aan en zei: „Heeft u wel eens iets meegemaakt bij de gemeente waar dat wél het geval is?” De boominspecteur wist het cynisme in zijn glimlach nog net te onderdrukken. Zijn grijns was een mengeling van ‘het zal mijn tijd wel duren’ en liefde voor het groen. Hij heeft de stadsdeelraden zien komen en gaan, hij maakte het „politieke theater” rond de Anne Frankboom mee, maar de inspecteur gaat onverdroten door met zijn „toch wel mooie” werk.

Ik moest aan hem denken toen ik deze week over het voorstel van de VVD las om het ambtenarenkorps te verkleinen. Amsterdam heeft naar verhouding meer ambtenaren dan andere grote steden en daarom kunnen er best dertienhonderd volledige banen worden geschrapt, vinden de liberalen (niet in de coalitie). Onder andere hiermee wil de VVD voorkomen dat de corona-ellende in de vorm van lastenverzwaringen op de bewoners wordt afgewenteld.

Ik geef ze weinig kans. In 2003 werd al geschamperd dat Amsterdam wel erg veel communicatiemedewerkers had. Waarna hun aantal groeide. In 2012 bepleitte het college ‘een kleinschalige en krachtige uitvoering van beleid’. Kwam niets van terecht. In 2014 moesten er van de dertienduizend banen een kleine duizend verdwijnen, maar inmiddels hebben we er liefst vijftienduizend.

De Amsterdamse ambtenaar is een bijzondere mensensoort. Hij groeit door alle weerstanden heen – ook nu er bijzonder veel werk wordt uitbesteed. Hij buigt als het riet zodra er een storm opsteekt en veert daarna gewoon weer terug. Zie de boominspecteur aan de Lijnbaansgracht. De beste man heeft te veel meegemaakt om zich nog ergens over te verbazen. Hij saneert, maar laat zich niet saneren: daar komt zijn verhaal – en misschien wel het grote verhaal – op neer.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.