Recensie

Hackersgame wil niemand tegen de schenen schoppen

Recensie Op papier is Watch Dogs: Legion een maatschappijkritische game over een dystopisch Londen waarin hackers elkaar proberen af te troeven. Maar ontwikkelaar Ubisoft koppelt dit amper aan de echte wereld.

Spelers van Watch Dogs: Legion kruipen in de huid van leden van hackersorganisatie DedSec.
Spelers van Watch Dogs: Legion kruipen in de huid van leden van hackersorganisatie DedSec.

Met de eerste Watch Dogs zet het Franse Ubisoft in 2014 een grimmige game over hackers neer. De met elektronica gevulde omgeving was een wapen voor de speler. Stoplichten sprongen op groen tijdens achtervolgingen om de weg te versperren, meterkasten raakten overbelast om vijanden te elektrocuteren en camera’s gingen op zwart om ongemerkt langs te sluipen.

Het vervolg in 2016 was iets joliger. In het derde deel, Watch Dogs: Legion, poogt Ubisoft weer terug te grijpen naar de serieuzere toon. Aan het begin van de game is te zien hoe een groep hackers een gigantische aanslag pleegt, waarna spanningen in Londen steeds hoger oplopen. Immigratie wordt aan banden gelegd terwijl een private politiemacht een lockdown afdwingt.

Legion speelt als een klassiek openwereldspel, waarin je een stad verkent en gaandeweg missies uitvoert. Hacken met een druk op de knop kan nog steeds, maar dient nooit volledig ter vervanging voor ouderwetse vuurgevechten. Het voelt als Grand Theft Auto met een extra hackerlaag er bovenop.

Spelers kruipen in de huid van meerdere leden van hackersorganisatie DedSec die wordt geframed voor de aanslagen. Aan jou de taak om hun naam te zuiveren en te bewijzen wie de ware aanslagplegers zijn. Je schakelt tussen meerdere leden van dit hackerscollectief, die ieder unieke vaardigheden hebben. De één kan bijvoorbeeld goed met drones een basis infiltreren, terwijl de ander beter op beveiligingssystemen inbreekt.

DedSec begint klein, maar groeit naarmate je langer speelt. Hoe de groep zich vormt, bepaal je zelf: met een druk op de knop is de telefoon van iedere Londenaar te hacken om te zien wie een waardige toevoeging kan zijn. Die personages zijn vervolgens te rekruteren door een missie voor ze te voltooien. Dat voelt als een immens grote vrijheid, maar in de praktijk is er slechts een handjevol echt goede personages om in te lijven. Dat maakt het rekruteersysteem een gimmick.

Omdat de game is ontworpen om tussen zoveel personages te wisselen, raakt ook een laag in het verhaal verloren. Ditmaal heeft Watch Dogs geen hoofdrolspeler met een eigen persoonlijkheid en doelen, maar meerdere inwisselbare personages die in tussenfilmpjes allemaal dezelfde inhoudloze reacties geven. Omdat de game er lomp van uitgaat dat de speler altijd hetzelfde personage bestuurt, verloopt dialoog soms ook gek en verwarrend.

Daarnaast voelt Watch Dogs: Legion als een game met twee gezichten. Aan de ene kant probeert het spel de huidige situatie in de wereld te bekritiseren: het op slot gezette Londen lijkt te verwijzen naar de Brexit, terwijl de groeiende macht van hackers duidelijk inhaakt op de huidige strijd tussen wereldmachten.

Maar tegelijkertijd durft de maker het beestje nooit bij zijn naam te noemen. Die Brexit-verwijzingen zijn wellicht niet subtiel, maar nooit durft het spel te zeggen dat het hier om gaat. Daarnaast zijn de grote hackersgroepen hier geen Russische, Amerikaanse of Noord-Koreaanse actoren met wereldbelangen, maar kleurloze, fictieve clubs.

Personages zijn maatschappijkritisch, maar alleen over de zeer specifieke situatie die in het spel wordt geschetst. Bestaande politiek wordt stelselmatig vermeden. Het voelt alsof ontwikkelaar Ubisoft niemand tegen de schenen wil schoppen en daarom een zo tam mogelijke variant van een hackeroorlog heeft geschetst. Ergens logisch: door niemand boos te maken, jaagt de maker geen klanten weg. Maar het maakt Watch Dogs: Legion een wat inspiratieloze game die je na een week of wat weer bent vergeten.