Foto Michael Rhebergen

De laatste riviervissers van Nederland

Reportage Met de paling gaat het slecht, met de riviervisserij ook. Vader en zoon Komen, die het werk als een van de weinigen zijn blijven doen, doen juist daarom goede zaken: ze helpen elke herfst duizenden palingen langs een hachelijke waterkrachtcentrale.

Het leven van een paling begint doorgaans diep in het zoute water van de Sargassozee, zeker 5.000 kilometer van de Nederlandse kust, in de Atlantische Oceaan tussen Noord-Amerika en Europa. Van daaruit drijft-ie richting Europa en eet hij zich in de Nederlandse wateren vet, om, eenmaal geslachtsrijp, het hele eind terug te zwemmen en voor nieuwe palingen te zorgen.

Onderweg trotseert de paling – preciezer: de schieraal, het type paling waar het hier om gaat – giftige stoffen, pompgemalen, tropische stormen en natuurlijke vijanden zoals de meerval en de aalscholver.

Maar midden in Nederland stuiten de vissen nog op één laatste horde voordat ze vrije uittrek naar de Noordzee hebben: de energietransitie.

Als deel van een sluizencomplex in de Nederrijn bij het Betuwse Maurik zorgen al sinds 1988 een viertal turbines voor energie bij zeker 7.000 huishoudens in de omgeving. Één probleem: de paling op doortocht dreigt in al deze duurzame ambities te worden vermalen door de turbineschroeven.

Nu zou Nederland Nederland niet zijn of ook híer zou een oplossing voor zijn bedacht. Enter de vistrap, uit 2004, waarlangs vissen veilig langs de waterkrachtcentrale worden gevoerd teneinde hun weg aan de andere kant van de sluis te kunnen vervolgen. Toch bleek deze vondst niet voldoende om alle palingen van de vermalingsdood te redden.

Tot geluk van de vissen verschenen in 2013 Frans en Frans Komen ten tonele. Het tweetal – senior een vroege zeventiger, junior bijna veertig – zet sindsdien elk jaar tussen september en medio november netten uit in het gebied vóór de centrale. Daarmee halen ze per dag honderden palingen – eerder dreven de alen als larven richting West-Europa om voor de kust als glasaal te worden gevangen, die vervolgens werden uitgezet in onze binnenwateren – uit het water, om ze vervolgens aan de andere kant van de sluis er weer in te gooien. Zo reduceren de vissers het aantal alen dat tóch vermalen raakt tot bijna nul. Eenmaal aan de andere kant van de sluis trekken de vissen ongehinderd door richting Amsterdam-Rijn en Noordzeekanaal, waar ze zich in het overgangsgebied tussen zoet en zout water extra vol eten voor de reis terug naar de Sargassozee, waar ze gaan paaien.

Volle maan

„Het is net volle maan geweest, dus de netten zitten weer vol”, stelt senior tevreden vast, terwijl junior-Frans zwarte tonnen met telkens vijftien palingen vult. De vissen vervullen hem ook na 45 jaar op het water nog altijd met ontzag. „Sommigen zijn wel dertig jaar oud wanneer we ze vangen. En ze zwemmen duizenden kilometers. Dat zie ik jou ze niet nadoen!” De oude Komen tilt de tonnen – met soms wel dertig kilo vis erin – schijnbaar moeiteloos de terreinwagen in en rijdt die vervolgens naar de andere kant van de sluis, om ze daar door zijn zoon in het water te laten kieperen. „Kijk, daar hebben we onze vriend”, wijst junior een meeuw langs de waterkant aan. „Al vier jaar lang wacht deze meeuw ons hier op, in de hoop wat visjes te kunnen scoren. Vanaf de eerste dag in het jaar dat we hier zijn, begin oktober, tot de laatste, half november, is hij erbij.”

De vangst van vandaag bedraagt 297 stuks, noteert een politie-pensionado van de vissersbond vlijtig. 413 kilogram, een week eerder – vlak vóór volle maan, als de vissen veel dieper zwemmen – waren dat er nog er maar 99. „Dat gaat weer de goede kant op, mannen”, roept hij het tweetal bemoedigend toe vanaf de kade.

Een voorwaarde voor de ontheffing die de twee ontvingen om dit werk te kunnen doen is dat er een sportvisser mee gaat om hen te controleren. „Daar hebben we zelf ook baat bij”, vertelt de vrijwilliger van dienst desgevraagd. „Want ik hoop dat ik op een dag zélf weer op paling mag vissen. Maar daarvoor moeten we eerst laten zien dat de palingstand weer op peil is. En daar helpen deze mannen bij.”

Zijn betrokkenheid bij de vissende vader en zijn zoon wordt hem in kringen van sportvissers overigens vaak als verraad aangerekend. Voor sport- en hengelvissers zijn beroepsvissers als vader en zoon-Komen als een natuurlijke vijand die de rivier waar zij hun hobby in willen uitoefenen voor hun ogen leegvissen. Soms slaan ze zelfs dreigende taal uit tegen de vissers en de vrijwilligers die op hen toezien. „Maar ik heb als agent nog op het Rokin gestaan bij de kroning van koningin Beatrix.”

Foto Michael Rhebergen

Nieuwe nering

Niet alleen de schieraal zelf, ook de vissers die deze palingen de stuw over tillen werden door deze lucratieve klus van de ondergang gered. De familiefirma had toen ze met dit werk begon, in 2013, net een eigen existentiële crisis overleefd en kon wel wat nieuwe nering gebruiken. Van de 32 professionele riviervissers in Nederland waren zij, samen met een ander familiebedrijf in het zuidwesten van Nederland, de enigen die fulltime bleven vissen nadat een teveel aan dioxine in de Nederlandse rivieren tot een vangstverbod op paling en wolhandkrab had geleid.

Voor 1.000 euro per dag, gedurende twee dagen per week in de herfst, en nog een mooie extra per overgehevelde kilo, is het goed zakendoen voor deze zzp-vissers. Komen sr.: „Zeker als je bedenkt dat we véél meer vangen dan verwacht. In 2013 vingen we 1.169 kilo, in 2019 maar liefst 6.889, omdat we steeds beter weten waar we onze netten moeten plaatsen en er verder niet meer op paling mag worden gevist.” Per duurzaam gerookte paling betaalt de visconsument één extra euro, die onder andere aan de diensten van de beide vissers wordt besteed. Ook Vattenfall, het bedrijf dat de waterkrachtcentrale exploiteert, betaalt mee. „Ze kunnen hun energie moeilijk duurzaam noemen als er zoveel vissen bij omkomen”, knipoogt senior.

Er is voor mij niets mooier dan samen met mijn zoon de hele week op het water te zijn

Toch is dit overhevelen van schieraal in feite maar bijvangst. „Het stelt ons in staat om de wintermaanden op snoekbaars te kunnen blijven vissen. Dat is waar we het écht voor doen”, vertelt senior. Die vis leveren ze onder meer aan een select aantal restaurants met lokale producten op de kaart. „Het is jammer dat er geen vrouwen bij zijn, maar verder is er voor mij niets mooier dan samen met mijn zoon de hele week op het water te zijn.”

Met in zijn ogen de pret van een visser die weet dat hij beet heeft, vertelt Komen senior hoe het kan dat zij het wél gered hebben en zijn collega’s („Ooit waren we met honderden beroepsvissers op de rivieren”) niet. „De heerlijke visrechten! Waar onze collega’s elk jaar een duurbetaalde vakantie namen, hebben wij sinds 1975 elk jaar gespaard. En zodra die oude zakelijke rechten vrijkwamen, bijvoorbeeld omdat de eigenaar die ze bezat overleed, waren wij de man.” Met deze rechten verzekerden ze zich van een aanzienlijk visareaal. Tegen deze rechten wordt voortdurend geprocedeerd, met name door sportvissers, maar Komens jongste zoon, maritiem advocaat, bewaakt deze eeuwenoude rechten nauwgezet.

De vissers schreven zich daarbij in voor de inventarislijst ‘Immaterieel Erfgoed’, van het Kenniscentrum dat het Unescoverdrag voor Immaterieel Erfgoed uitvoert.

Flesje wodka en een tentje

Zodoende vissen de Komens iedere vrijdagavond ook nog eens op vissers, die 50 euro per jaar verschuldigd zijn om in ‘hun’ water te mogen vissen. Het zijn vooral Russen, Polen en „Russische Duitsers” die ze langs hun water aantreffen.

„Mooi volk is dat”, zegt senior. „Flesje wodka erbij, tentje ernaast en dan lekker hengelen. Als ze iets vangen, eten ze het doorgaans direct op. Heel anders dan de Nederlandse sportvisser, die zo’n dier eerst met een gemeen haakje martelt en vervolgens terug in het water gooit. Daar heb ik veel minder respect voor.”

Vader en zoon Komen glibberen zo handig langs wet- en regelgeving, Rijkswaterstaat en de lobby van ruim 600.000 hengelaars en slagen er als een van de zeer weinigen in hun ambacht te blijven beoefenen. „En dat is niet alleen iets voor in het museum”, verzekert vader. „In de oorlogsjaren waren we maar wat blij dat we met onze rivieren zelfvoorzienend waren. Wie weet komt er ooit wel wéér zo’n tijd aan. Dan is het goed dat onze kennis en kunde er nog is.”

Een nieuwe bedreiging aan de horizon voor de riviervissers is de opvolging. Kan Komen sr. er wel van op aan dat zijn zoon met dit zware werk door blijft gaan als hij er ooit mee ophoudt?

„O, die jongen kan helemaal niks anders, joh”, grapt hij, net luid genoeg zodat zijn zoon hem kan verstaan. „En iets anders wil hij ook niet. Al van kinds af aan is hij op het water. Niemand kent het leven in de rivier zo goed als hij. De meest bijzondere soorten krijgen we soms te zien, en dan weet hij precies te vertellen wat voor visje of krabje het is.”

Alleen daarom al kan Nederland niet zonder riviervissers, vertelt hij. „Hoe weten we anders wat er onder de waterspiegel te zien is?”

Correctie (13 november 2020): In een eerdere versie stond dat Unesco de riviervisserij dit jaar toevoegde aan de inventarislijst ‘Immaterieel Erfgoed’. Dat was niet geheel juist: het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland beheert die investarislijst, als onderdeel van de implementatie van het Unesco-verdrag.

 

Father Frans is getting the nets to shore at the end of the season for the project 'Eel over the dike' at Maurik. They catched more than 2000 kilo eel and released it at the other side of the powerstation.

Foto Michael Rhebergen

At the house of Frans senior in Twello father and son repair boats during the summer, to prepair themselves for the coming season of fishing and research.

Foto Michael Rhebergen

Vader Frans repareert een net in de boot op het Zwarte Meer.

Foto Michael Rhebergen

Father and son are enjoying lunch in their tugboat where they sleep and eat together during the week when they are fishing commercially. During winter it can freeze heavy, making them wake up with severe headaches of the cold.

Foto Michael Rhebergen

Frans Komen junior en senior vangen voor de energiecentrale in Maurik schieraal die op weg is naar zijn paaigebied om deze na de centrale weer in het water te laten.

Foto Michael Rhebergen

Foto Michael Rhebergen

Frans Komen junior en senior vangen voor de energiecentrale in Maurik schieraal die op weg is naar zijn paaigebied om deze na de centrale weer in het water te laten.

Foto Michael Rhebergen

Commercieel vissen op De Bijland, winter 2016

Foto Michael Rhebergen

Commercieel vissen op de Kaliwaal, winter 2018.

Foto Michael Rhebergen

Foto Michael Rhebergen