Opinie

Rotterdam zoekende naar juiste aanpak racisme

Opinie 010 Het plan dat Rotterdam deze week presenteert voor de aanpak van racisme is concreet, bestrijkt veel terreinen, en heeft een eigen begroting. Maar het is niet voldoende. Rotterdam moet zich in ieder geval óók heel helder uitspreken, en zich opmaken voor een aanpak van de lange termijn, zegt Peter Scholten.

Deze week presenteert het Rotterdamse college van B&W haar antwoord op de Black Lives Matter beweging. In het plan ‘Rotterdam tegen Racisme’ volgt het college het Rotterdamse motto ‘geen woorden maar daden’.

Het Rotterdamse voorbeeld geeft een eerste beeld van hoe Nederlandse gemeenten zullen proberen de aandacht voor racisme om te zetten in een daadwerkelijke aanpak van racisme. Maar zal het plan genoeg zijn? De bestrijding van racisme zal een gevecht van lange adem zijn. En dat heeft naast daden ook ‘woorden’ nodig in de vorm van heldere taal en commitment die de stad scherp houden, niet alleen nu maar ook de komende decennia. En juist daar mag in Rotterdam nog wel een schepje bovenop.

Het plan Rotterdam tegen Racisme is tot stand gekomen onder leiding van wethouder Bert Wijbenga-Nieuwenhuizen van Integratie & Samenleven. Rotterdam kiest voor een breed palet van maatregelen op diverse niveaus. Zo gaat de gemeente haar eigen rol als werkgever onder de loep nemen, gericht initiatieven op wijkniveau ondersteunen, preventie van racisme een vast onderdeel maken van onderwijs en diverse maatregelen treffen in specifieke sectoren zoals arbeidsmarkt, zorg en sport.

Drie boeken als ‘monumenten tegen onwetendheid’

Op een aantal punten schept de Rotterdamse benadering een voorbeeld voor andere steden. De gedifferentieerde aanpak laat zien dat er niet een quick fix is voor discriminatie en racisme. Het bestrijden van racisme zal inderdaad op vele fronten tegelijkertijd moeten plaatsvinden. Het goede aan de Rotterdamse benadering is dat zo’n gedifferentieerde aanpak nu ook eens echt concreet wordt uitgewerkt en voorzien van een eigen begroting. Het is een concreet plan dat echt een beroep doet op de hele stad.

Daarnaast benadert de gemeente discriminatie en racisme vanuit een breed perspectief. Naast aandacht voor anti-zwart racisme, wat centraal stond bij BLM, biedt de gemeente expliciet aandacht voor discriminatie en racisme in brede zin. Ook discriminatie op basis van etniciteit, religie en seksualiteit komen aan bod. Daarbij wordt expliciet aandacht besteed aan anti-islam gevoelens en aan discriminatie jegens de personen met een Aziatische achtergrond.

Toch is het maar de vraag of de benadering die Rotterdam nu naar voren schuift ook echt genoeg zal zijn. Ten eerste is de aanpak van een zo hardnekkig sociaal fenomeen als racisme niet alleen een zaak van daden maar ook van woorden. Het vraagt om een heel helder commitment en een scherpe boodschap die de samenleving een kompas geven om te veranderen. Het vraagt om moreel leiderschap en voor de troepen uit lopen om duidelijk te maken dat Rotterdam een inclusieve stad is. Zeker in een stad met een recente geschiedenis waarin aan discriminatie grenzende uitspraken tot in de gemeenteraad reikten is het van belang de omslag in denken over inclusie helder te markeren. Een soort Rotterdams ‘wir schaffen das’ of een parallel met de Londense burgemeester Khan die zich hoogstpersoonlijk met de strijd tegen racisme heeft verbonden.

VVD en Denk: samen tegen discriminatie, met afbreukrisico

Ten tweede is het de vraag of de Rotterdamse benadering genoeg is om vaak impliciete vormen van discriminatie te bestrijden. Discriminatie is veelal een ongrijpbaar sociaal fenomeen gebaseerd op complexe combinaties van religie, etniciteit, ras en diverse andere achtergrond, en vaak verborgen in impliciete gebruiken of instituties. Rotterdam maakt belangrijke stappen door in te zetten op preventie in onderwijs, en door zelf als werkgever een voorbeeldrol te vervullen. Maar institutioneel racisme zit vaak heel diep, bijvoorbeeld in hoe de arbeidsmarkt functioneert, hoe de zorg omgaat met diversiteit, hoe de politie opereert op straat, welke algoritmen worden gebruikt bij fraudebestrijding, en zelfs in het taalgebruik in de politiek. In plaats van aanvullende acties zoals in het huidige plan, vraagt dit om een veel fundamentelere herijking van praktijken op diverse terreinen.

Tenslotte is het de vraag of Rotterdam genoeg boter bij de vis doet om echt een zwaar en langdurig gevecht tegen racisme aan te gaan. Hoewel het lastig is om te achterhalen hoeveel de stad nu echt aan discriminatiebestrijding uitgeeft, gaat het plan gepaard met een aanvullende begroting van slechts 1,7 miljoen euro. Dat is voor een superdiverse stad waar discriminatie en inclusie kernuitdagingen vormen niet een substantieel bedrag (ongeveer 2 euro per inwoner).

Het bedrag komt weliswaar bovenop inzet vanuit diverse bestaande programma’s gericht op integratie, burgerschap en inclusie, maar het is toch de vraag of Rotterdam hiermee echt een gevecht van de lange adem aan kan gaan. De bestrijding van racisme vraagt om structurele veranderingen voor de lange termijn; de huidige begroting wekt meer de indruk van de bestrijding van een tijdelijke crisis, en dat zou weleens een belangrijke misschatting kunnen zijn.

is hoogleraar migratie- en diversiteitsbeleid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.