Opinie

Het pensioenvermogen is zo groot, pensionado’s kunnen rentenieren

Pensioenstelsel Pensioenen kunnen worden betaald uit de rendementen, zonder dat op het totale vermogen wordt ingeteerd, meent .
Foto Robin van Lonkhuijsen

In Nederland zijn er twee pensioensystemen. Het eerste is het stelsel waarop de AOW draait. De nog niet-uitkeringsgerechtigden betalen AOW-premie en de AOW-gerechtigden krijgen daaruit de AOW-uitkering. Dit is het omslagstelsel. Daarnaast hebben we het aanvullend pensioen, dat draait als een kapitaaldekkingsstelsel. Heel simpel gesteld is dit een spaarsysteem. Actieven leggen een pensioenpremie in en als ze met pensioen gaan wordt de spaarpot van premies en rendementen in de vorm van maandelijks pensioen uitgekeerd.

Beide systemen staan onder druk. Bij de AOW speelt de vergrijzing waardoor het aantal jongeren af- en het aantal senioren relatief toeneemt. Dit wordt gedeeltelijk opgevangen door een deel van de uitkeringen uit de algemene belastinginkomsten bij te passen, maar dit kan niet eindeloos zo doorgaan. Bij het aanvullend pensioen zijn de rendementen volgens De Nederlandsche Bank en het kabinet onvoldoende om de pensioenen te kunnen doorbetalen.

Het is velen onbekend dat er nog een derde systeem is om een onbezorgde oude dag te genieten. Dat is rentenieren. Mensen die niet werken maar rentenieren, leven van de opbrengsten van hun kapitaal zonder dat dat kapitaal zelf wordt opgesoupeerd. Wanneer iemand 3 miljoen euro heeft en gemiddeld 5 procent rendement maakt per jaar en er geen inflatie is, dan zou die persoon een levenslang bruto-pensioen kunnen hebben van 150.000 euro per jaar, terwijl het kapitaal onaangetast blijft.

Jaarlijks overschot

Bekijken we eens alle Nederlandse pensioenfondsen bij elkaar. De beschikbare middelen zijn nu (2020) ongeveer 1500 miljard euro. Het rendement bedraagt gemiddeld 6 procent per jaar, dat zou dus dit jaar ongeveer 90 miljard bedragen. De pensioenuitkeringen liggen nu rond de 32 miljard. Er is dus een overschot van 58 miljard, dat aan het vermogen kan worden toegevoegd. Tellen we daar ook nog de premie-inkomsten van circa 30 miljard bij op, dan komen we zelfs op een overschot van bijna 90 miljard.

In het historische verloop van het Nederlandse pensioenvermogen bestaat deze trend zeker al sinds 2002, afgezien van fluctuaties van jaar tot jaar. Het is dan ook geen wonder dat het totale vermogen gedurende die periode ongeveer verdrievoudigd is.

Zou het mogelijk zijn het Nederlandse systeem van aanvullende pensioenen te herstructureren als een rentenierspensioen? Daarbij worden de pensioenen betaald uit de rendementen op de vermogens van de pensioenfondsen, terwijl die vermogens zelf niet worden aangetast. Het antwoord is ja. Veel Nederlandse pensioenfondsen zijn zo rijk geworden, dat de pensionado’s zonder moeite kunnen gaan rentenieren. Het betekent zelfs voor een aantal fondsen dat er nu eigenlijk geen pensioenpremie meer zou hoeven worden betaald.

Pensioenprobleem pijnloos opgelost

Wat betekent deze macro-bevinding voor individuele pensioenfondsen? De redenering gaat op voor gemiddelden. Er zijn natuurlijk individuele fondsen waarvoor deze bevinding niet of nog niet geheel opgaat. Een heleboel details, bijvoorbeeld ten aanzien van inflatie en indexatie zouden nader moeten worden bekeken, maar het lijkt een zeer realistische nieuwe invalshoek op ons pensioenprobleem en een geweldige pijnloze oplossingsrichting.

Zou een beurscrash voor problemen kunnen zorgen? Zelfs als de pensioenvermogens zouden halveren in waarde, wat uitermate onwaarschijnlijk is, zou men nog 25 jaar vooruit kunnen met de uitkeringen. Bovendien leert de geschiedenis van de laatste honderd jaar dat beurscrashes snel weer gevolgd worden door een opleving. Pensioen is een langetermijncontract en over de lange termijn gezien zijn koersfluctuaties slechts rimpelingen op het wateroppervlak. Er kan wel een probleem ontstaan bij een structurele en aanzienlijke waardedaling van het vermogen, in het onwaarschijnlijke geval van oorlog, aardbevingen, of revoluties. Daar is echter geen enkel collectief pensioensysteem tegen bestand.

Lees ook: ‘Zoveel onzekerheid bij het nieuwe pensioenstelsel is onrechtvaardig’

Eerder te weinig vermogen

De vraag rijst waarom wij dit niet eerder, bijvoorbeeld bij de invoering van de Pensioenwet 2008, hebben overwogen. Het antwoord is dat toen de vermogens van de fondsen nog veel te laag waren. Sinds 2002 hebben de fondsen zich echter gek gespaard en zijn de vermogens ongeveer verdriedubbeld, en daarom lijkt dit nu voor veel fondsen een realiseerbare optie geworden.

Sinds 2009 zijn de pensioenen van velen circa 20 procent gedaald in koopkracht, en bij vele grote bedrijfstakpensioenfondsen dreigt in 2022 een nieuwe korting van circa 20 procent, indien de nu geldende regels van kracht blijven. Dat betekent in totaal een kleine halvering van de koopkracht van gepensioneerden over een periode van twintig jaar. De opgebouwde rechten van werkenden worden net zo aangepakt, alleen de werkenden zien dat nog als een ‘ver van hun bed show’.

De goede voorziening in de oude dag is een heel belangrijk onderdeel van de welvaartsstaat. Wanneer die onderuit gaat, is dit niet minder dan een bankroet voor onze sociale verhoudingen, met een revolutionaire ontwikkeling als waarschijnlijk gevolg. Het blijkt nu dat door de gelukkige omstandigheid, dat de fondsen in de afgelopen jaren moddervet zijn geworden, de aantasting van onze oudedagsvoorziening helemaal niet nodig is. We moeten ‘omdenken’.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.