Opinie

De culturele sector mag het opknappen. Dat is onbegrijpelijk

Gedeeltelijke lockdown Door musea en theaters te sluiten en andere sectoren open te houden toont het kabinet zijn minachting voor wat cultuur betekent voor mensen.

De Kleine Komedie, cabaretpodium in Amsterdam. Op de gevel staat normaliter de naam van de optredende artiest.
De Kleine Komedie, cabaretpodium in Amsterdam. Op de gevel staat normaliter de naam van de optredende artiest. Foto Yentl Slik

Dit gaat nu eens even niet over de kunstenaars. Dit gaat over hun publiek. Over u en over mij. Over mensen die het aangenaam vinden om voor cultuur de deur uit te gaan. Of opwekkend. Of probaat tegen het corona-chagrijn. Of gewoon, omdat het lekker is om iets mee te maken wat ze zelf niet konden verzinnen. En dat hoef je ook niet, want daarvoor heb je de bioscoop. Een tentoonstelling. Het theater. De concertzaal. Hoe vaker je gaat, des te meer je ervan wilt. Net drugs, maar dan niet zo ongezond.

Ik ben bijvoorbeeld stevig verslaafd. Sinds in een zaal maximaal dertig mensen verantwoord worden geacht, ben ik als een malloot aan het reserveren. Want alle timeslots zitten erg snel vol.

Afgelopen week ging ik naar het Amsterdamse Rijksmuseum voor de foto’s van Ed van der Elsken, en bekeek vooral zijn fotografische treurdicht met een man die voor de hoeven van het paard van Sinterklaas onderuit was gegaan. Ik zag in het Rijks trouwens ook de greep op leegte van fotograaf Willem Diepraam, starend naar de daken van Parijs, overgoten met oranje, slechts bevlogen door een duifje. Ik bezocht twee voorstellingen in een klein Amsterdams theater, de ene over wat er met je gebeurt als je vader een verwarde man wordt (Istanbul), de andere een pamflet tegen de klimaatontwrichting (De zaak Shell). En o ja, het mooiste vergat ik bijna: in een loods gaf ik me over aan Spectrum, een installatie waarmee Boukje Schweigman mijn gevoel voor zwaartekracht ondermijnde en me te grazen nam met muziek en kleur.

Maar wacht eens even, kan dat allemaal? Neem je Covid-19 wel serieus?

Nergens ben ik zo veilig als op die culturele vluchtheuvels

Zeker neem ik die serieus, en hoe. Ik ben die vrouw die met beledigend grote bogen afstand neemt. Die vuil kijkt naar wie in de supermarkt geen mondkapje draagt. Maar nergens ben ik zo veilig als op die culturele vluchtheuvels, met hun timeslots, geminimaliseerde bezoekersaantallen, anderhalvemeter-strepen, verplichte mondkapjes en strikt voorgeschreven routes. De culturele sector weet wat er op het spel staat en houdt zich fanatiek aan de regels – geen bioscoopconcern wil bekend worden als coronabrandhaard.

Publiek beroofd

Maar nu zijn we toe aan de volgende semi-lockdown. De ziekenhuizen raken overvol, het aantal zieke en zwaarzieke mensen móét omlaag. Dat is begrijpelijk. En de culturele sector mag het opknappen. Die gaat op non-actief, inclusief de bibliotheken. Dat is nou weer onbegrijpelijk. Niet alleen omdat het aantal positief getesten blijft dalen, maar ook nergens uit blijkt dat er vooral besmet wordt in musea, bioscopen, theaters en bibliotheken.

Rutte noch De Jonge heeft ook maar één warm woord voor kunst over

„Gaat sluiten van theaters, musea en bioscopen echt het verschil maken?”, vraagt het Utrechtse poppodium Tivoli het kabinet en ik vraag het met ze mee. Het is een retorische vraag, het antwoord galmt mee: Nee!

De zalen gaan dicht, het publiek wordt beroofd en het is allemaal voor niets.

Want waar wordt er nou besmet, kabinet? Niet in die winkels waar afstand houden niet lukt, maar wel in die concertzalen? Niet in de sportscholen, met hun gezweet en gehijg, maar wel in musea? Echt? Denken jullie dat werkelijk?

Met deze maatregelen laten de verantwoordelijke ministers zich kennen. Ze laten de zogeheten contactberoepen doorwerken, de kappers voorop – als je haar maar goed zit, die oude wet kennen mannen die naar buiten treden. Ze houden de sportscholen open, vanwege „de volksgezondheid”. Voor mijn part, al sport ik nooit in een sportschool, en het gaat goed met mij, dankuwel. Maar zij komen er wel, of ze hebben vrienden die er komen, en ze kennen de keel die de sportschoolhouder opzet, dus vooruit met de geit.

De dichte deuren van het DeLaMar Theater in Amsterdam. Foto Yentl Slik

Ze beweren intussen dat de maatregel niet anti-cultuur is. Het publiek mag niet meer naar theater, museum of bibliotheek om hun ‘reisbewegingen’ te beperken. Wat te slap is om serieus te nemen – alsof die reisbewegingen er niet zijn voor kappers, sportscholen, winkels.

Ogenblikkelijk stelde de Taskforce culturele en creatieve sector voor om de locaties juist open te houden voor publiek uit de omgeving. Nederland is zo groot niet, bij iedereen is wel iets in de buurt en die reisbeweging is ondervangen.

En dan komt het ultieme wiegelied: er wordt gezocht naar extra financiële steun voor de culturele sector. Ja, dat zijn de kunstenaars. Maar ik heb het even over ons. Wij, het publiek, zitten zonder. Dat willen we verdragen als het helpt om de pandemie eronder te krijgen. Maar het lijkt niks uit te maken, het klopt allemaal alleen als kunst en cultuur je niet interesseren.

Kunst is alles wat niet hoeft, zegt de schrijver K. Schippers. En zo is het. Maar dat betekent niet dat je het weg kunt doen.

Het kabinet denkt van wel. De cultuur? Die kan dicht. Hoezo? Ik kijk naar de onhandige realityshow die ‘persconferentie’ heet. Ik wil het niet weten, maar ik zie het toch: die mannen interesseert cultuur geen bal. Rutte noch De Jonge heeft er ook maar één warm woord voor over. Zij vinden kunst en cultuur franje en dus kan de rest van Nederland ook wel zonder. Zij vinden u en mij rare snijbonen, en sturen ons naar de sportschool. Dat zal ons leren.

Dit voorjaar is onderzocht hoeveel rare snijbonen we hebben, in Nederland. 45 procent van de Nederlanders bleek cultuurbezoek tijdens de eerste lockdown te missen. En van wie gewend was eens per kwartaal voor cultuur de deur uit te gaan, zelfs meer dan 60 procent.

Wie veel gaat, raakt verslaafd en floreert erbij. Wie weinig gaat, kickt af. Die weet niet meer wat hij mist en mist dus niks. Zijn pech, moet hij zelf weten. Maar voor u, voor mij, voor een groot publiek, is kunst nu precies wat het leven kleur geeft. Draaglijk maakt. Vooral in barre tijden.

Wat vinden andere cultuurliefhebbers?

Roelant de By (64), tandarts en operafan uit Bussum

„Ik zeg wel eens: ik ben niet aan de drugs, ik ben aan de opera. Alle premières van De Nationale Opera (DNO) woon ik bij en alle producties van de Nederlandse Reisopera ook. Soms reis ik naar het buitenland voor voorstellingen. En als DNO een lievelingsopera brengt of er werkt een regisseur die ik interessant vind, dan ga ik meermaals. Voor Die Frau ohne Schatten, afgelopen zomer, had ik kaarten voor vijf voorstellingen.

„Tijdens mijn werk als tandarts draai ik altijd opera. En thuis, behalve tijdens de afwas. Maar als ik live opera beleef, betreed ik echt een andere wereld – onvergelijkbaar veel spannender dan film of tv of aanbod online omdat alles daar, in jouw aanwezigheid, gebeurt of niet gebeurt. Als ik alleen al denk aan de intensiteit van sopraan Janine Altmeier als Brünnhilde in Wagners Siegfried… Niet al haar uithalen waren raak, maar áls ze raak waren! Opera geeft mijn leven zoveel meer opwinding, diepgang en betekenis.

„Begrijp me goed: ook ik ben blij dat ik nog gewoon naar de sportschool kan en dat het openhouden daarvan noodzakelijk is om maatschappelijk draagvlak te behouden voor het gevoerde coronabeleid. Maar ik denk wel vaak: jammer dat mensen die de sportscholen bezoeken een grotere mond hebben dan zij die naar de opera gaan.

„Kunst is geen ‘linkse hobby’, néé, het is de essentie van alles, het is wat ons tot mensen maakt en ik mis het enorm. De heerlijkheid van een avond uit, het feest van je netjes aankleden: theaterbezoek is voor mij een ongelooflijk belangrijke oppepper, die in hoge mate de kwaliteit van mijn leven bepaalt.”

Mischa Spel

Sophie Kugel (31), architect en kunst-Instagrammer uit Amsterdam

„Ik zag de sluiting al een klein beetje aankomen en ben naar mijn moeder in Groningen gegaan. Anders was ik naar Rijksmuseum Twenthe gegaan, voor de expositie van Carlijn Kingma. Normaal gesproken bezoek ik vanuit Amsterdam, waar ik woon, zeker twee à drie keer per week een museum of galerie. Soms zelfs vaker. Voor mezelf, of voor mijn werk. In opdracht voor musea maak ik foto’s van hun tentoonstellingen, die ik soms ook op mijn eigen Instagram-account plaats.

„Kunst is voor mij erg belangrijk als inspiratie. Ik word er altijd erg vrolijk van. Kleuren en lijnen zijn voor mij belangrijk, ik ben net afgestudeerd als architect, en dat was wel iets wat ik altijd miste: architectuur is zo grijs, wit en zwart. Kunst is vrijer, er zijn geen regels.

„Ik vind het begrijpelijk dat deze maatregelen worden genomen. Ik vertrouw op de experts. Gelukkig is het maar voor twee weken, dat overleef ik wel. Het is vooral vervelend voor de mensen in de sector, alles wat daar niet door kan gaan. Alle zzp’ers die in onzekerheid zitten.

„De komende tijd ga ik gebruiken om aan mijn eigen kunstprojecten te werken. Ik zag ook de digitale tentoonstelling van TEFAF New York, daar was ik erg van onder de indruk. Het is geen vervanging van de echte kunstervaring, maar het is wel goed gedaan. Ik merk het ook aan mijn eigen opdrachtgevers: dat ze het steeds belangrijker vinden hoe hun tentoonstelling online overkomt.”

Thomas van Huut

Kea van ’t Geloof (73), Rotterdam

„Ik ga wekelijks, soms een paar keer per week. Films en concerten in LantarenVenster, met na afloop een glaasje. Het is dé ontmoetingsplek voor mij met mijn vriendinnen. Cultuur is een echt vrouwending – zo spreken wij het liefste af. Een enkele keer haken echtgenoten ook aan. Mijn man ging vroeger ook wel mee, maar dan moest het een spannende film zijn. Meestal zijn we met drie, vier meiden. Of ik probeer een vriendin mee te tronen naar een specifieke muziekfilm over operazangeres Maria Callas of een kunstfilm, op zondagochtend bijvoorbeeld. Over wat je zag en meemaakte praten we dan na afloop na. Ik genoot van Bohemian Rhapsody. En de film De Matthäus Missie van Reinbert de Leeuw heeft me echt ontroerd.”

„Een concert in coronatijd in De Doelen vond ik daar laatst een bevreemdende maar ook verrassende ervaring, met zo weinig mensen in zo’n grote zaal. De blazers waren bij het orgel gezet; dat klonk weer heel anders!

„Ik hoop erg dat de cultuursluiting maar kort zal zijn. Natuurlijk, alle begrip, de zorg raakt immers vreselijk overspoeld, maar als het maanden zou duren zou het zonder cultuur echt eenzamer voor ons worden. Het is een fantastische ontmoetingsplaats en het voelt echt veilig; ik houd mijn mondkapje er gewoon op. Netflix en televisie vind ik best leuk, maar tegen een film op het grote doek kan niets op. Je beleeft het véél meer.”

Amanda Kuyper

Lútsen de Vries (32), advocaat uit Amsterdam

„Normaal ga ik drie keer per maand naar klassieke concerten, soms vaker. Voor deze dinsdag stond het Quatuor Ébène op het programma, woensdag zou ik naar het Concertgebouworkest met violist Leonidas Kavakos zjin gegaan en dit weekend had ik concerten met het amateurstrijkorkest waarin ik speel, Metamorphosen. Allemaal afgezegd. Dat schuurt.

„Ik ga ook graag naar bioscopen en restaurants, maar films en eten kun je ook prima in huis halen. Muziek niet. Livestreams zijn geen alternatief voor de concerten in de zaal, voor de sensatie onderdeel te zijn van een ervaring die alleen daar en dan bestaat en na die paar seconden stilte voor het slotapplaus definitief vervliegt.

„Hoe leg je een passie voor muziek uit? Niet met woorden. Ik ben advocaat en tik de hele dag teksten. Stagiairs op mijn advocatenkantoor neem ik mee naar repetities van het Concertgebouworkest, in de hoop dat zo de betovering op hen overspringt.

„De schoonheid van de muziek, de focus die je móét opbrengen doordat je even met niets anders bezig bent, de flow die daardoor ontstaat: ik vind het heerlijk. Het verrijkt me en inspireert me steeds weer om te mogen beleven hoe mensen in muziek samenwerken, waarbij hun individuele bijdragen versmelten tot iets wat veel meer is dan de som der delen.

„De afgelopen maanden heb ik in bijna lege zalen mogen beleven hoe extreem goed theaters zich aan de regels houden. In het Concertgebouw werd je op vijf meter afstand van je medeconcertganger individueel naar je plek begeleid. Vervolgens zit je een uur doodstil in een ruimte van 17,5 meter hoog. En daarbuiten? Winkels en natuurgebieden zijn gewoon toegankelijk en vaak erg druk, in de sportschool lopen de mensen en vliegen de aerosolen vrijelijk rond. Waarom mag dat wél?

„De cultuursector wordt geofferd om een daad te stellen. Dat is kostbaar, schadelijk voor de uitvoerend kunstenaars en een enorm gemis voor kunstliefhebbers – die allemaal hunkeren naar een horizon die niet wordt geboden.”

Mischa Spel