Een ‘beschermdwonen-locatie’ waar personen met een psychische aandoening onderdak krijgen en begeleiding van een team van specialisten.

Foto Daniel Niessen

Interview

‘We krijgen nu niet allemaal ineens psychische stoornissen’

Interview Bauke Koekkoek Door de coronacrisis zou je wellicht een toename verwachten van het aantal mensen dat in psychische nood raakt. Maar dat is tot nu toe nauwelijks in de cijfers terug te zien, zegt ggz-onderzoeker Bauke Koekkoek.

Zijn analyse strookt waarschijnlijk niet met het schrikbeeld van onze geestelijke gezondheid in de coronacrisis, zo waarschuwt ggz-onderzoeker Bauke Koekkoek. Ook hij leest en hoort dat door de pandemie „een tsunami van mensen mentaal in de knel” is gekomen. Maar in de cijfers, zegt hij, zijn de afgelopen maanden nauwelijks meer incidenten te zien dan in normale tijden.

Voor het Landelijk Operationeel Team Corona (LOT-C) – dat de overheid, veiligheidsregio’s en hulpdiensten in de coronacrisis ondersteunt – inventariseert Koekkoek sinds de eerste golf meldingen van mensen die in ernstige psychische nood zijn geraakt.

Telefoontjes naar zelfmoordpreventielijn 113, geregistreerde zelfmoordpogingen, het aantal politiemeldingen van overlast van ‘personen met verward gedrag’, acute gedwongen opnames in psychiatrische ziekenhuizen, suïcides.

In de eerste lockdown nam het aantal zelfmoorden dat door de politie werd geregistreerd zelfs kort even af („Verrassend, want hier was een grote toename voorspeld”), al is dat aantal de afgelopen maanden „bijna exact gelijk” aan vorig jaar, zegt Koekkoek. Niet alle cijfers over die periode zijn openbaar, de analyse die LOT-C ervan maakte, is nog niet gepubliceerd.

Lees ook: Een ggz-patiënt moet na een psychose ook weer naar huis

„Corona is een maatschappelijke crisis waar iedereen mee te maken heeft”, zegt Koekkoek, die ook lector onbegrepen gedrag en samenleving en crisisverpleegkundige is. „Maar dat betekent niet dat we nu allemaal psychische stoornissen krijgen.”

De Nederlandse ggz hees onlangs ‘de stormvlag’. De branchevereniging zegt dat corona een grote bedreiging voor de mentale gezondheid is.

„Op de crisisdienst vreesden we een enorme toestroom toen de lockdown werd afgekondigd. We hadden geen flauw idee. En natuurlijk gebeurden er ernstige dingen. Maar over het algemeen hadden we het rustig. Dat kwam ook doordat de aanvoerroute naar de crisisdienst stokte. De huisarts is een belangrijke verwijzer en daar gingen mensen door de beperkingen niet meer naar toe. Ziekenhuizen draaiden ondanks het gebrek aan huisartsverwijzingen door – op coronapatiënten. In de ggz gebeurde dat niet, daar werden behandelingen soms zelfs even stilgelegd. De Nederlandse ggz, die zich nu heel druk maakt, heeft eerder weinig gedaan om de zorg door te laten lopen. Nu hebben ze, om het heel onaardig te zeggen, belang bij voldoende vraag naar hun aanbod. Door corona is de branche behoorlijk in de financiële problemen gekomen.”

De Kindertelefoon zegt door corona ‘roodgloeiend’ te staan. En @ease, voor jongeren met mentale klachten, kreeg het ‘heel erg druk’.

„Ik baseer me op de andere kant van het spectrum, de incidenten. Dat zijn andere mensen met een andere gradatie van problemen. Voor jongeren is het ellendig en slecht te overzien. Ik kan me goed voorstellen dat ze daar last van hebben. Hun leven wordt geparkeerd. Het is goed dat ze zich melden en zeggen dat ze vastlopen.

„Mijn punt is: we zitten ook in een uitzonderlijke situatie. We zijn bang en angstig door corona, maar heb je dan een angststoornis? Je slecht voelen door corona is niet hetzelfde als een psychische stoornis ontwikkelen in het gewone leven Dit is van een andere, voorbijgaande aard.

„Toen in de jaren tachtig miljoenen mensen bang waren voor een kernoorlog, is er niet massaal kernoorlog-therapie geboden. De ggz bekijkt ook de coronacrisis op een individuele en psychiatrische manier. Maar als je alles medicaliseert, is het einde zoek. Deze stress los je niet op met individuele gesprekken. We moeten het veel meer in de collectiviteit zoeken. We hebben dringend noodzaak aan een toekomstperspectief, een plan, of in elk geval een richting over waar het heen moet. Al is het maar een duidelijke routekaart: bij zoveel besmettingen per zoveel testen, gaat maatregel X in. En bij deze aantallen is maatregel Y niet meer nodig. We hebben behoefte aan hoop, niet alleen aan angst. Ja, er is al een routekaart, maar heb je het gevoel dat die mensen richting geeft?”

De Nederlandse Zorgautoriteit telde dit jaar 74.000 minder huisartsverwijzingen naar de ggz dan verwacht. Zorgelijk, volgens behandelaars. Oncologen maken zich toch ook zorgen over de achterblijvende kankerdiagnoses?

„Er zijn absoluut mensen die direct zorg nodig hebben. En sommige problemen zijn minder acuut, maar wel ernstig. Wordt dat erger omdat mensen nu niet bij de ggz terecht kunnen? In de ggz zijn al tientallen jaren hele lange wachtlijsten, die lossen we structureel maar niet op. Wat dat betreft is de situatie nu niet per se anders. Mensen moesten altijd al lang wachten. Je zou hopen dat in deze tijd van minder verwijzingen die wachtlijsten worden opgelost, dat blijkt niet het geval.

„Haast en spoed liggen in de psychische zorg anders dan in de oncologie. Bij kanker is het eenvoudiger om vast te stellen of iets levensbedreigend is. Je kunt een biopt nemen, een mri-scan maken. En de arts kan zeggen: we moeten nu opereren. Elke dag wachten, is er één te veel.

„Een behandelaar in de ggz zal zeggen: u voelt zich somber, we beginnen volgende maand met gesprekken. Het duurt soms maanden voor die gesprekken vruchten afwerpen. En in die tijd gebeuren er ook allerlei andere dingen. Iemand krijgt een nieuwe baan, waardoor er minder stress is, bijvoorbeeld. Het oorzaak-gevolg-verhaal is minder helder. Als je kanker hebt, maakt een goed gesprek met je broer of zus dat niet minder. Bij psychische problematiek kan dat wel zo uitpakken.”

Het aantal meldingen van mensen met verward gedrag bij de politie, de zogenaamde E33-meldingen, nam wel toe.

„Het nam toe, maar stabiliseerde rond september weer. We zijn er niet helemaal uitgekomen wat er aan de hand was. Het had er misschien mee te maken dat er minder face-to-face-zorg was. Behandelaren gingen er niet meer op uit, bang om zelf besmet te raken. Ze schakelden over op beeldbellen. Niet iedereen nam de telefoon op. Vooral mensen met ernstige problematiek, afhankelijk van hulpverleners, kwamen in de problemen. Zij hebben hulp nodig om het huis schoon te houden, om excessen met de buren te voorkomen. Je kunt uittellen dat er dingen misgingen. Voor sommige kwetsbare mensen is die periode heel schadelijk geweest.”

Sommigen behandelaren zeggen: tijdens de eerste lockdown waren we nog veerkrachtig. Maar de rek gaat eruit. Pas nu gaan we de gevolgen terugzien.

„Door de strenge coronamaatregelen veranderde ons leven. Maar: veel mensen vinden het lastig om mee te komen in de maatschappij. Het tempo, de verwachtingen, de sociale verplichtingen. Voor hen is een lockdown helemaal niet zo ongunstig. Ik denk dat er best een groep is die het nog wat langer zou kunnen volhouden.

„En ook tijdens de eerste lockdown werden we, net als nu, serieus op de proef gesteld. Maar we kwamen er ook achter dat er veel minder mensen afhankelijk van de ggz zijn dan we misschien dachten. Laten we alert zijn, maar het niet te somber inzien.”

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn ‘113 Zelfmoordpreventie’. Telefoon 0800-0113 of www.113.nl