Opinie

Ook Oost-Europese mini- Trumps kijken naar de VS

Luuk van Middelaar

De Amerikaanse verkiezingen betekenen geen fundamentele kentering voor de trans-Atlantische verhoudingen. Trage krachten van demografie en geopolitiek overtroeven een eventuele sfeerverbetering vanaf januari 2021.

Wat daarentegen enorm zal wegen op de Europese samenlevingen is het beeld van ’s werelds machtigste en zichtbaarste democratie in deze spannende dagen rond de uitslag. Elk voorbeeld uit Amerika heeft groot gezag. Gebeurtenissen in Washington kunnen daarom tot in Europa zorgelijke trends versnellen of centrumkrachten bemoedigen.

We herinneren ons hoe Trumps zege in 2016 het wassende water van het West-Europese nationaal-populisme een dreigend moment opstuwde tot een vloedgolf – tot die voorjaar 2017 stuksloeg op de Nederlandse en Franse kiezers, die Rutte boven Wilders en Macron boven Le Pen verkozen.

Maar wat we nadien veronachtzaamden, is hoezeer de regering-Trump de afgelopen jaren nationalistische en antiliberale leiders in Oost-Europa inspireerde. Achter de schermen werden zij opgejut om het been stijf te houden tegen aanmaningen over migratie of rechtsstaat vanuit Brussel, Berlijn, Parijs en Den Haag. Empowerment van het nationalisme. „Wanneer gaan jullie de Brexit-Britten achterna?”, manipuleerde Trump meer dan één regeringsleider. Met zulke verhalen kan ambassadeur Pete Hoekstra in Den Haag vandaag alleen nog bij het radicaal-rechtse Forum van Baudet terecht (dat hij dan ook van harte ondersteunt).

In Oost-Europese regeringskringen daarentegen vinden Trump-gezanten een gewillig oor. Zeker, vanwege hun rol als militaire beschermers tegen Rusland spreekt niemand in de regio de Amerikanen graag tegen. Afgelopen zomer maakte Trumps minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo een prettige Europa-tournee waarin hij lastige klanten Berlijn en Parijs links liet liggen en zich warm liet onthalen in Praag, Ljubljana, Warschau en Wenen. Maar zeker zo belangrijk is een gedeelde ideologische agenda tussen Trump en zijn regionale adepten: grenzen dicht, multiculturalisme failliet, eigen land eerst, boe tegen Merkel en Soros.

Langs deze lijn werkt Viktor Orbán in Hongarije sinds 2010 aan het uitschakelen van politieke tegenkrachten – vrije media en oppositie voorop – en doet de Poolse PiS van Kaczynski vanaf 2015 hetzelfde – die heeft onafhankelijke rechters in het vizier. Maar in Oost-Europa zitten meer en meer mini-Trumps.

„In mijn land noemen ze me de Tsjechische Trump”, zo feliciteerde president Zeman de Amerikaan in 2016 met zijn zege. Sterke man in Praag is de steenrijke premier Andrej Babis, een corrupt zakenman van het type Trump First. In het kleine Slovenië regeert sinds dit voorjaar Janez Jansa: een harde nationalist en met Orbán de enige EU-leider die zich in deze campagne openlijk voor Trump uitsprak (uiteraard heeft Slovenië dankzij First Lady Melania een speciaal plekje in het presidentiële hart).

Hongaarse diplomaten, gevraagd naar de gezien de peilingen riskante openlijke steun aan de Republikein, zeggen: de Democraten zeuren ons te veel aan onze kop over rechtsstaat en grenshekken.

Het is zaak om dit debat niet te reduceren tot clichés over een vrijheidsminnend Holland versus de tirannofiele Karpaten. Zo simpel is het niet. Dichter bij huis vierden Jean-Marie Le Pen, Fortuyn, Haider en Berlusconi al successen toen de verre Orbán nog een liberale modelpupil was. En een omgekeerde weerlegging is er ook: in heel Midden- en Oost-Europa bubbelen burgerlijke tegenkrachten en protestbewegingen op, mobiliseren jongeren, vrouwen en burgers zich om hun vrijheden te beschermen. Momenteel groeien de ongekende massademonstraties in grote en kleine Poolse steden voor behoud van het recht op abortus uit tot oppositiebeweging. Afgelopen zomer gingen in Sofia duizenden de straat op tegen corrupte leiders en in Boedapest tegen inperking van de persvrijheid. Ook zij verdienen empowerment.

Ook in Nederland gaan soms stemmen op om Oost-Europese landen-die-niet-willen-deugen dan maar uit de EU te zetten. De financiële druk moet hoger, maar strategisch geduld is ook een goed. Deze landen hebben eigen historische ervaringen en politieke culturen, maar niets predestineert hen als onliberaal. Het publieke debat is open – een steeds wisselende uitkomst van stemmen, gemoedsbewegingen en ideeënstrijd. Polen gaf zichzelf in 1791 als eerste land in Europa een geschreven grondwet – met feilloze machtenscheiding naar het destijds splinternieuwe Amerikaanse model. Het is vanwege dit soort inspiratie vanuit de Verenigde Staten, toen en nu, dat er voor Europa dezer dagen zoveel op het spel staat.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar EU- recht (Leiden).

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.