Opinie

Er is in Europa al meer geld dan economie

Maarten Schinkel

Vreemde tijden zijn het. Niet alleen politiek en pandemisch. Ook monetair wordt het steeds doller. Vorig jaar rond deze tijd, toen de wereld in relatieve onschuld vooruitkeek naar 2020, werd verwacht dat het gemiddelde begrotingstekort van de gehele eurozone nog geen procent van het bbp zou bedragen, en daar in ieder geval tot 2024 zou blijven. Dat hield in dat er netto (dus rekening houdend met aflossingen) door de overheden van de eurozone zo’n 120 miljard euro per jaar zou worden geleend.

Dat pakte dit jaar uiteraard anders uit, door ongekende begrotingssteun in de coronacrisis. Volgens de laatste IMF-projecties lenen de landen van de eurozone als geheel in 2020 liefst 1.124 miljard euro – nagenoeg het tienvoudige van wat vorig jaar nog werd gedacht. Volgend jaar wordt dat 590 miljard euro en in de jaren daarna daalt het bedrag langzaam tot 240 miljard.

Zo lenen de overheden van de eurozone tot en met 2024 – voor zover dat te ramen valt – samen de komende jaren bijna 2.800 miljard euro in plaats van de bijna 575 miljard waar vorig jaar nog van werd uitgegaan. Dat is vrijwel het vijfvoudige.

Lees ook: De monetaire legpuzzel wordt steeds lastiger

Steeds meer van de resulterende staatsschuld komt intussen terecht bij de Europese Centrale Bank (ECB), die de financiële sector overspoelde met geld en daarna grootschalig staatsleningen opkocht. Het balanstotaal van de ECB bedroeg in 2005 nog 1.000 miljard euro. Tijdens de Lehmancrisis van 2008 steeg dat naar 2.000 miljard euro. En ten tijde van de eurocrisis liep het op naar 3.000 miljard euro in 2012. Opkopen van staats- en andere leningen stuwde het balanstotaal vervolgens op naar bijna 4.700 miljard eind 2019. Dat was aan de vooravond van de pandemie.

De geldhoeveelheid overstijgt het bbp en het balanstotaal van de ECB is verachtvoudigd

Per 23 oktober van dit jaar staat de teller op 6.781 miljard euro. En we tellen door. Het op de valreep door de vorige ECB-president Mario Draghi begonnen aankoopprogramma van staatsleningen loopt nog – ook weer 20 miljard per maand. Daarbovenop kwam in maart van dit jaar het zogenoemde pandemic purchasing program van 750 miljard. Dat werd in juni verhoogd naar 1.350 miljard euro.

Voor een deel zit dit alles al in het balanstotaal van 6.781 miljard euro van 23 oktober. Maar er komt ook nog veel bij: van de pandemische aankopen is nog maar 628 miljard uitgevoerd – daar komt dus nog ruim 700 miljard bij. En huidig ECB-president Christine Lagarde zinspeelde vorige week nog op extra maatregelen, misschien in de vorm van extra liquiditeitssteun aan banken. Intussen loopt Draghi’s program door.

Je moet dus niet gek opkijken als volgend jaar het balanstotaal van 8.000 miljard euro wordt overschreden. Dat is vergelijkbaar met – echt waar – 67 procent het bbp van de hele eurozone. Twee derde dus. En dat gaat weer samen met een hoeveelheid geld in omloop. Die is in de eurozone nu 14.000 miljard euro, bij een structurele toename met 10 procent, en ze is inmiddels groter dan het bbp zelf.

Dus, samengevat: ongekend hoge overheidsuitgaven. Ongekend lage rentes, soms onder nul. Een centrale bank met een balanstotaal van twee derde van de economie. En een geldhoeveelheid die de jaarlijkse productie van goederen en diensten overstijgt.

Dat is allemaal best vreemd. Maar voor je heel Frankfurt voor gek verklaart: de inflatie is nog steeds nauwelijks hoger dan nul.

Is dit monetaire beleid een ongeluk dat te gebeuren staat, of een logische reactie op een nieuwe tijd waarin de wetten nu eenmaal anders zijn?

Geen idee.

En dat is misschien wel het meest verontrustend.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.