Jonge jihadisten kunnen overal in Europa toeslaan

Terrorisme Dat het kalifaat van Islamitische Staat ter ziele is, betekent niet dat het gedachtengoed is verdampt. Radicale moslims blijven er gevoelig voor.

De aanslag in Wenen op 3 november 2020 kostte aan zeker vier burgers het leven.
De aanslag in Wenen op 3 november 2020 kostte aan zeker vier burgers het leven. Foto Joe Klamar/ AFP

Vier aanslagen in twee Europese landen in korte tijd, allemaal gepleegd door jonge radicale moslims. Door die reeks dringt zich de vraag op of de incidenten in Parijs, Conflans-Sainte-Honorine, Nice en nu Wenen met elkaar samenhangen. Ook een andere vraag dient zich aan: hangen ook plaatsen elders in Europa aanslagen boven het hoofd?

Over dat laatste punt koestert Beatrice de Graaf, terrorisme-expert en hoogleraar internationale betrekkingen in Utrecht, weinig illusies: „Dit raakt Europa als geheel. Elke hoofdstad in Europa kan doelwit zijn, ook in Nederland zou het kunnen gebeuren”, zegt ze telefonisch.

De Graaf en andere analisten betwijfelen sterk of IS de aanslagen zelf heeft beraamd, al eiste het terreurnetwerk dinsdagavond in een boodschap wel de eer voor ‘Wenen’ op. Maar het vroegere kalifaat is ter ziele en de povere restanten ervan lijken het organisatorische vermogen en de financiële middelen te missen om nog grote aanslagen te plegen zoals in 2015 in Parijs.

Lees ook: Aanslagpleger Kujtim F. trof Wenen in zijn kloppende hart

Het radicale gedachtengoed is daarmee echter nog allerminst verdwenen. „Menigeen herinnert zich de boodschap van IS-leider Al Baghdadi: dood elke ongelovige waar je maar kan”, zegt Rafaello Pantucci, terrorisme-expert van de Londense denktank RUSI, in een telefonisch interview. „Het is heel moeilijk om die heilige overtuiging van je af te schudden. En daarom zien we een 60-jarige vrouw in een kerk onthoofd worden.”

De Graaf voegt daar nog aan toe dat de maandag gedode Weense jihadist Kujtim F. volgens Oostenrijkse mediaberichten nauwe banden onderhield met een omstreden moskee in Wenen. Daar zou een jaar of tien geleden ook de inmiddels waarschijnlijk gesneuvelde Mohamed Mahmoud hebben gepreekt. Deze verkondigde de theorie dat ‘het grijze midden’ geëlimineerd moest worden. De kloof tussen moslims en niet-moslims moest zoveel mogelijk worden verbreed zodat alle moslims naar elkaar werden toegedreven en tegenover de niet-moslims kwamen te staan. De aanslag op willekeurige burgers in Wenen past in dat stramien.

Aanslagen in golfjes

Enig verband tussen de verschillende aanslagen lijkt er intussen wel te zijn. De keten van gebeurtenissen begon met een poging van een jonge Pakistaan, die een nieuwe aanslag wilde plegen op het kantoor van Charlie Hebdo eind september nadat het satirische blad opnieuw omstreden Deense cartoons van de profeet Mohammed had gepubliceerd ter gelegenheid van het begin van het proces van medeplichtigen aan de dramatische aanslagen van 2015. De Pakistaan kon het juiste adres niet vinden en verwondde twee andere Franse journalisten.

Daarop volgde de onthoofding van de leraar Samuel Paty in Conflans-Sainte-Honorine door een 18-jarige Tsjetsjeen, die ook woedend over de cartoons was. „Naderhand bleek dat de dader online had gezocht naar een geschikt doelwit”, zegt De Graaf. „Daarbij stuitte hij op de boosheid van een groepje ouders en een islamitisch centrum over het feit dat Paty de Mohammed-cartoons in zijn klas had laten zien.”

De aanslag op een kerk in Nice, waarbij een priester en twee vrouwen werden gedood door een 21-jarige, net in Frankrijk gearriveerde Tunesiër, was de volgende. „Ook dat lijkt weer een reactie op de eerdere aanslagen”, zegt De Graaf. „Weer werd een heel symbolisch doelwit gekozen. Het is ook mogelijk dat de dader gehoor gaf aan een oproep van een met Al-Qaida verwante organisatie om Franse doelen aan te vallen.”

De aanslag in Wenen, die aan zeker vier burgers het leven kostte, is met nog meer onzekerheid omkleed. Maar vaststaat dat de gedode schutter, de 20-jarige Kujtim F., een aanhanger van IS was. Hij had al in de gevangenis gezeten na een vastgelopen tocht naar Syrië, waar hij zich bij IS wilde aansluiten. Voor de aanslag van maandag had hij zich volgens Oostenrijkse media in volle wapenrusting op Instagram gezet.

„Je ziet vaker dat zulke aanslagen zich in golfjes voltrekken”, zegt De Graaf. „Er is soms copycatgedrag en de ene dader lijkt de andere weer te willen overtreffen.” Bij dit alles spelen niet alleen de vaak piepjonge daders een rol maar ook mensen op andere niveaus. De Graaf spreekt in dit verband van „faciliterende netwerken”. Radicale geestelijken, soms ook ouders en bovenal het internet. „Veel radicale jongeren ontlenen daar hun inspiratie aan”, zegt Pantucci. Hij sluit niet uit dat ze door de lockdowns als gevolg van corona nog sterker naar radicale websites getrokken zullen worden. „Velen van hen dromen van aanslagen.”

Lees ook: Veel leraren zijn huiverig om het debat aan te gaan’

Juist culturele kwesties als de Mohammed-cartoons kunnen de gemoederen makkelijk verder verhitten. Dat was eerder te zien bij de opwinding over de Satanische Verzen, de roman van Salman Rushdie, maar ook bij de moord op Theo van Gogh na diens omstreden film. De echoput van de sociale media versterkt zulke opwinding tegenwoordig nog.

Hoewel uiteindelijk maar enkelen de daad bij het woord voegen, is er een groot reservoir van aanhangers van het radicale gedachtengoed. Het nieuwe hoofd van de Britse inlichtingendienst MI5 schatte dit onlangs alleen al in zijn land op tienduizenden. Met zulke aantallen is het vrijwel ondoenlijk iedereen in de gaten te houden. Pantucci: „Ook iemand die nog nooit iets heeft gedaan maar wel al jaren die ideologie deelt kan plotseling alsnog tot een terroristische daad komen.”