De student van nu woont thuis of in een studio

Studentenhuisvesting Steeds minder studenten wonen op kamers. Ze hebben te weinig geld en blijven bij hun ouders. Of ze wonen, dankzij de huurtoeslag, in een eigen studio.

Studente Rozemarijn Gierkink woont in een studio in Groningen. „Ik heb geluk gehad.”
Studente Rozemarijn Gierkink woont in een studio in Groningen. „Ik heb geluk gehad.” Foto Kees van de Veen

De student op kamers wordt zeldzaam. Voor het vijfde jaar op rij is het aantal studenten dat thuis bij hun ouders woont toegenomen. Meer dan de helft (55 procent) woont niet op kamers, blijkt uit de jaarlijkse Landelijke Monitor van Kences, het kenniscentrum voor studentenhuisvesting. In het studiejaar 2015-2016 was dat nog 48 procent.

De afname is volgens Kences-directeur Paul Tholenaars voor een belangrijk deel te wijten aan de afschaffing van de basisbeurs in 2015. „We zien dat studenten steeds later het ouderlijk huis verlaten en dat doen ze vooral om financiële redenen.” Een andere reden is het tekort aan studentenwoningen. Volgens Kences zijn er landelijk 22.000 woningen te weinig. In 11 van de 21 studentensteden die Kences onderzocht, is de woningmarkt voor studenten „zeer krap”.

De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) noemt de ontwikkeling „zorgelijk”. Voorzitter Lyle Muns: „Wij zien een soort klassenverschil ontstaan. Het aandeel studenten uit gezinnen met modale inkomens dat op kamers gaat, is nog harder gedaald dan het gemiddelde. Zo wordt wonen op kamers een privilege.”

Luister ook deze podcast: Te weinig woningen, wiens schuld is dat eigenlijk?

Studio’s in trek

Als studenten al vertrekken uit hun ouderlijk huis, dan verhuizen ze steeds vaker naar een studio of zelfstandige woning – met eigen voordeur, keuken, badkamer en andere voorzieningen. In twee jaar tijd steeg het aantal studio’s met studenten van 68.000 naar 75.000. Er zijn nog altijd veel meer kamers met gedeelde voorzieningen, maar dat aantal nam in dezelfde periode met 6.000 af naar 200.000.

De LSVb noemt dat een slechte zaak. „Het is belangrijk dat je in je studententijd sociale contacten opbouwt. Dat lukt minder goed als je in een studio woont”, zegt Muns. „Bovendien nemen studio’s meer ruimte in dan kamers met gedeelde voorzieningen. Als je veel studentenwoningen wil bijbouwen, dan zijn kamers een betere besteding van de ruimte.”

Kences en de LSVb weten ook hoe het komt dat studio’s zo in trek zijn: de huurtoeslag. Sinds de jaren negentig komen bijna alleen zelfstandige woningen daarvoor in aanmerking. Pakweg honderdduizend studenten ontvangen huurtoeslag, de meesten tussen de 1.000 en 1.500 euro per jaar. „Daardoor is het voor een student onaantrekkelijk een onzelfstandige kamer te huren, maar ook voor een ontwikkelaar onaantrekkelijk om ze te bouwen”, zegt Tholenaars. Twee jaar geleden zocht NRC al uit dat het aantal studenten dat huurtoeslag ontvangt, in tien jaar tijd met bijna 50 procent steeg. De zelfstandige studio is daarmee een interessant beleggingsobject geworden voor commerciële beleggers.

Lees ook wat we eerder schreven over studentenhuisvesting: Veel studenten, weinig kamers

Huurtoeslag voor iedereen

Om dit te voorkomen pleiten Kences en de studentenvakbond ervoor om iedere student voor huurtoeslag in aanmerking te laten komen. Muns: „Zo haal je een perverse prikkel uit het systeem. Want het is gek dat de huurtoeslag afhankelijk is van je woonvorm, en niet van je inkomen.”

Of daar ook politieke wil voor is, is de vraag. Kences en de LSVb hebben hun hoop gevestigd op de verkiezingsprogramma’s nu er volgend jaar Tweede Kamerverkiezingen op de agenda staan, maar aanpassingen aan de huurtoeslag liggen politiek gevoelig.

Wel is duidelijk dat steeds meer politieke partijen terug willen naar een basisbeurs. Onder meer D66 en de PvdA, die in het vorige kabinet de basisbeurs juist verving door het huidige leenstelsel, hebben dat in hun programma opgenomen. Sinds het leenstelsel werd ingevoerd, zijn meer studenten gaan lenen en is de hoogte van het leenbedrag gestegen, bleek in oktober uit cijfers van het CBS.

Invloed coronacrisis

De groeiende populariteit van studio’s onder studenten kent nog een andere oorzaak: een toenemend aantal internationale studenten.

Nederland telt zo’n 711.000 studenten van wie inmiddels een kwart uit het buitenland komt. Hun huisvesting wordt veelal geregeld door de onderwijsinstellingen waar ze studeren, die gemeubileerde studio’s voor hen regelen. Veel van hen vertrokken halsoverkop naar huis toen het coronavirus Nederland bereikte en het land in lockdown ging.

De coronacrisis heeft er volgens Kences ook toe geleid dat zo’n 5 procent van alle studenten meer geld is gaat lenen en nog eens 5 procent meer geld van hun ouders krijgt. In de eerste maanden van de corona-uitbraak viel bij een vijfde van de studenten het inkomen uit arbeid weg, bij een kwart daalde dat inkomen. Aan de andere kant zijn studenten ook minder geld gaan uitgeven, waardoor ze aan het eind van de maand meer geld overhouden.

Wat de gevolgen van de coronacrisis voor de studentenhuisvesting zullen zijn, weet Kences niet. Wel heeft het twee scenario’s uitgewerkt: een waarin de situatie nog dit studiejaar terugkeert naar het ‘oude normaal’, en een waarin de coronacrisis langer duurt.

In het eerste scenario verwacht Kences dit jaar meer Nederlandse studenten, en vanaf volgend jaar weer herstel naar de oude situatie, waarin de studentenpopulatie vooral groeit door aanwas uit het buitenland.

In het tweede scenario voorziet het kenniscentrum een algehele afname van het aantal studenten en hun vraag naar woonruimte: buitenlandse studenten blijven weg en Nederlandse studenten zullen besluiten langer thuis te blijven wonen.

Joni Visser (24), studeert staats- en bestuursrecht

„Toen ik ging studeren ben ik vrijwel meteen op kamers gegaan, want ik wilde niet heen en weer reizen van Venlo naar Nijmegen. En als je gaat studeren dan heb je allemaal superleuke feestjes, dat wilde ik niet missen.

„Ik heb altijd op kamers met huisgenoten gewoond, dit is mijn vierde plek. Mijn vorige huis moest ik snel uit, omdat de huisbazen de woning wilden verkopen. Waar ik nu woon, een tijdelijke woning in een pastorie, was toen de beste optie. Ik betaal 390 euro per maand, en heb een grote eigen kamer van 22 vierkante meter waar ik me in terug kan trekken. Maar zeker nu met corona is het ook wel fijn om huisgenoten te hebben.

„Het allerfijnst zou natuurlijk zijn om gelijk in een studio te kunnen wonen, dan heb je alles voor jezelf. Maar dat lukt niet zomaar. Ik las laatst iets over tiny houses, dat zou wel wat voor mij zijn. Als starter is het anders onmogelijk om iets te vinden, zeker als ik met mijn studieschuld geen hypotheek kan krijgen.”

Rozemarijn Gierkink (21), studeert kunsten, cultuur en media

„Ik woon in een studio in de binnenstad, op de zolder van een oud pand. Voor 27 vierkante meter betaal ik zo’n 290 euro per maand, dankzij de huurtoeslag die ik ontvang. Dat is extreem goedkoop. Ik heb geluk gehad.

„Mijn ouders wonen in Brabant, toen ik ging studeren ben ik gelijk op kamers gegaan. Eerst woonde ik in een studentenhuis met 26 mensen waarmee ik alle voorzieningen deelde. Dat was enorm gezellig, maar het werd op een gegeven moment wel erg druk. Het was vaak een enorme bende. Als er nu troep in huis is, is het mijn eigen troep. Ik ben wel op het slechtst mogelijke moment verhuisd, op 1 maart. Toen de lockdown inging, was ik in één keer echt helemaal alleen. Ik denk dat het tijdens corona leuker is om een of twee huisgenoten te hebben, maar niet 26.

„Ik wilde zelf graag op kamers en mijn ouders hebben dat ook gestimuleerd. Maar inmiddels is mijn studieschuld opgelopen tot zo’n 35.000 euro en met nog een paar jaar studie kan dat zomaar 70.000 euro worden. Daar maak ik me wel eens zorgen over, omdat ik voor een studie heb gekozen in een sector met niet hele goede baankansen of hoge salarissen. Het voelt alsof ik met mijn studieschuld voor die keuze wordt gestraft. Waarschijnlijk zit ik bijna tot mijn pensioen met deze schuld opgescheept.”

Shivan Meijs (19), studeert politicologie

„Toen ik een jaar geleden ging studeren heb ik mezelf afgevraagd: is het echt nodig dat ik op kamers ga? Ik vond twee dingen belangrijk: de reistijd en de extra studieschuld. Uiteindelijk heb ik besloten het eerste jaar thuis te blijven wonen.

„Dit jaar wilde ik op kamers gaan, maar toen kwam corona. Nu is het niet het beste moment om naar kamers te zoeken, dus voorlopig blijf ik thuis. Mijn ouders vinden dat prima, vooral mijn vader zegt zelfs dat ik thuis moet blijven wonen, zodat ik niet eindig met een hoge studieschuld.

„Maar ik ben inmiddels aangekomen op het punt dat ik het die studieschuld waard vind. Op kamers gaan is denk ik goed voor je persoonlijke ontwikkeling en zelfstandigheid. Ik doe een bestuursfunctie die ik moeilijk op afstand kan doen. En ik wil meer in mijn studieleven kunnen doen, zoals ’s avonds lezingen kunnen bijwonen en kunnen stappen.”