Jolanda Doornbos: „Mijn moeder kon zich niet inleven in wat een kind nodig had. Mijn kleren waren altijd een paar maten te groot.”

Interview

Al rond haar achtste was Jolanda haar ouders intellectueel de baas

Verplichte anticonceptie De ouders van Jolanda Doornbos hebben een verstandelijke beperking, maar zijzelf niet. Ze ergert zich aan de onlangs opgelaaide discussie over verplichte anticonceptie. „Mijn eerste gedachte was: daar gáán we weer.”

Toen haar vader vorig jaar zijn eerste chemokuur kreeg, was Jolanda Doornbos bij hem. Terwijl hij in een ziekenhuiskamertje aan het infuus lag, was er een arts gekomen die haar dringend wilde spreken. Hij begreep het niet, zei hij: bij de diagnose hadden er twee mensen tegenover hem gezeten tot wie zijn verhaal nauwelijks leek door te dringen. Maar toen had hij haar aan de telefoon gekregen, hun dochter. „Een zeer welbespraakte vrouw.” Hoe kon dat?

Het is het verhaal van Jolanda Doornbos (37) in een notendop. Al zo lang ze zich kan herinneren stuit ze op muren van onbegrip. Ze groeide op met twee ouders met een licht verstandelijke beperking en maakte eindeloos vaak mee dat vooroordelen over hen ook op haar gericht werden. Dit keer liep het anders: de arts nam alle tijd om naar haar te luisteren. Hoe konden haar ouders nog zelfstandig wonen, wilde hij weten. Waarom hadden ze geen begeleiding?

„Ik voelde me eindelijk een beetje gehoord”, zegt Doornbos in haar woonkamer in een rustige buitenwijk van Zwolle. Naast lesgeven – ze studeerde af aan de ArtEZ hogeschool voor de kunsten en is docent beeldende kunst en vormgeving – is ze al jaren bezig om aandacht te vragen voor kinderen die hetzelfde meemaken als zij. Ze werkt aan een boek, verzorgt gastlessen en is betrokken bij een werkgroep van Sien, een belangenvereniging voor het netwerk van mensen met een verstandelijke beperking.

Vorige week dinsdag ontplofte haar mailbox zo’n beetje. Cees de Groot, een oud-kinderrechter, diende een petitie in bij de Tweede Kamer waarin hij pleit voor verplichte anticonceptie bij vrouwen die niet goed voor hun kind kunnen zorgen. „Mijn eerste gedachte was: daar gáán we weer”, zegt Doornbos. Ze correspondeerde met de oud-kinderrechter, toen hij in 2017 met een vergelijkbaar plan kwam. „Ik schreef hem: ‘Eigenlijk zegt u dat ik er niet had mogen zijn.’ Ik kreeg een mailtje terug met de strekking: ‘Je bent er wel, dus dat doet niet ter zake.’” Ze zucht. „Ik snap de gedachte achter de petitie. Maar ik kan er niet achter staan.”

Primitieve couveuse

Haar ouders leerden elkaar rond 1980 kennen via de kruidenierswinkel van haar opa. Haar vader bracht de eerste acht maanden van zijn leven door in een primitieve couveuse: hij was vlak na de Tweede Wereldoorlog met 24 weken geboren en getekend door zijn veel te vroege start. Doornbos laat een foto zien: „Hier zie je dat wel een beetje. Hij had een bril met een dik montuur en hij loenste, hij had een klompvoet en was doof aan één kant.” Op school kon hij moeilijk meekomen, uiteindelijk ging hij naar de timmermansopleiding. „Dat lag hem gelukkig heel goed.”

Lees ook dit opiniestuk van Cees de Groot: Sommige vrouwen mogen geen moeder worden

Zestien maanden na de trouwdag van haar ouders werd Jolanda geboren. Het gezin verhuisde naar een twee-onder-een-kapwoning naast haar opa, die toen al weduwnaar was. Hun band was ijzersterk. „Er ging eigenlijk geen dag voorbij dat ik hem niet opzocht. Achteraf gezien was hij mijn veilige haven. Als mijn moeder me niet begreep en boos werd, kwam mijn opa om de boel te sussen. Toen ik zeven was, werd hij ongeneeslijk ziek. Zeven maanden later overleed hij.”

Ze begon in te zien dat haar ouders anders waren. Regels die bij haar thuis golden – ze mocht bijvoorbeeld geen spijkerkleding dragen en maar één keer per week onder de douche – golden bij andere gezinnen niet. Een voorval staat haar nog altijd bij: „Er kwamen vriendinnetjes uit de buurt spelen. Een van die meisjes zei dat ze moest plassen en vervolgens ging ze naar huis. ‘Waarom ga je naar huis?’ vroeg ik. ‘Jullie wc is heel erg vies, want die maken jullie nooit schoon’, zei ze. Toen dacht ik: oké, als dat de reden is dat jullie niet hier willen komen dan ga ik voortaan wel zelf schoonmaken.”

Hulp hielden haar ouders altijd buiten de deur. „Ze waren echte zorgmijders”, zegt Doornbos. De reden was dat ze niemand vertrouwden. „En terecht, want er is in hun leven vaak misbruik van ze gemaakt. Als ik nu terugkijk, denk ik dat ze nét te goed waren om in te grijpen. Ze beheersten het leven, maar begrepen het soms niet.”

Al rond haar achtste, zouden familieleden later vertellen, was ze haar ouders intellectueel gezien de baas.

Met haar moeder kon ze niet goed communiceren. „Ze zat vooral aan tafel en dronk thee.” De momenten waarop ze ineens in woede ontstak en hardop tegen zichzelf begon te praten, waren achteraf gezien waarschijnlijk psychoses, denkt Doornbos.

Later werd vastgesteld dat haar moeder het syndroom van Diogenes heeft: een psychische aandoening die zich onder meer kenmerkt door verzamelwoede en slechte persoonlijke hygiëne. „Schoonmaken, wassen, ze vond het niet belangrijk. Ze kon zich ook niet inleven in wat een kind nodig had. Mijn kleren waren altijd een paar maten te groot. Op een gegeven moment had ik nog maar twee broeken, beide met gaten. Ik ging er een zwart fietsbroekje onder dragen, zodat het minder opviel.”

Slechte rekenaars

Op school werd Doornbos steevast ingedeeld bij de slechte rekenaars en lezers. „Aan het eind van de lagere school zei de leraar: ‘Ik heb mavo voor Jolanda opgeschreven.’ Omdat ik mijn citotoets goed had gemaakt, kon ik uiteindelijk naar de brugklas havo/vwo. Maar toen overleed mijn andere opa en kwam mijn gehandicapte oom tijdelijk bij ons wonen. Mijn ouders waren druk met het afhandelen van de erfenis en wisten niet hoe ze voor hem moesten zorgen. Dus dat deed ik, maar ik hield het niet lang vol.”

Ze belandde op de mavo. Daar verveelde ze zich en werd „een verschrikkelijk kind”. „Op sommige dagen werd ik wel vijf van de zeven uur de klas uit gestuurd.” Toen haar ouders op een dag op school kwamen praten, schetste de decaan een weinig veelbelovende toekomst voor haar: „Jolanda mag blij zijn als ze straks op mbo niveau 2 een administratief baantje op de kop weet te tikken, want meer kan ze niet.”

Het zou jaren duren voor ze die woorden van zich af kon schudden. „Pas toen ik een academische opleiding had afgerond en een eerstegraads lesbevoegdheid aan de kunstacademie haalde, dacht ik: zie je, ik bén niet beperkt.”

Haar vader overleed zes weken geleden. Dat ze hem vanwege de coronamaatregelen niet meer mocht aanraken, deed haar veel verdriet, want normaal gesproken omhelsden ze elkaar bij ieder weerzien, zegt Doornbos. De relatie met haar moeder is moeizaam gebleven.

Lees ook: ‘Ik dacht dat ik niet eens zwanger kon worden’

Verwijt ze hen iets, nu ze ouder is? Nu ze zelf moeder is? Ze zegt van niet. „Ik denk eigenlijk dat alle ouders hetzelfde zouden zeggen: dit is míjn kind, ik laat je niet binnen. Ik bepaal zelf hoe het werkt.”

Nog los van het recht op vrije voortplanting, gaat de roep om verplichte anticonceptie voorbij aan veel dingen, vindt Jolanda Doornbos. Want waarom is IQ een goede graadmeter? Wie bepaalt waar de scheidslijn ligt, of garandeert dat geschikt bevonden ouders dat later ook nog zullen zijn? „Ik heb stage gelopen op een kinderdagverblijf en daar was een jongetje van hoogopgeleide ouders van twaalf weken oud dat vijf dagen per week naar de crèche werd gebracht. Op zaterdag en zondag logeerde hij bij opa en oma. Dat hoort toch ook niet? Waar gaat het uiteindelijk naartoe met zo’n regeling? De volmaakte mens?”

Er zullen, zegt Doornbos, altijd kinderen geboren worden in moeilijke thuissituaties. In plaats van hun bestaan te verbieden, moet er gezocht worden naar wat maakt dat zo’n kind het redt. „Iedereen heeft talenten, ze moeten alleen wel worden gezien. Er zijn manieren om deze kinderen te herkennen en te helpen. Ik zou elke leerkracht, arts of maatschappelijk werker op het hart willen drukken: bel me op. Ik kom langs om je erover te vertellen.”