‘Regionaal beleid wordt nu leidend in de coronacrisis’

Veiligheidsregio’s Sinds het begin van de crisis is het al de vraag: landelijke of regionale maatregelen? Dinsdag leek premier Rutte er eindelijk duidelijk over.

In sommige regio’s waren weinig coronabesmettingen. Tot half oktober waren er op Schiermonnikoog zelfs geen.
In sommige regio’s waren weinig coronabesmettingen. Tot half oktober waren er op Schiermonnikoog zelfs geen. Foto Kees van de Veen

Een avondklok, sluiting van winkels en mogelijk zelfs de scholen dicht in het voortgezet onderwijs, maar alleen in regio’s waar het aantal besmettingen zorgelijk hoog blijft. Dat zijn de extra maatregelen die het kabinet overweegt.

Verschillen in de regio’s worden nu duidelijk leidend voor het beleid, zeggen Caspar van den Berg, hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, en Jochen Mierau, hoogleraar gezondheidseconomie aan dezelfde universiteit. „Vier, vijf maanden geleden was regionaal maatwerk nog ondenkbaar. Dinsdagavond werd het gepresenteerd als een matter of fact”, zegt Van den Berg.

Aan het begin van de crisis werd duidelijk dat corona niet landen trof, maar regio’s binnen landen. In Nederland werden die, ongeacht verschillen in besmettingsniveau, aan dezelfde landelijke regels onderworpen. In de regio’s waar het virus (nog) niet aanwezig was, was de impact van de lockdown daarom onevenredig groot: de stress liep op, evenals de werkloosheid. Dus groeide de vraag naar regionale maatregelen.

Van den Berg en Mierau vroegen zich af of er in Nederland ruimte was en is voor differentiatie, en hoe die dan zou worden ingevuld. Van den Berg doet hier, samen met Leidse collega’s, onderzoek naar; Mierau keek vanuit zijn discipline naar regionalisering. Ze zagen waarom de afgelopen maanden het regionale maatwerk, dat zowel burgemeesters als het kabinet wilde, niet van de grond kwam.

Regionaal uitstampen ging niet

„Je kan wel autonomie geven, maar als die niet enthousiast wordt overgenomen, ben je er nog steeds niet”, zegt Van den Berg. „Toen Amsterdam en Rotterdam in de zomer werden geconfronteerd met oplopende besmettingsaantallen, keken ze naar het kabinet. Toen het erop aankwam, bleek het ‘regionale uitstampen’, zoals Rutte het noemde, bestuurlijk een lastige afweging.”

Want, bleek uit de gesprekken die Van den Berg voerde met de burgemeesters die voorzitter zijn van een veiligheidsregio: regionale maatregelen invoeren betekende dat zij zelf „in de wind kwamen te staan”. „Er is altijd een andere regio te vinden waar wat jij net hebt verboden, wél mag”, zegt Van den Berg. De druk van ondernemers en inwoners woog niet op tegen de autonomie.

Lees ook over handhaving: ‘Je kan niet alles op de schouders van de boa leggen’

Daarbij kwam „handelingsverlegenheid”. „Een burgemeester met een beetje bestuurlijk instinct doet geen beloftes over handhaving waarvan hij weet dat hij die niet kan waarmaken”, zegt Van den Berg. Maar andersom wilde tot deze week niemand dat de minister van bovenaf zou bepalen wat er regionaal moest gebeuren. Van den Berg: „Dan moest het volgens sommigen ‘minstens oorlog’ zijn. Maar het is of het één of het ander. Als de veiligheidsvoorzitters meer autonomie krijgen, moeten ze ook meer eindverantwoordelijkheid nemen.”

De besluiteloosheid over wie eindverantwoordelijk was, leidde tot logheid. „Gebieden waar het aantal besmettingen laag is, lijden nodeloos door generieke maatregelen. Gebieden waar snel maatregelen nodig waren wachtten af, waardoor de besmettingen opliepen.”

Volgens Mierau was bovendien onvoldoende nagedacht over hoe regionale maatregelen uitgevoerd moesten worden. „Je kunt als minister wel van de een op de andere dag zeggen ‘dit is nu de rol van de burgemeester’, maar als je daar geen verdere invulling aangeeft… Dus toen de tweede golf kwam en de minister zei ‘succes ermee’, liep de kar vast in de bestuurlijke praktijk.”

De ‘routekaart’ die in september werd gepresenteerd had volgens hen die inertie al kunnen doorbreken. Vooral doordat duidelijk is wanneer een regio van ‘ernstig’ naar ‘zorgelijk’ springt. „Afhankelijk van de regionale situatie kan je dan bijvoorbeeld eigen afspraken maken met feestzalen of universiteiten”, zegt Mierau.

Maar hij waarschuwt: „Ook dan is er tijd nodig, en die creëer je niet door tijdens de persconferentie te zeggen dat het nu de verantwoordelijkheid van iemand anders is.”

Lees ook een reconstructie van het coronabeleid in de zomer: Door halfslachtige maatregelen werd het regionaal beleid ingehaald door het virus

Dinsdagavond werd duidelijk dat mochten er regionale maatregelen komen, die door het kabinet zullen worden genomen. „Wij beslissen in nauwe samenwerking [met de veiligheidsregio]”, zei premier Rutte. Van den Berg: „Regionale differentiatie dus, maar zonder de burgemeesters in de wind te zetten.”

Hij signaleert op basis van de gesprekken met de veiligheidsburgemeesters ook dat er „consensus” is dat de veiligheidsregio’s te klein zijn om écht regionaal coronabeleid te voeren. De grenzen zijn ingegeven door aanrijtijden van ambulance en brandweer. „In dit specifieke vraagstuk, een langdurige pandemie, zouden tien in plaats van 25 regio’s misschien beter zijn”, zegt Mierau. Ook de politie en zorg zijn verdeeld in tien regio’s.

Ze zien ook dat de veiligheidsregio, bedoeld als hulpbestuurslaag in tijden van acute crisis, een hoofdbestuurslaag is geworden. En dat er bij sommige bestuurders het idee ontstaat dat zo meer zaken zijn te organiseren. „Je ziet de regionalisering van Nederland zich onder je handen voltrekken”, zegt Van den Berg.