‘Ik heb geen vader en ik ben geen vader’

Dubbelinterview Dirk Jan Roeleven en Hester van der Vliet reden met de auto 24.000 kilometer van Amsterdam naar Tokio. Dan konden ze onderweg eindelijk hun ongewenste kinderloosheid bespreken. „Hij begon er in Groningen al over. Ik zei: Jezus, Dirk, moet dat nu al?”
Foto Andreas Terlaak

Ze stonden hier in de keuken, bij de koelkast. Ze hadden net gehoord dat hun derde ivf-poging was mislukt. De arts raadde een vierde poging af. Ze zouden geen kinderen krijgen. Ze stonden dus bij de koelkast en Hester zei tegen Dirk: „Je kunt wel gaan, hoor. Als je heel graag een kind wil, dan moet je maar gaan.”

Hester nu: „Als kinderen krijgen voor Dirk zo belangrijk was, en ik kon het hem niet geven, dan moest hij een vrouw zoeken die het hem wél kon geven. Ik zou het hem niet kwalijk hebben genomen. Ga. Wees vrij. Natuurlijk had ik het verschrikkelijk gevonden als ik Dirk was kwijtgeraakt. Maar dan was er wel weer wat anders op mijn pad gekomen.”

Dirk: „Dat ontroerde me zo – en nu weer. Hester voelde blijkbaar zoveel liefde voor mij, dat ze mij het grootste geluk niet wilde ontzeggen. En ze wilde daar haar eigen liefde voor opofferen.”

Dirk bleef. Natuurlijk bleef hij. Het ging hem altijd al om hun tweeën. Ook het kinderen krijgen: „We hadden graag iets van ons tweeën gehad, waar we onze gezamenlijke liefde in konden stoppen.”

Documentairemaker Dirk Jan Roeleven en tv-producer Hester van der Vliet maakten drie jaar geleden een reis per auto van Amsterdam naar Tokio. Ze wilden hun geliefde oude auto, een Subaru Forester die ze De Boswachter noemen, terugbrengen naar zijn geboorteplaats. Het stel schreef er een boek over: De laatste reis van de Boswachter. En wanneer je toch 24.000 kilometer lang naast elkaar in de auto zit, kun je het net zo goed hebben over de dingen waar je nooit over praat. Over kinderloosheid bijvoorbeeld.

Held van de reis is de Boswachter. De robuuste auto sleept hen door Siberië, Kazachstan, Mongolië. Hun reisverslag klinkt als een marathonuitzending van De gevaarlijkste wegen van de wereld. Behalve dan dat er vaak helemaal geen weg is, zoals in de meedogenloze woestijnen van Kazachstan of Mongolië (zonder airco!). Als er wel een weg is, eindigt die soms plotseling in een gat van meters diep. De auto sputtert alleen tegen bij hevige stortbuien, maar neemt verder rustig rivieren, moddervlaktes en zandkuilen.

De reis begon eigenlijk al tien jaar geleden, na Roelevens eerste boek: De nieuwe fiets. Op een fietstocht van Italië naar huis probeerde hij de vroege dood van zijn vader te verwerken. Dirk: „In een radio-interview over het boek zei de interviewer op het eind: volgens mij is er nóg een dingetje wat niet helemaal lekker zit in jouw leven. Dat had zij uit het boek gehaald, uit één of twee zinnetjes: ‘Ik ben ongewenst kinderloos’. Ik had in die radiostudio drie kwartier lekker zitten praten, maar nu viel ik helemaal stil. Toen zei ze: dat is dan een tweede boek.”

Maar ja, dacht hij, een boek over dat je geen kinderen kan krijgen; dat is geen goed verhaal. „Dus heb ik die autotocht naar Japan bedacht, om het verhaal aan op te hangen. Ik wilde die auto toch al terugbrengen, dat had ik hem beloofd als hij de 500.000 kilometer zou halen. Waarom? Er is geen waarom. Gewoon lekker rijden. Het is heerlijk om lang op reis te zijn – alsof je dood bent. Hier is iedereen druk bezig met zijn leven, en jij bent er niet. Je hoeft niets, je bent nergens, je zit in het niets.”

Foto Andreas Terlaak

Na de derde ivf-poging hadden ze het er twintig jaar niet echt meer over gehad. Het verdriet van kinderloosheid opnieuw oprakelen was eigenlijk meer Dirks ding, zegt Hester: „Die pijn is er gewoon, en die zal altijd blijven. Maar ik had toentertijd snel de knop omgezet. Ik dacht: ik laat me hier niet in meeslepen. Dat was een overlevingsbesluit. Ik wilde verder leven.”

Ze had desalniettemin met Dirk van tevoren afgesproken dat ze het erover zouden hebben tijdens de reis. Hester: „Maar hij begon er bij Bourtange al over.”

Dirk: „Dat is in Groningen.”

Hester: „Ik zei: Jezus, Dirk, moet dat nu al?”

Dirk: „Ik had je dus opgezadeld met die hele reis. En dan moest je ook nog de hele tijd hierover praten.”

Hester: „Dirk ging me steeds zitten interviewen. Dan zei ik: Dirk, volgens mij moet je dit aan jezelf vragen. Hoe vind jíj het om geen kinderen te hebben?”

Tegenover de ontberingen van de tocht staat de overweldigende natuur van het Aziatische continent en de gastvrijheid van de mensen die ze ontmoeten. Ze doorkruisen bergen, bossen, gaan over toendra’s met wilde paarden en kamelen. Niet alleen de Boswachter, ook de relatie van Dirk en Hester blijkt tegen een stootje te kunnen. Soms hebben ze flinke, korte ruzies. Meestal door de botsende levensinstellingen. Hester wil soms gewoon even klagen en balen, Dirk vindt dat je tegenslag moet negeren. Het loopt ook mis als Dirk soms zwicht voor de verlokkingen van de berezachte wodka die hen overal wordt opgedrongen. Hij heeft een geplastificeerd kaartje mee van de dokter, waarop valselijk wordt beweerd dat hij om medische redenen niet mag drinken. Maar die troef laat hij meestal in zijn zak zitten.

‘Acht cellen. Dan is het eigenlijk al je kindje. En ik was er trots op’

Hester van der Vliet

Aanvankelijk, toen ze dertigers waren, hoefden ze niet eens zo nodig kinderen. Ze hadden mooi werk, ze hadden elkaar. Dirk: „We hadden een fijn leven samen. Maar op een gegeven moment denk je: goh, iedereen krijgt kinderen. Hoe doen wij dat eigenlijk?”

Hester: „We zien wel, dachten we.”

Dirk: „Dan gebeurt er niks. En dan blijft er niks gebeuren. En na acht maanden ging jij naar de dokter omdat je dacht dat er iets mis was.”

Hester: „Dat had ook met het verleden te maken. Ik had in een eerdere relatie geprobeerd om zwanger te worden. Toen bleek dat ik chlamydia had. De huisarts zei nu: vorige keer duurde het ook zo lang, nu wil ik het meteen laten onderzoeken. Bleek dat ik verklevingen aan mijn eierstokken had, door die eerdere chlamydia. De arts zei: ja, dat wordt wel een ivf’je. Ik zei: ho, dat weet ik nog niet. Daar moet ik even over nadenken. Ik wilde dat het op een natuurlijke manier zou gaan. Je moet zo veel hormonen injecteren. Maar goed, ik dacht: laat ik het toch eens proberen.”

Dirk: „Hester is de stoere, ik ben de schijterd. Zij deed alle prikken zelf. Maar ik moest die in haar bil doen. Ik heb geoefend op een sinaasappel. Ik weet nog dat ik voorafgaand aan een tv-opname Hester een prik moest geven. Zat ik daar op mijn knieën in de kleedkamer voor de blote billen van Hester. Kwam Sonja Barend binnen. Ze gaf geen krimp. Ze dacht dat Hester suikerziekte had.”

Hester: „De bevruchting op zich ging goed.”

Dirk: „Hoewel ik journalistenzaad heb.”

Hester: „Dat dan weer wel.”

Dirk: „Toen ik 25 was, ben ik met twee vrienden naar de spermabank geweest. Kreeg je vijfentwintig gulden voor een kwakkie. En daarna gingen we lekker pizza’s eten. Twee van ons werden afgeserveerd want we hadden ‘journalistenzaad’. Het zaad had te weinig beweeglijkheid. Dat had te maken met stress, drinken, roken, lifestyle.”

Hester: „Maar het ging goed. Ik had heel veel eitjes, de samensmelting met Dirks zaad ging perfect. Ik zei: kijk Dirk, we delen goed met elkaar.”

Dirk: „Voordat ze werden teruggeplant in de baarmoeder kon je zien dat die cel zich gedeeld had, in een soort oventje.”

Hester: „Dan is het eigenlijk al je kindje. En ik was er trots op.”

Dirk: „Acht cellen.”

Hester: „Bij de allerlaatste poging dacht ik: misschien gaat het wel echt gebeuren. En toen vond ik het ineens heel eng: Straks heb ik een kind!”

Foto Andreas Terlaak

Bij de derde poging belde Hester met het ziekenhuis voor de uitslag. Ze kreeg een verpleegkundige aan de lijn. Die kon de papieren niet vinden. Hester: „Ik hoorde veel gelach op de achtergrond, de verpleegkundige klonk giechelig en ongeïnteresseerd. Alsof ik belde voor de uitslag van iets onbenulligs. Later belde ze terug en zei laconiek: ja hoor, de fax is binnen, het is niet gelukt.”

De bevruchting lukte weliswaar goed, maar na het terugplanten van de embryo stootte de baarmoederwand de vrucht snel weer af. Dirk en Hester hadden vooraf met elkaar afgesproken na drie pogingen te stoppen. Volgens de arts had een vierde poging ook geen zin. Hester: „Als de arts had gezegd dat ik het nog een keer moest doen, dan had ik het gedaan. Hij zei het ook om ons te beschermen, want het is heel zwaar.”

Dirk: „Eerst overkomt het je en dan handel je. We dachten: moeten we nu maar blijven wachten welke kant ons leven opgaat? We wilden ons leven niet laten kapen door die kinderwens. Dus hebben we er na drie keer een streep onder gezet. En besloten: dan krijgen we gewoon geen kinderen, en gaan we dat leven leiden.”

Hester: „We hadden natuurlijk andere mogelijkheden: adoptie, pleegkinderen, draagmoeders. Maar we wilden trouw blijven aan het uitgangspunt: samen een kind, maar niet tegen elke prijs.”

Nu volgden de kinderloze jaren. Niet te veel erbij stilstaan en gewoon doorgaan, was het idee. Vrienden en familie zaten ook niet te wachten op een gesprek erover. Dirk en Hester voelden zich vaak onbegrepen en alleen. Er kwam een geleidelijke scheiding in hun vriendenkring: de mensen met kinderen haakten af, vooral door de andere leefstijl. De vrienden zonder kinderen bleven over. Hester: „Ik had er wel veel verdriet van, en ik merkte dat ik er met vriendinnen die wel kinderen hadden niet over kon praten. Ik was met een vriendin op een feestje, en een vrouw zei tegen ons: jullie zijn lege vrouwen, want jullie hebben geen kinderen. Ik was helemaal uit het veld geslagen.”

Dirk: „Als mensen me vragen of ik kinderen heb en ik antwoord nee, dan valt er altijd een pijnlijke stilte. Ze schrikken zich de pleuris.”

Hester: „Dan zeg ik altijd: het is helemaal niet erg hoor, om erover te praten. Dan schrikken ze nog erger.”

Ondertussen zochten Dirk en Hester naar een nieuw evenwicht in hun relatie. Hester: „We hadden een periode dat het wat minder ging. Ik ging Dirk te veel bemoederen. Terwijl het in onze relatie juist belangrijk is dat je elkaar de vrijheid geeft. Dirk trok zich terug.” Hester ging naar een psycholoog. „Ik heb veel met verlies te maken gehad in mijn leven. Mijn ouders hebben twee dochters verloren. De dag voordat ik geboren werd, hebben ze mijn tweede zusje begraven. En ze hebben in een Jappenkamp gezeten, dat schijnt ook een ding te zijn. Je hoorde ze nooit klagen. Flink zijn, dat heb ik blijkbaar meegekregen.”

Haar vader opperde dat ze misschien bang was om een kind te krijgen, omdat ze bang zou zijn het weer te verliezen. Hij legde een verband met haar overleden zusjes. „Hij zei: de eerste drie jaren zijn niet fijn geweest voor jou, we hebben je niet veel aandacht gegeven, omdat we bang waren dat we jou ook zouden verliezen.”

Pas veel later kwam Hester erachter dat Dirk veel moeite had met de kinderloosheid. Dat is bijzonder, vindt ze, want dat hoor je niet vaak van de man, die praat er meestal niet over. Dirk: „Mijn moeder heeft er op haar sterfbed pas iets over gezegd. Ze was in de negentig. Ze keek me met grote ogen aan en zei: ‘Dat vind ik toch zo jammer, hè.’ Meteen er achteraan zei ze: ‘Maar je bent toch gelukkig met je vrouwtje?’ Op de valreep sloeg ze de spijker op zijn kop.”

Hester: „Mijn moeder had eerder tegen Dirk gezegd dat het zo jammer was dat hij geen kind kreeg, omdat hij dan de dood van zijn vader beter zou hebben verwerkt.”

Dirk: „Dat hoor je wel vaker. Op het moment dat je zelf vader wordt, is de rouw om je dode vader klaar. Dat is me dus ook niet gegeven geweest.”

Dirk vermoedt dat zijn uitgestelde rouw om de kinderloosheid samenhangt met de rouw om zijn vader. Die stierf op zijn 53ste, toen Dirk vijftien was. „Misschien kun je niet twee grote rouwervaringen naast elkaar hebben. Vroeger werd ik elke ochtend wakker met de gedachte aan mijn vader.” Dat hield pas op toen hij er een boek over schreef. „Het boek is een soort grafschrift geworden, daarna was ik er klaar mee. Maar vervolgens werd ik elke ochtend wakker met dit ding: kinderloosheid.” Hij voelde zich „dubbel genaaid”: hij heeft geen vader en hij is geen vader. „Vroeger betreurde ik dat ik niet met mijn vader naar voetbal kon. Nu betreur ik dat ik niet met mijn zoon kan.”

‘Vroeger kon ik niet met mijn vader naar voetbal. Nu kan ik niet met mijn zoon’

Dirk Jan Roeleven

Je moet het leven in een verhaal gieten, vinden ze. Dat geeft het orde en betekenis. Dirk noemt dit ‘magisch denken’. Hester: „Het is een leukere manier van leven. En natuurlijk zoeken we houvast. Want als je het klinisch bekijkt: je wordt geboren en je gaat weer dood, het leven is zinloos en niet zo leuk. Ik weet dat het eigenlijk zo zit, maar ik heb helemaal geen zin om zo te denken.” En het boek heeft geholpen. Ze hebben allebei meer vrede met hun kinderloosheid. Hester: „Ik vind het heel mooi dat ons verhaal nu opgeschreven is. Dat we het kunnen doorgeven. Praat er gewoon over, ook als je een man bent, en doe er niet zo geheimzinnig over.”

Ze hopen dat het boek andere mensen tot steun kan zijn. Dirk zegt dat dit met zijn vaderboek ook zo ging: „Stond ik op een fietsbeurs in Utrecht met mijn boek, kwamen van die knoestige mannen bij mijn tafel en gaven me zo’n onhandige klap op mijn schouders. Duimpie. ‘Goed boek’. Nou, dan wist ik wel wat zich tijdens het lezen in dat mannenlichaam had afgespeeld.” Hij hoopt dat dit boek een vergelijkbaar effect heeft: dat knoestige mannen, en knoestige vrouwen, zich erin herkennen. „Niet alleen kinderlozen, maar juist ook mensen die wel kinderen hebben. Dat ze zien wat het is, en waarderen wat ze hebben.”

Aan de reis en de auto kun je lekker veel symboliek ophangen. Met het thuisbrengen en afscheid nemen van de Subaru in Japan begraven ze ook het trauma van de kinderloosheid. Bovenal gaat het boek over de onverwoestbare liefde van Dirk en Hester. Hun gezamenlijke liefde stoppen ze in de auto. Hester: „Ik zei onderweg wel eens tegen Dirk: het lijkt wel alsof dit ons kind is.”

Dirk: „Je moet zorgen dat het hem aan niets ontbreekt, dat hij gezond blijft. Hij moet gevoed worden. Hester checkte iedere ochtend het oliepeil. Zo’n auto geeft ook structuur aan je dag. Ik ben geen autofreak, maar ik geloof wel dat dingen een ziel kunnen hebben.”

De reis had een verrassend einde. Zoals gepland schonken Dirk en Hester de Boswachter aan de Japanse fabriek die hem gemaakt heeft. Na 524.000 kilometer zou hij hier zijn laatste rustplaats vinden.

Maar de fabriek wilde de oude bak niet hebben en verscheepte hem terug naar Nederland. Netjes ingepakt, tussen zijn nieuwe Subaru-broertjes.

Dirk: „Dus nu zitten we nog steeds met die auto opgescheept. Dat lijkt me trouwens ook wel weer een mooie metafoor voor de kinderloosheid. Je kan die pijn niet achterlaten, die reist met je mee, waar je ook gaat. Ik voel veel minder pijn, maar het is nooit weg.”

‘De laatste reis van de Boswachter. Van Amsterdam naar Tokyo, zonder kinderen maar met elkaar’, Uitgeverij Pluim, 22,99 euro

Foto Andreas Terlaak

Dirk Jan Roeleven

Documentairemaker Dirk Jan Roeleven (Zoeterwoude, 1961) is eindredacteur van Andere Tijden Sport (NTR). In zijn boek De nieuwe fiets (2009) verwerkt hij op een fietstocht de dood van zijn vader. Voor de documentaire De Europeaan (2016) liep hij mee met EU-commissaris Frans Timmermans. Ben Ali Libi, goochelaar (2017) gaat over een Shoahslachtoffer.

Foto Andreas Terlaak

Hester van der Vliet

Tv-producer Hester van der Vliet (Leiden, 1961) maakt het praatprogramma De Vooravond op NPO1. Daarvoor deed ze voorganger De Wereld Draait Door. Zij werkt sinds 2000 als producer voor BNNVARA en produceerde documentaires van Michiel van Erp: Vergeet me niet, Op handen gedragen en Pretpark Nederland.