Opinie

Over de hypocriete woede van de islamitische wereld

Islamitische landen zijn woedend op de Franse president Macron. wijst erop dat zij zwijgen over China’s behandeling van moslims.

Dwars

Ik moet vaak een beetje lachen om boycots – weet u nog wel, de freedom fries die ze in Amerika aten in plaats van de French fries om Frankrijk te straffen toen dat in 2003 niet meedeed met de invasie van Irak? Frankrijk had groot gelijk destijds: de massavernietigingswapens die president Bush dacht aan te treffen, waren er niet, de omverwerping van Saddam Hussein creëerde een vacuüm dat door Iran en terreurgroepen werd opgevuld en de Amerikaanse belastingbetaler moet 2.200 miljard dollar (bijna 1.900 miljard euro) dokken in plaats van de 50 tot 60 miljard die de regering-Bush had geraamd.

Nu is Frankrijk wéér de klos, dit keer als straf voor de uitspraken van president Macron (na de aanslag op docent Paty maar nog voor die van Nice van donderdag) dat hij islamitisch radicalisme harder gaat aanpakken, het secularisme versterken en geen spotprenten van de profeet Mohammed gaat verbieden. De Maleisische ex-premier Mahathir Mohamad maakte het veruit het bontst met een tweet dat „moslims het recht hebben om boos te zijn en miljoenen Fransen te doden wegens de bloedbaden van het verleden”. De tweet werd later verwijderd en uitgelegd als „uit de context gehaald” (onwaar). In diverse islamitische landen werd tot een boycot van Franse producten opgeroepen. In Koeweit werden Franse producten van de schappen gehaald en ik las dat in Qatar restaurant Le Train Bleu, naar eigen zeggen „een Parijse dinerervaring”, wel Franse diners blijft voorzetten maar zonder geïmporteerde Franse ingrediënten.

De Turkse president Erdogan, die hoe dan ook al her en der in de wereld Macron tegenover zich vindt, liet zich natuurlijk evenmin onbetuigd: moslims „worden onderworpen aan een lynchcampagne zoals die tegen Joden in Europa voor de Tweede Wereldoorlog”. Ook hij riep op tot een boycot: „zoals de mensen in Frankrijk te horen krijgen dat ze geen Turkse merken moeten kopen roep ik mijn natie op geen Franse merken te kopen.”

Nu is er nogal wat handel over en weer – Turkije is Frankrijks belangrijkste handelspartner in de islamitische wereld – maar boycots maken zelden erg veel verschil. De freedom fries waren vooral een aardige vondst voor de media, en ik verwijs ook maar naar de boycot van Deense producten wegens de Mohammed-cartoons in 2006. Maar dat is mijn punt vandaag helemaal niet.

Het gaat me om de hypocrisie van de islamitische boycotters die stil zwijgen over de meer dan een miljoen islamitische Oeigoeren die in Chinese heropvoedingskampen in Xinjiang worden gevangen gehouden om onder dwang afstand te nemen van de islam. Turkije deed niet mee, en trouwens geen enkel islamitisch land, toen 22 leden van de VN-Mensenrechtenraad in juli 2019 in een brief aan China hun zorg uitspraken over de „willekeurige gevangenzetting” van de nota bene etnisch-Turkse Oeigoeren en andere minderheden. Evenmin eerder deze maand, toen 39 landen opriepen waarnemers naar Xinjiang te sturen. Sommige islamitische landen gaan nog verder dan wegkijken: de Saoedische kroonprins steunde vorig jaar China’s „recht om deradicaliseringsmaatregelen te nemen om de nationale veiligheid te waarborgen”.

Als dit één ding duidelijk maakt, dan is het hoe belangrijk de Chinese investeringen zijn geworden voor de islamitische economieën.

Om op een vrolijker noot te eindigen: ik zag dat Egypte in Saoedi-Arabië zijn best doet om Egyptische producten op de schappen te krijgen in plaats van de Turkse die daar óók al worden geboycot.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.