Opinie

Gedrag Big Tobacco is legaal, maar toont failliet van stelsel aan

Fiscale sluiproutes

Commentaar

Het moet niet gekker worden met de tabaksindustrie. Naast het produceren van een van de meest dodelijke en verslavende producten ter wereld, ook nog eens de belasting ontwijken! Het nieuws dit weekend dat sigarettenboeren Philip Morris, British American Tobacco, Japan Tobacco en Imperial Brands allemaal (delen van) hun miljardenwinsten door Nederland laten lopen, zette opnieuw het zoeklicht op de wereld van de schimmige fiscale constructies.

De feiten zijn al enige tijd bekend: dankzij belastingverdragen met tientallen landen, een betrouwbare fiscus en een paar aantrekkelijke op het bedrijfsleven geënte regelingen, loopt er jaarlijks voor vele honderden miljarden aan internationaal geld door Nederland.

De focus op de tabaksgiganten is – hoewel inzichtelijk enigszins willekeurig. De 7,5 miljard aan rentes, royalties en dividenden die zij door Nederland laten stromen, vormen nog geen 5 procent van het totaal aan internationale geldstromen dat om fiscale redenen via Nederland loopt.

Alleen al aan rentes, royalties en dividenden gaat dat volgens het Centraal Planbureau jaarlijks om 200 miljard euro. Daarvan belandt 37 miljard euro via Nederland in ‘echte’ belastingparadijzen als de Bahama’s, Saoedi-Arabië of de Britse Maagdeneilanden.

Het meest frustrerende aan de hele gang van zaken is dat wat de bedrijven doen, allemaal legaal is. Nagenoeg alle landen ter wereld doen hun best een klein beetje van het internationale kapitalisme aan zich te binden.

En als het ene land het ene fiscale trucje al doet, gaat een volgende net weer iets anders verzinnen om bedrijven weg te kapen. De zo veel besproken en bekritiseerde race naar de bodem.

Multinationals zoeken met behulp van fiscalisten hun weg in het mondiale belastingstelsel. Belastingplanning heet dat eufemistisch, en het doel is helder: zo efficiënt mogelijk gebruik maken van alle regeltjes teneinde zo min mogelijk belasting af te dragen.

Het resultaat: extreem lage opbrengsten voor de landen die dit faciliteren, en vele honderden miljarden aan misgelopen belastinginkomsten voor landen waar bijvoorbeeld de tabak wordt geproduceerd, de olie wordt opgepompt of de smartphones in elkaar worden gezet.

Voor de vier tabaksproducenten (en hun honderden collega’s die van dezelfde route gebruikmaken) gaat er volgend jaar wél iets veranderen. Onder druk van zowel de Tweede Kamer als de club van rijke landen, de OESO, besloot toenmalig staatssecretaris van Financiën Menno Snel (D66) al in 2018 de kraan voor het fiscaal gunstig behandelen van rentes, royalties en dividenden deels dicht te draaien. Rentes en royalties die via Nederland naar de ‘echte’ belastingparadijzen gaan, worden vanaf 2021 in Nederland belast tegen een ‘normaal’ tarief. Vanaf 2024 volgt een belasting op dividend dat door Nederland gaat.

Daarmee kan Nederland zichzelf weer ietsje beter in de spiegel aankijken, maar veel zal het niet uithalen. De multinationals zullen hun geldstromen met groot gemak verleggen naar het nieuwe laagste punt in het stelsel. Daarom is het ook logisch dat dergelijke stappen tegen internationale belastingontwijking internationaal worden gezet. De plannen die de OESO vorige maand presenteerde om iets te doen aan te lage winstbelasting en aan belastingontwijking zijn wat dat betreft een stap in de goede richting.

Dat laat onverlet dat de morele discussie over de rol die Nederland wenst te spelen in het cynische mondiale spel van multinationals ook gevoerd mag en zelfs moet worden. Zeker zolang Nederlandse wetten nog bijdragen aan het uithollen van de belastinggrondslag van arme landen die het geld harder nodig hebben dan Nederland zelf.