Extra stress door de coronacrisis? Die kan de millennial óók rust geven

Werkstress Twintigers en dertigers moeten van alles bereiken – vooral van zichzelf. De coronabeperkingen kunnen voor verlichting zorgen, zien experts.

Illustratie Frances de Bruin

De eerste weken moest ze er even inkomen, nu wil Katja Toftegaard Winkler het liefst ook ná de crisis vooral thuiswerken. „Ik werk veel efficiënter en ben daardoor minder gestrest dan voorheen”, zegt ze. De 35-jarige Deense woont drie jaar in Amsterdam en werkt als marketingmedewerker voor een cyberveiligheidsbedrijf. „Ik heb het thuiswerken echt leren waarderen.”

Op kantoor ervoer ze veel druk om te presteren, zegt Toftegaard Winkler. „Iedereen kon naar me toe lopen om een vraag te stellen, waar dan ook meteen een goed antwoord op moest komen.” Nu kan ze zélf bepalen wanneer ze de tijd neemt een mailtje te beantwoorden of iets uit te zoeken voor een collega. En dat lucht op. Toftegaard Winkler: „Ik kan het werk meer in mijn eigen tempo doen.”

Britse onderzoekers concludeerden twee jaar geleden dat de huidige twintigers en dertigers veel prestatiedruk ervaren, vergeleken met leeftijdgenoten in vier voorgaande decennia – bijvoorbeeld in het werk. Millennials, grofweg geboren tussen 1983 en 1994, ervaren 33 procent meer sociale druk dan die vorige generaties. De druk die ze voelen om in het leven het ‘uiterste’ te bereiken, lag bovendien 10 procent hoger.

Dat kan ook werkstress tot gevolg hebben. In de beroepsbevolking hebben jongere werknemers het meeste last van burn-outklachten, zoals oververmoeidheid, concludeerde het Centraal Bureau voor de Statistiek in hetzelfde jaar. Een op de zes Nederlanders kampt met zulke klachten, onder 25- tot 35-jarigen is dat een op de vijf.

En toen kwam de coronacrisis. Sociale contacten moesten worden ingeperkt, thuiswerken werd de norm, en veel uitgaansplekken sloten in maart de deuren. Ook nu, tijdens de tweede golf, is het adagium: beperk je contacten, werk thuis.

Zorgt dit nu voor minder stress bij jongere werkenden, of juist méér?

Tussendoor een wasje

Voor een deel van de millennials kon de eerste lockdown (deels) verlichtend werken, zegt Willem van Rhenen, bedrijfsarts bij Arbo Unie en hoogleraar bevlogenheid en productiviteit aan de Nyenrode Business Universiteit. Doordat thuiswerken de norm werd, kregen ze meer autonomie om het eigen werk en de werkdag in te delen. „Jongere werknemers hechten relatief veel aan flexibiliteit rondom werk en het zelf indelen van werktijden”, zegt hij. Die versterken volgens hem de perceptie van autonomie, en kunnen stress daarom verminderen.

Lees ook dit interview met Willem Van Rhenen: ‘We werken niet te veel, we laden te weinig op’

Dat gebeurde bijvoorbeeld bij marketingmedewerker Toftegaard. „Ik kan even tussendoor een wasje draaien of in de pauze naar de stad”, vertelt ze telefonisch. „Op kantoor ben je toch veel tijd kwijt aan niksen. Die tijd vul ik nu in met nuttige dingen.”

Al bellend is ze nu bijvoorbeeld bezig met een wandelwedstrijd met collega’s. Winnaar is de afdeling die via een online app de meeste stappen registreert.

Meer jonge werknemers blijken nu minder te stress te ervaren. Accountants- en advieskantoor Deloitte vroeg tussen november 2019 en januari 2020 bijna 18.500 twintigers en dertigers uit 47 landen, waaronder Nederland, naar hun werk en stressniveau. In april en mei van dit jaar interviewde het nogmaals 9.000 jonge werknemers. Zij ervoeren gemiddeld 8 procentpunt minder stress dan voor de coronacrisis.

Lockdown gaf rust

Loopbaancoach Manou van Eerten en gz-psycholoog Gabriëlle van Geffen herkennen dit beeld bij hun eigen cliënten. Van Geffen behandelt veelal mensen die ook vóór de coronacrisis al stressklachten ervoeren. „Veel van hen hebben baat gehad bij de rust die de lockdown hun gaf”, zegt ze. „Hun agenda was minder vol en ook de reistijd naar werk is voor veel mensen weggevallen. Dat geeft rust.” Die rust was overigens niet alleen voorbehouden aan jongere generaties, benadrukt ze.

Van Eerten begeleidt vooral twintigers en dertigers met vragen over hun loopbaan, of die te veel werkdruk ervaren. De prestatiedruk is sterk bij deze generatie, ziet ze. „Voor de crisis begeleidde ik veel jonge werknemers die het gevoel hadden het maximale uit het leven te moeten halen. Daardoor waren ze telkens op zoek naar een nieuwe, betere baan.”

Die druk om het beste uit zichzelf te halen, is verminderd door de coronacrisis, merkt Van Eerten. Veel cliënten zien de arbeidsmarkt veranderen en zijn daarom sneller tevreden met de baan en de financiële zekerheid die ze nu hebben. „Ik denk dat corona het idee van maakbaarheid voor een deel van deze generatie onderuit heeft gehaald. Jongeren zien beter dat het ook aan iets anders dan henzelf kan liggen als ze die gewilde baan of promotie niet krijgen.”

Op kantoor ben je toch veel tijd kwijt aan niksen, die tijd vul ik nu in met nuttige dingen

Katja Toftegaard Winkler cybersecuritymedewerker

Toch, zegt zowel Van Eerten als Van Geffen: de coronacrisis heeft ook een keerzijde, en dit geldt dus zeker niet voor iedereen. Van Eerten stelt wel degelijk ook een toename van stress vast, maar dan op andere terreinen. „Ik zie nu bijvoorbeeld veel stress ontstaan door eenzaamheid, door het gemis van vrienden en collega’s, gebrek aan sociaal contact. Ze missen ook het kunnen afkijken bij anderen op de werkvloer.”

Ook de economische crisis, de gevolgen daarvan voor de arbeidsmarkt en de gezondheid van naasten leveren cliënten stress op, ziet Van Eerten. De millennials, maar ook de generatie Z (geboren vanaf halverwege de jaren negentig), hebben bijvoorbeeld relatief vaak te maken met baanverlies door de coronapandemie, ook in Nederland. Al aan het begin van de coronacrisis zagen Nederlandse gemeenten dat met name jongeren onder de 27 jaar een WW-uitkering aanvroegen.

‘Lek van energie’

Bedrijfsarts en hoogleraar Van Rhenen denkt niet dat een tweede lockdown prestatiedruk of stress onder jongere generaties zal verlichten. Hij wijt dat voornamelijk aan het gebrek aan sociaal contact. Fysieke bijeenkomsten laden volgens hem de menselijke ‘batterij’ weer op. „Nu sociaal contact wegvalt, kan dat een groot lek van energie opleveren”, zegt hij. „Zeker bij jongere generaties, die over het algemeen meer behoefte hebben aan sociaal contact.”

Technologie, al vóór corona veelvuldig door jongeren gebruikt om sociaal contact te onderhouden, is daarop niet altijd een antwoord, zegt hij. Werksituaties zijn vooral voor jongeren moeilijker, omdat ze de organisatie van hun werkgever vaak minder goed kennen dan ervaren collega’s. „Ze lopen niet zo makkelijk meer langs bij een ervaren collega, maar moeten nu de telefoon oppakken.”

Ook in het privéleven dichten digitale oplossingen het ‘energielek’ niet altijd. „Voor de crisis sprak je met iemand af en legde je een arm om iemand heen. Nu bellen of whatsappen mensen vaker”, zegt Van Rhenen. „Verbinding met anderen is een basisbehoefte en verlicht stress. Maar door corona valt juist dat échte contact nu veel meer weg.”